Archief 2017

1
Kiezen voor Duits bier
2
Bierrecensie: Rampzalig (Vlielands bier)
3
’n Uitstapje naar ’t Harlingers
4
Proeverij: Scandinavische bieren in Alkmaar
5
De kindertaal van Siem: Franse klanken
6
Van gender en geslacht
7
De kindertaal van Siem: uit de bus
8
Genderneuttaal
9
Het Tessels van Keyser – en Karsten
10
Bier in Alkmaar: Leffe op ’n foodtruckfestival

Kiezen voor Duits bier

Vandaag zijn er verkiezingen in Duitsland. Hoewel er geen grote verschuivingen worden verwacht, hebben die verkiezingen toch al iets opgeleverd, namelijk dat er op tv meer aandacht is voor de Duitse cultuur. Helaas blijven programmamakers daarbij wel wat in clichés hangen, maar dat is nu eenmaal hoe het gaat in Hilversum. Gelukkig zijn er blogs. Hier, op mijn bierblog, zou ik ’n lans willen breken voor Duits bier.

De Duitse biercultuur

duits-bierOm nog maar even met het cliché te beginnen: Duits bier, dat is pils, in literpullen of in halve liters, met braadworsten erbij, gedronken door lieden met snorretjes en gekke petjes. Dat is zo ongeveer wat de televisie ons voorzet als het over Duitsers en bier gaat. Grote hoeveelheden, vooral, alsof het daar alleen om kwantiteit gaat. Dat is niet zo. Duitsers hebben in de regel juist veel oog voor de kwaliteit van hun bier en ze weten ook dat er, zelfs als ze zich beperken tot ondergistend blond bier, meer te proeven is dan pils.

Die laatste zin gaat veel Nederlanders het al dan niet gekke petje te boven, blijkbaar, want men heeft het hier, in navolging van de Angelsaksen, in toenemende mate over “lager”, terwijl wat wij meestal pils noemen ook maar ’n schim van het origineel is. De Duitser heeft z’n Helles (’n licht, blond bier van ondergisting), maar ook z’n Kellerbier, technisch gezien datzelfde bier maar dan nog niet droog uitvergist, troebeler en gelaagder. Er is Märzen en Bock, wat voller en hoger in de alcohol. Je kunt in deze ondergisters meer mout proeven dan alleen pilsmout, er zijn vele verschillende hopsoorten, er zijn verschillen in de rijping – er is een hele wereld te proeven en dat allemaal binnen één stijl die hier zo plat als “lager” weg wordt gezet.

En dan is er nog bovengistend bier, meestal Weizenbier, in het westen vaak ook Alt (zeker niet alleen in Düsseldorf!). Keulen heeft z’n Kölsch, ’n blonde bovengister. Er is de Gose uit Leipzig en Goslar: friszuur bier met zout en koriander. Hoofdstad Berlijn heeft met de Belgische hoofdstad z’n zure stadsbier gemeen (maar ook de gulheid met zoetigheden om dat zure te bederven). Als we ’t over regionale variatie gaan hebben, kunnen we met ondergisters ook nog wel even doorgaan: de Schwarzbiere uit het oosten, de rookbieren uit Bamberg en omgeving, het exportbier uit Dortmund, de opvallend hoppige pilsbieren uit het noorden… Duitsland leent zich als geen ander land voor bierreizen en ik heb er dan ook verschillende ondernomen. Verderlezen…

Bierrecensie: Rampzalig (Vlielands bier)

vlielands-bier

Het Texelse veerpontje naar Vlieland

Omdat ik zo van de Wadden houd, wordt mij wel ‘ns Waddenbier geschonken. Dat kan Texels bier zijn, maar als ’t meezit is het iets onbekends van één van de andere eilanden. Ik proef natuurlijk graag nieuwe dingen. Onlangs werd mij ’n flesje Vlielands bier bezorgd, met de weinig bemoedigende naam Rampzalig – dat kon alleen maar meevallen en dat deed het dan ook.

Wie brouwt Rampzalig?

Het etiket was niet direct geruststellender dan de naam. Het is mij niet helemaal duidelijk welke brouwerij ik aan dit bier moet verbinden. Het is gebrouwen bij de Naeckte Brouwers, dat stond er eerlijk op, en het adres wat vermeld werd moet ook dat van de Naeckte zijn (hoewel de postcode niet klopte). Een huurbrouwsel, maar hoe heet de huurder dan? Hun namen staan óók op het etiket: Henriëtte Waal en Bojan Bajic. Informatief – maar hoe heet nu hun brouwerij? Die noteerde ik dan maar als “naamloos”. Wat ook wel prettig mystiek is, natuurlijk, dat past vast bij ’t Wad.

Indrukken van ’n Vlielands bier

Hoewel het Vlielandse bier zichzelf dus liet ontmaskeren als ’n brouwsel uit Amstelveen, heb ik ’t toch geproefd als was het echt Vlielands. Dat kon ook best, want er was iets Waddenachtigs aan. Dat zat al in de geur: die was wat ijzerachtig, hard, met op de achtergrond dan, haast honigzoet, de weldadige moutigheid van ’t eigenlijke bier. Het Texelse water is ijzerachtig, dat is bekend (het maakt het goed houdbaar en dus was het erg geschikt voor de VOC-schepen, die het insloegen aan Oudeschild); het Vlielandse water kan dat ook wel wezen, dat zou de geur verklaren. Verderlezen…

’n Uitstapje naar ’t Harlingers

Met enige regelmaat schrijf ik hier over dialect. Meestal over het Tessels, want daarnaar doe ik onderzoek. Deze maand permitteerde ik ’n uitstapje naar de mooiste stad van Friesland: ik schreef over het Harlingers. Het dialect van de stad van mijn opa, híj was ’n ouwe seun, zoals dat daar heet: ’n geboren Harlinger. Hoewel ik het dialect nooit van ‘m leerde, was dit uitstapje er toch ook in zijn nagedachtenis (want hij kon het wel spreken).

Wat ik in mijn onderzoekje wilde laten zien is dat het Harlingers niet zomaar Stadsfries is. Het is geen Leeuwarders-aan-Zee, nee, het is een Waddentaal. Het is Tesselser dan de rest. Of Vlielandser, Midslandser, Amelandser – kies maar. Bildtser ook. Misschien ook wel, maar dat zullen ze in Harlingen minder graag horen, ’n tikje Frieser. Waar het me om gaat: de ie.

Van ij en stem

Verderlezen…

Proeverij: Scandinavische bieren in Alkmaar

Daags voor de kermis was er in Alkmaar nog ‘ns ’n bierproeverij, en die woonde ik bij. Het thema, Scandinavische bieren, was voor mij reden genoeg er heen te willen, want ik houd van het reizen om bier, ook als ik daarvoor niet echt op reis raak – het proeven van andere landen en andere bierculturen is een tijdverdrijf op zich. De proeverij vond plaats bij het Koffiehuis, aan de Gedempte Nieuwesloot, daar waar gisteren de kermis al klaarstond, zwijgend en nog zonder lichtjes. Om acht uur stapte ik er binnen.

Zeglis en Scandinavië

Alkmaar veinst geen Vikingverleden en ook anderszins ligt een Scandinavisch thema in de kaasstad weinig voor de hand. Toch is er een link en die link hangt weer direct samen met brouwerij Zeglis, waarover het op dit blog al vaker is gegaan. De brouwer van Zeglis, Tim de Goede, is namelijk scandinavist, in de brede zin des woords: als taalkundige leerde hij niet alleen de talen van Denemarken, Zweden en Noorwegen, hij is ook in staat de meest buitenissige dialectverschillen tussen de Noorse bergdorpjes op te sommen, een kunstje waar ik natuurlijk niet ongevoelig voor ben. Tim reisde veel in de verschillende Scandinavische landen en is ook meer dan vertrouwd met de bieren daar. Het was dan ook vanzelfsprekend dat deze Alkmaarse brouwer de avond zou leiden, al was het maar om passende nazorg te kunnen bieden aan proevers die struikelden over de namen van de bieren.

Onbekend Scandinavisch bier

scandinavisch-bier-traditieScandinavisch bier is in Nederland redelijk verkrijgbaar. Het Deense Mikkeller is haast net zo klassiek als De Molen, Struise of Flying Dog, en niet ten onrechte, want Mikkeler heeft prachtige recepten en bovendien hebben zij veel gedaan voor de bierrevolutie in het Hoge Noorden, door samen te werken met andere brouwers (bv. Lervig, ook geen onbekende meer). Tim hielp ons evenwel snel uit de droom: vanavond geen Mikkeler en ook geen Omnipollo of Närke uit Zweden, geen Amager en geen Haandbryggeriet – onbekender bier had de voorkeur. Onbekende landen ook: we zouden bieren uit IJsland, Finland en de Faeröer proeven. En was er nu wel of niet iets Nederlands bij? ’n Bierreis zou ’t in ieder geval worden.

Verderlezen…

De kindertaal van Siem: Franse klanken

Inmiddels is Siem 10 weken. Zijn taal groeit elke dag. In mijn eerste bericht over Siems kindertaal schreef ik al dat het soms lijkt, alsof hij Frans spreekt. Als hij om melk vraagt zegt hij iets dat klinkt als lait. Dat Frans is inmiddels verder uitgebreid: als zoonlief tevreden is (wat hij gelukkig vaak is), dan zegt hij “örö”, /œ’ʀœ/, dat doet denken aan het Franse heureux.

be10-185Dat Frans is natuurlijk wel toepasselijk, want Siem heeft Belgische wortels. We zeggen wel eens gekscherend dat hij een waalse baby is. Hij zal z’n prille Frans vast niet volhouden, thuis krijgt hij immers Nederlands mee, maar mooi is het toch. Al kun je ook zeggen: dat Frans is kennelijk maar ’n baby-taal, veel stelt het niet voor dan. Een uitleg die het in Vlaanderen goed doet.

Vanochtend breidde Siem z’n palet medeklinkers uit met /ɡ/. Dat is de stemhebbende k van zakdoek. Die g- hoor je ook veel in het Frans (in garçon, bijvoorbeeld). Waar hij met /l/ begon, en later de /ʀ/ leerde (een stemhebbende Hollandse ch, eigenlijk, maar ook de Franse r), beide “vloeiende” klanken, daar is er nu dus ook een plofklank. Veel gebruikt Siem z’n Franse g nog niet, overigens, het was misschien meer een toevalstreffer. Maar ik heb vertrouwen, nu zullen andere plofklanken wel gaan volgen, tot Siem ook “papa” zeggen kan. Dat is dan Frans en Nederlands tegelijk.

Van gender en geslacht

In aanvulling op mijn eerdere blog over genderneutraal taalgebruik, is het misschien goed ook kort iets over die woorden gender en “geslacht” te zeggen. Dat woordje gender is er, volgens de pleitbezorgers van dat woord, omdat “geslacht” de lading niet dekt. Dat lijkt mij een verkeerde inschatting.

Gender is natuurlijk een Engels woord. Ook de argumenten voor gender komen uit het Engels. In die taal is het namelijk zo dat er twee woorden voor “geslacht” zijn, sex en gender, en die twee woorden hebben elk hun eigen connotatie. Sex is ons woord “sekse”, het slaat specifiek op het biologische geslacht. Gender is dan “hoe je je voelt”. Het is “geslacht” in de zin: daar hoor ik bij. Ook het woordgeslacht heet in het Engels bijvoorbeeld gender. Het gaat om een indeling die niet zuiver biologisch is.

De Nederlandse vertaling voor gender is “genus”. Dat woord kom je echter vrijwel uitsluitend in wetenschappelijke teksten tegen, ook wel in taalkundige (waar “genus” dan dus “woordgeslacht” betekent). Ook “sekse” is trouwens wat beperkt in gebruik. Dat komt omdat we een algemener woord hebben, “geslacht”, dat beide betekenissen kan hebben. En meer: als “geslacht” íets betekent, dan is het wel: “daar waar je bij hoort”. Ook een familie heet bijvoorbeeld wel “geslacht” (“het geslacht Plaatsman”, bijvoorbeeld). “Geslacht” heeft dus niet alleen een biologische betekenis, het is eerder omgekeerd: “geslacht” is eerder gender dan sex.

In het Nederlands is er dus keuze uit drie woorden, maar van die drie is “geslacht” het meest neutrale.

De kindertaal van Siem: uit de bus

Nu zit ik in de bus van Leeuwarden naar Alkmaar. Ik vaar over de Friese landerijen en dadelijk zal ik als ’n huiskamer in de nacht de Afsluitdijk over gaan. Boalsert, de mooiste stad die uit deze landerijen oprijst – uit wat voor landerijen dan ook, nog nooit heb ik ’n stad zo mooi uit ’t land komen zien – heb ik net achter mij gelaten. Voor mij de blauwgrijze muur van de harde lucht over zee; roze het zonnelicht, steeds donkerder groen de greiden

Ik mis Siem.

Kindertaal over de telefoon

Zoonlief telefoneerde zojuist met mij. Dat wil zeggen, moederlief zette de telefoon op overluid en legde ’t ding dan in de wieg. Zo hoorde Siem mijn ingeblikte stem en ik vertelde over de greiden en over hoe mooi Boalsert uit die velden oprees, als ’n oude boot op ’t droge. Hij hoorde ’t en kreet: mijn stem werd herkend. Nu ja, mijn stem? Ik zal toch ingeblikt geklonken hebben. Het zal mijn dictie geweest zijn, mijn accent.

Terug hoorde ik Siems klinkers. Het zijn er steeds meer. Geronde voorklinkers, veel talen bestaan zonder, maar Siem beoefent ze. Eu en uu vervangen de aa van z’n eerdere „alá”. In fonetisch schrift zouden het zelfs meer klinkers zijn geweest. maar oe en oo ontbreken nog, hoe normaal zulke klinkers in andere talen ook zijn. Behalve -l- zegt hij ook -r-, in verschillende varianten. Andere medeklinkers zullen vast gauw volgen. Daarover bericht ik dan hier.

De kindertaal van papa

Ondertussen stel ik mij vragen over mijn eigen taalgebruik. Zomaar zeg ik dingen dubbel. Ga je lachen, Siem? wordt direct gevolgd door: Jij gaat lachen, hè, Siem?. En meer van dat. Steeds zeg ik wat ik hem zeggen wil twee keer. Dat is een natuurlijke reflex: het bevordert het kindertaalgevoel als je zinnen herhaalt, en dus doe je dat ook. Vanzelf. Als ik wijzer zou wezen zou ik ’t denk ik niet doen. Verderlezen…

Genderneuttaal

genderneutraalHet staat niet op zichzelf en het zal allemaal ook wel ’n beetje aan de komkommertijd liggen, er was in ieder geval volop tijd voor bij de NOS, maar er is volop commotie over taal vandaag. Op Twitter heet zulks #ophef. Het gaat natuurlijk om de genderneutrale taal, die van “Dames en heren” nu zomaar Beste reizigers maakt. Hoe durft/durven de NS & onze beschaving gaat eraan, van die dingen.

Beste reizigers

Om maar bij het begin te beginnen: met beste reizigers lijkt mij niets mis. In Duitsland worden reizigers ook als Fahrgäste aangesproken en daar heb ik me nog nooit vragen bij gesteld. Het onderdeel van de NS dat zich met personenvervoer bezighoudt heet ook “NS Reizigers” en dat is prima, het zegt wat er bedoeld wordt. Hoewel “Dames en heren” natuurlijk een heel conventionele aanspreekvorm is, lijkt het me niet minder conventioneel om “Beste reizigers” te zeggen. ’n Beetje in de trant van “geachte aanwezigen”, “beminde gelovigen”, “dag kijkbuisvriendjes”.

Nou denk ik ook niet dat dáár de wrevel zit. Die zit eerder in de uitleg van de NS zelf. Met enige triomf – memorabele marketing – kondigt NS aan dat voortaan iedereen meedoet. Dat is blijkbaar nu niet zo en morgen trouwens ook niet, want dat Beste reizigers wordt pas over ’n paar maanden ingevoerd. Impliciet zegt de NS nu: “dames en heren” is discriminerend, maar we passen het pas aan na Sinterklaas. Daar kun je hypocrisie in zien, en je kunt er ook wel ’n rare kritiek in vermoeden, namelijk dat wie nog “dames en heren” zegt eigenlijk discrimineert. Verderlezen…

Het Tessels van Keyser – en Karsten

De Heilige Schrift voor ieder die zich met ’t Tessels bezighoudt is natuurlijk het woordenboek van S. Keyser, uit 1951. Destijds de eerste echte studie naar de eilander taal, met woorden en uitdrukkingen en ook teksten in het Tessels. Er zijn maar weinig exemplaren van, er ééntje kopen maakt je in de regel honderden euro’s lichter, als je niet al door ’n overijverige eilander overboden wordt.

  • dscn1665
  • dscn1663-2
  • Tessels dialect

Gisteren vond ik ’t online voor vijf tientjes. “Als dat maar geen verfomfaaid exemplaar is,” dacht ik nog, toen ik ’t zonder veel aarzelen bestelde. Vandaag werd ’t bezorgd en nee: het is in uitstekende staat. Maar het is meer dan dat! Op de eerste pagina staat de naam van de vorige eigenaar, G. Karsten. Hij was de eerste die ooit een wetenschappelijke studie naar het West-Fries verrichtte. Dat geeft aan deze aankoop extra glans.

Bier in Alkmaar: Leffe op ’n foodtruckfestival

Copy of ALKK6X11 028Alkmaar is hip tegenwoordig. Je zou zeggen, terecht, want het bier in Alkmaar is weer best. Brouwerijen en biercafés te over. De kaasstad wordt zelfs, aan de lopende band welhaast, verblijd met foodtruckfestivals. ’n Plezierig genre festivals, waar je allerlei zaken kunt proeven, malle hippe dingen en plezierig traditionele happen. En bier. Uiteraard. Bij ’n hip festival hoort bier en dus hoort ’t ook bij foodtruckfestivals.

Leffe

Ik kan er ’n raadspel van maken, maar de titel van dit blogje gaf ’t al weg: op dit Alkmaarse foodtruckfestival werd Leffe geschonken. Dat was daar het speciaalbier. Er stond ’n versierd kraampje voor, met Leffe-taps. Klaar. Leffe dus.

Daar kun je als Alkmaarder verbolgen over zijn: waarom geen 1573, geen Zeglis, geen De Die? Dat zijn terechte, al dan niet chauvinistische vragen en ik weet ook dat het aan die brouwerijen zélf niet gelegen heeft. Maar ik wil het wel breder trekken: hier moet je als bierliefhebber verbolgen over zijn, als liefhebber in het algeméén moet je hier verbolgen over zijn. Verderlezen…

Wat hier staat, is van Marcel Plaatsman - van mij dus. Ik heb het geschreven, anders stond 't hier niet.