Archief augustus 2017

1
’n Uitstapje naar ’t Harlingers
2
Proeverij: Scandinavische bieren in Alkmaar
3
De kindertaal van Siem: Franse klanken
4
De tekstschrijver en correct Nederlands
5
Van gender en geslacht
6
De kindertaal van Siem: uit de bus

’n Uitstapje naar ’t Harlingers

Met enige regelmaat schrijf ik hier over dialect. Meestal over het Tessels, want daarnaar doe ik onderzoek. Deze maand permitteerde ik ’n uitstapje naar de mooiste stad van Friesland: ik schreef over het Harlingers. Het dialect van de stad van mijn opa, híj was ’n ouwe seun, zoals dat daar heet: ’n geboren Harlinger. Hoewel ik het dialect nooit van ‘m leerde, was dit uitstapje er toch ook in zijn nagedachtenis (want hij kon het wel spreken).

Wat ik in mijn onderzoekje wilde laten zien is dat het Harlingers niet zomaar Stadsfries is. Het is geen Leeuwarders-aan-Zee, nee, het is een Waddentaal. Het is Tesselser dan de rest. Of Vlielandser, Midslandser, Amelandser – kies maar. Bildtser ook. Misschien ook wel, maar dat zullen ze in Harlingen minder graag horen, ’n tikje Frieser. Waar het me om gaat: de ie.

Van ij en stem

Verderlezen…

Proeverij: Scandinavische bieren in Alkmaar

Daags voor de kermis was er in Alkmaar nog ‘ns ’n bierproeverij, en die woonde ik bij. Het thema, Scandinavische bieren, was voor mij reden genoeg er heen te willen, want ik houd van het reizen om bier, ook als ik daarvoor niet echt op reis raak – het proeven van andere landen en andere bierculturen is een tijdverdrijf op zich. De proeverij vond plaats bij het Koffiehuis, aan de Gedempte Nieuwesloot, daar waar gisteren de kermis al klaarstond, zwijgend en nog zonder lichtjes. Om acht uur stapte ik er binnen.

Zeglis en Scandinavië

Alkmaar veinst geen Vikingverleden en ook anderszins ligt een Scandinavisch thema in de kaasstad weinig voor de hand. Toch is er een link en die link hangt weer direct samen met brouwerij Zeglis, waarover het op dit blog al vaker is gegaan. De brouwer van Zeglis, Tim de Goede, is namelijk scandinavist, in de brede zin des woords: als taalkundige leerde hij niet alleen de talen van Denemarken, Zweden en Noorwegen, hij is ook in staat de meest buitenissige dialectverschillen tussen de Noorse bergdorpjes op te sommen, een kunstje waar ik natuurlijk niet ongevoelig voor ben. Tim reisde veel in de verschillende Scandinavische landen en is ook meer dan vertrouwd met de bieren daar. Het was dan ook vanzelfsprekend dat deze Alkmaarse brouwer de avond zou leiden, al was het maar om passende nazorg te kunnen bieden aan proevers die struikelden over de namen van de bieren.

Onbekend Scandinavisch bier

scandinavisch-bier-traditieScandinavisch bier is in Nederland redelijk verkrijgbaar. Het Deense Mikkeller is haast net zo klassiek als De Molen, Struise of Flying Dog, en niet ten onrechte, want Mikkeler heeft prachtige recepten en bovendien hebben zij veel gedaan voor de bierrevolutie in het Hoge Noorden, door samen te werken met andere brouwers (bv. Lervig, ook geen onbekende meer). Tim hielp ons evenwel snel uit de droom: vanavond geen Mikkeler en ook geen Omnipollo of Närke uit Zweden, geen Amager en geen Haandbryggeriet – onbekender bier had de voorkeur. Onbekende landen ook: we zouden bieren uit IJsland, Finland en de Faeröer proeven. En was er nu wel of niet iets Nederlands bij? ’n Bierreis zou ’t in ieder geval worden.

Verderlezen…

De kindertaal van Siem: Franse klanken

Inmiddels is Siem 10 weken. Zijn taal groeit elke dag. In mijn eerste bericht over Siems kindertaal schreef ik al dat het soms lijkt, alsof hij Frans spreekt. Als hij om melk vraagt zegt hij iets dat klinkt als lait. Dat Frans is inmiddels verder uitgebreid: als zoonlief tevreden is (wat hij gelukkig vaak is), dan zegt hij “örö”, /œ’ʀœ/, dat doet denken aan het Franse heureux.

be10-185Dat Frans is natuurlijk wel toepasselijk, want Siem heeft Belgische wortels. We zeggen wel eens gekscherend dat hij een waalse baby is. Hij zal z’n prille Frans vast niet volhouden, thuis krijgt hij immers Nederlands mee, maar mooi is het toch. Al kun je ook zeggen: dat Frans is kennelijk maar ’n baby-taal, veel stelt het niet voor dan. Een uitleg die het in Vlaanderen goed doet.

Vanochtend breidde Siem z’n palet medeklinkers uit met /ɡ/. Dat is de stemhebbende k van zakdoek. Die g- hoor je ook veel in het Frans (in garçon, bijvoorbeeld). Waar hij met /l/ begon, en later de /ʀ/ leerde (een stemhebbende Hollandse ch, eigenlijk, maar ook de Franse r), beide “vloeiende” klanken, daar is er nu dus ook een plofklank. Veel gebruikt Siem z’n Franse g nog niet, overigens, het was misschien meer een toevalstreffer. Maar ik heb vertrouwen, nu zullen andere plofklanken wel gaan volgen, tot Siem ook “papa” zeggen kan. Dat is dan Frans en Nederlands tegelijk.

De tekstschrijver en correct Nederlands

Er zijn verschillende zaken die je als tekstschrijver goed moet kunnen. Dat SEO tegenwoordig erg belangrijk is (voor webteksten, in elk geval), dat kunt u elders op deze site al lezen. Dat enig talent om veel over hetzelfde te kunnen schrijven ook geen overbodige luxe is, dat spreekt redelijk voor zich (maar zie ook mijn verhaal over content en kwaliteit). Wat je ook moet kunnen, daar is iedereen het toch wel over eens, is correct Nederlands schrijven. Maar hoe belangrijk is dat nou echt?

taal tekstschrijverTaal: de regels of de natuur?

Ik ben een taalspecialist, maar dat betekent nou net niet dat ik me uitsluitend met correct taalgebruik bezighoud. Ik bekijk de taal ook op een wetenschappelijke manier, als een natuurfenomeen, taal kan (en mag) veranderen. Ik vind taalvariatie interessant, doe onderzoek naar dialect, heb zeker niet over alles meteen een oordeel klaar. Zo sta ik ook niet meteen afwijzend tegen zinnen als „hun staan daar”, ik vind ze eerst en vooral interessant en probeer zulk taalgebruik te analyseren.

Dat alles stelt een potentiële opdrachtgever vast niet meteen gerust. Iemand die dat gevreesde „hun” interessant vindt, kun je die het schrijven van correct Nederlands wel toevertrouwen? Ik zou zeggen van wel. Ik bestudeer allerlei taalverschijnselen zonder oordeel, maar dat kan ik niet zonder de norm dondersgoed te kennen. En ik pas de norm ook toe, want ik weet dat dat goed is voor mijn opdrachtgevers. Correct taalgebruik is namelijk echt belangrijk.

Correct taalgebruik: meer dan beleefdheid

In de gewone omgang, in de mails die we elkaar sturen bijvoorbeeld, is correct Nederlands vooral ’n kwestie van beleefdheid. Het staat netjes en het maakt het voor de ontvanger ook makkelijker leesbaar. Een halszaak is het niet, een tikfout wordt meestal niet erg gevonden, af en toe een slordigheidje vinden we in die context ook niet erg. Maar bij een professionele tekst ligt dat anders, daar is correct taalgebruik meer dan beleefdheid. Verderlezen…

Van gender en geslacht

In aanvulling op mijn eerdere blog over genderneutraal taalgebruik, is het misschien goed ook kort iets over die woorden gender en “geslacht” te zeggen. Dat woordje gender is er, volgens de pleitbezorgers van dat woord, omdat “geslacht” de lading niet dekt. Dat lijkt mij een verkeerde inschatting.

Gender is natuurlijk een Engels woord. Ook de argumenten voor gender komen uit het Engels. In die taal is het namelijk zo dat er twee woorden voor “geslacht” zijn, sex en gender, en die twee woorden hebben elk hun eigen connotatie. Sex is ons woord “sekse”, het slaat specifiek op het biologische geslacht. Gender is dan “hoe je je voelt”. Het is “geslacht” in de zin: daar hoor ik bij. Ook het woordgeslacht heet in het Engels bijvoorbeeld gender. Het gaat om een indeling die niet zuiver biologisch is.

De Nederlandse vertaling voor gender is “genus”. Dat woord kom je echter vrijwel uitsluitend in wetenschappelijke teksten tegen, ook wel in taalkundige (waar “genus” dan dus “woordgeslacht” betekent). Ook “sekse” is trouwens wat beperkt in gebruik. Dat komt omdat we een algemener woord hebben, “geslacht”, dat beide betekenissen kan hebben. En meer: als “geslacht” íets betekent, dan is het wel: “daar waar je bij hoort”. Ook een familie heet bijvoorbeeld wel “geslacht” (“het geslacht Plaatsman”, bijvoorbeeld). “Geslacht” heeft dus niet alleen een biologische betekenis, het is eerder omgekeerd: “geslacht” is eerder gender dan sex.

In het Nederlands is er dus keuze uit drie woorden, maar van die drie is “geslacht” het meest neutrale.

De kindertaal van Siem: uit de bus

Nu zit ik in de bus van Leeuwarden naar Alkmaar. Ik vaar over de Friese landerijen en dadelijk zal ik als ’n huiskamer in de nacht de Afsluitdijk over gaan. Boalsert, de mooiste stad die uit deze landerijen oprijst – uit wat voor landerijen dan ook, nog nooit heb ik ’n stad zo mooi uit ’t land komen zien – heb ik net achter mij gelaten. Voor mij de blauwgrijze muur van de harde lucht over zee; roze het zonnelicht, steeds donkerder groen de greiden

Ik mis Siem.

Kindertaal over de telefoon

Zoonlief telefoneerde zojuist met mij. Dat wil zeggen, moederlief zette de telefoon op overluid en legde ’t ding dan in de wieg. Zo hoorde Siem mijn ingeblikte stem en ik vertelde over de greiden en over hoe mooi Boalsert uit die velden oprees, als ’n oude boot op ’t droge. Hij hoorde ’t en kreet: mijn stem werd herkend. Nu ja, mijn stem? Ik zal toch ingeblikt geklonken hebben. Het zal mijn dictie geweest zijn, mijn accent.

Terug hoorde ik Siems klinkers. Het zijn er steeds meer. Geronde voorklinkers, veel talen bestaan zonder, maar Siem beoefent ze. Eu en uu vervangen de aa van z’n eerdere „alá”. In fonetisch schrift zouden het zelfs meer klinkers zijn geweest. maar oe en oo ontbreken nog, hoe normaal zulke klinkers in andere talen ook zijn. Behalve -l- zegt hij ook -r-, in verschillende varianten. Andere medeklinkers zullen vast gauw volgen. Daarover bericht ik dan hier.

De kindertaal van papa

Ondertussen stel ik mij vragen over mijn eigen taalgebruik. Zomaar zeg ik dingen dubbel. Ga je lachen, Siem? wordt direct gevolgd door: Jij gaat lachen, hè, Siem?. En meer van dat. Steeds zeg ik wat ik hem zeggen wil twee keer. Dat is een natuurlijke reflex: het bevordert het kindertaalgevoel als je zinnen herhaalt, en dus doe je dat ook. Vanzelf. Als ik wijzer zou wezen zou ik ’t denk ik niet doen. Verderlezen…

Wat hier staat, is van Marcel Plaatsman - van mij dus. Ik heb het geschreven, anders stond 't hier niet.