Categorie Reizen

1
Het eiland Eierland
2
Van Muiden naar Weesp
3
Een eigen gids voor Texel
4
Dusseldorp in de februarizon
5
Niet om Mechelen heen
6
De bekoring van Brno
7
Wenen in november
8
Beverkoog
9
Wandelend door Wieringerwerf
10
Harderwijk werd verzwolgen

Het eiland Eierland

Het noorden van het eiland Texel was ooit een eiland op zichzelf, Eierland. Eierland raakte na de middeleeuwen met Texel verbonden door een zanddijk en inmiddels zijn er grote, weidse polders tussen het oude Texel en het noordereiland. De geschiedenis had anders kunnen lopen, natuurlijk, dan was Eierland misschien nog wel een apart eilandje geweest, minstens zo geïsoleerd als Vlieland, met dan één dorp waar nu De Cocksdorp ligt, wat poldertjes langs de westkust en verder veel duin. De bekende rode vuurtoren stond dan op ansichtkaarten met daaronder Groeten van Eierland

Die verbeelding heb ik willen volgen toen ik verleden week een wandeling maakte over Eierland. Een extra eiland, tussen Texel en Vlieland in, nog plezierig rustig – zij het met wat wisselvallig weer. Dit fotoverslag is de uitwerking van die gedachte. Welkom op Eierland!

1.

De waddenkust van Eierland lijkt op die van Texel (deze eerste foto’s zijn dan ook stiekem nog bij Oost gemaakt). De Eierlanders vangen paling en andere vis.

2.

3.

4.

Langs de waddendijk is ruimte voor natuur en voor vergezichten. Bij helder weer kun je Vlieland goed zien liggen. Altijd is er de vuurtoren.

5.

6.

Verderlezen…

Van Muiden naar Weesp

Gisteren was een goede dag voor een wandeling. Met de bus hebben mijn vriendin en ik ons naar Muiden laten brengen en van Muiden wandelden we langs de vriendelijke Vecht naar Weesp. Muiden trekt veel bekijks met z’n fraaie middeleeuwse slot, maar als stadsgezicht is Weesp eigenlijk aardiger. De foto’s hieronder zijn meteen maar het afscheid van mijn cameraatje, denk ik, er moet maar ‘ns ’n opvolger komen na al die jaren.

1.

Muiden ligt aan zee, dat wil zeggen, het plaatsje ligt aan de voormalige Zuiderzee. Hier mondde de Vecht uit in het brakke water, zoals de Amstel iets verderop in het IJ uitmondde. Amsterdam en Muiden hebben een vergelijkbare onstaansgeschiedenis, maar omdat Muiden op de grens van de Utrechtse en Hollandse macht ontstond, kon het nooit veel worden. Militair was het wel van belang, de monding van de Vecht werd eerst met het Muiderslot en later met forten verdedigd.

2.

3.

De rivierdijkjes werden de straten van Muiden, met aan één kant, net als bij de Amsterdamse Warmoesstraat, huizen met hun achterkant naar de rivier toe, en aan de andere kant een kade. Verderlezen…

Een eigen gids voor Texel

TexelOver Texel kan ik wel blíjven schrijven. Het eiland van mijn familie gaat me blijkbaar zo aan het hart dat op de ene zin bijna automatisch een andere volgt, hele hoofdstukken kan ik zo bij elkaar tikken en als ik, immers tekstschrijver van beroep, daar nou vaak de opdracht toe zou krijgen zou ik dat ook doen. Maar goed, dat gebeurt me dus niet zo vaak, dat is toch een klein beetje jammer (al zijn genoeg andere onderwerpen óók best leuk).

Tips voor Texel

Maar onlangs dus overkwam het geluk me, mij werd gevraagd wat tips voor Texel op papier te zetten, ditmaal door mijn schoonfamilie, die helemaal niet van Texel komt, maar uit België. Ach, een lijstje met wat tips, een luchtig kaartje – zó was het gebeurd en met hen mee verheugde ik me op hun kennismaking met Texel, want Texel is toch mooi, zeker ook voor Belgen voor wie het eiland, dat stel ik mij zo voor, weer net iets exotischer is dan voor Nederlanders.

Maar tips voor Texel zijn nog geen gids. Toen ik die tips opschreef bedacht ik, dat ik mezelf toch méér plezier zou doen door een hele gids te schrijven. Een gids die dan in ieder geval door vrienden, kennissen en schoonfamilie kan worden gebruikt, maar ook door de lezers van dit blog. Een eigen gids voor iedereen. Verderlezen…

Dusseldorp in de februarizon

Het laatste weekend van februari bracht ik door in de Duitse stad Düsseldorf, voor de liefhebbers van verouderde exoniemen natuurlijk beter bekend als Dusseldorp. Een vrij doorzichtige naam, het riviertje de Düssel stroomt nog steeds door de stad en die stad is natuurlijk ooit een dorp geweest, te strategisch gelegen om een dorp te blijven en daarom uitgegroeid tot een handelsstad en een politiek centrum.

Het moderne Dusseldorp heeft zo’n 600.000 inwoners, maar dient voor een veel groter gebied als centrumstad, wat je het duidelijkst ziet aan het grote en mondaine winkelgebied. Tegelijk is het een eigenzinnige stad met z’n eigen dialect, z’n eigen carnavalstraditie en vooral ook z’n eigen biercultuur. Al bij al was er voor mij dus genoeg te beleven.

1.

Ons hotel lag in een gewone buitenwijk, dankzij de nieuwe tramtunnel efficiënt met het centrum verbonden. De bebouwing was overwegend saaie wederopbouw, maar de Suïtbertuskerk was mooi gerestaureerd.

2.

3.

Het hart van de moderne stad is de Kö (Königsallee), een statige gracht waarlangs zich sjieke warenhuizen bevinden. Hier beginnen en eindigen ook de andere grote winkelstraten. Tijdens ons verblijf stond er een reuzenrad aan de Kö, om te vieren dat de nieuwe tramtunnel af was en het OV-netwerk nu een stuk completer was (Alles dreht sich ums neue Netz). Verderlezen…

Niet om Mechelen heen

Mechelen rondleidingToen ik Mechelen voor de allereerste keer bezocht werd ik er meteen ten huwelijk gevraagd, maar dat was door een verwarde Afrikaanse die geen Nederlands sprak. Zij kon toen ook niet weten, en ik evenmin, dat ik jaren later een Mechelse schoonfamilie zou hebben, een familie die zij niet kende, maar ik nu dus wel; om Mechelen kom ik tegenwoordig niet meer heen.

Nu is dat wel het lot dat Mechelen beschoren lijkt: mensen gaan om de stad heen, over snelwegen, met de trein gaan ze er soms zelfs dóórheen, zelden is het hun eindbestemming. Dat is het ook voor mij niet en mijn vriendin, die er toch geboren is, woont nu alweer jaren in Alkmaar. Maar als wij Mechelen bezoeken, dan doen we dat niet vluchtig, en eigenlijk is Mechelen van iedere tocht beneden de rivieren toch de bestemming. Dat zou Mechelen voor meer mensen moeten zijn, want Mechelen is mooi.

Mechelen als middelpunt

Zowel in positieve als in negatieve zin valt Mechelen wel met het Nederlandse Utrecht te vergelijken. Het is een stad die midden in haar land ligt, en er toch het centrum niet van is. Het is een stad met veel historie en veel bezienswaardigheden, een aartsbisdom en een spoorwegknooppunt, maar het is ook een stad die mensen vooral passeren, omdat ze er denken dat er niks te beleven is. Zelfs de details kloppen: net als Utrecht heeft Mechelen een kloeke kathedraaltoren midden in het centrum staan en met een beetje fantasie kun je zelfs de houten vlonders in de Dijle met de Werfkelders aan de grachten vergelijken… Verderlezen…

De bekoring van Brno

Brno

Onze herberg (rechts van de kerk, in hetzelfde complex)

De tweede stad die we tijdens onze reis onlangs aandeden was Brno. Op papier al een heel andere stad dan Wenen, onze eerste bestemming: Brno heet de tweede stad van Tsjechië, maar toen dat land nog niet bestond was het alleen maar een provincieplaats in het Donaurijk dat vanuit Wenen werd bestuurd, en als de communisten hun ambities met Ostrava hadden waargemaakt was het nu niet eens de tweede, maar de derde stad van Tsjechië. Toen dat nog Tsjechoslowakije was, was Brno maar een tussenstop op de lijn van Praag naar Bratislava. Op papier anders, ook in werkelijk anders, bleek Brno eerder onderschat dan ondergeschikt. Wij vonden Brno heel bekoorlijk.

Brno uitspreken

Nederlanders kennen Brno waarschijnlijk vooral als voorbeeld van een naam die niet uit te spreken valt. De Tsjechische naam van de stad – het Duitse Brünn leidt vast tot minder problemen – laat iedereen, meestal ongewild, kennismaken met een eigenaardigheid van de Tsjechische klankleer: medeklinkers kunnen klinkers zijn, in dit geval geldt dat voor de -r-. Die -r- is niet alleen een klinker, hij heeft ook de klemtoon: BR-no moet je zeggen, lekker rollend. Mensen die “bur-NO” zeggen (en dat zeggen de meeste Nederlanders) zitten dus twee keer fout. Wie die klinker-r niet voor mekaar krijgt mag van mij nog wel “BRUH-no” zeggen, of “BUR-no” desnoods (liever het eerste), uiteindelijk is dat Tsjechisch vooral mijn liefhebberij en niet iets wat ik heel het vaderland maar op moet leggen.

Panoramisch Brno

De naam mag wat ontmoedigend zijn, voor de rest is Brno een snelle verleider. Wie het prettig chaotische station uit wandelt ziet direct de kathedraal op een heuvel staan, boven de rest van de bebouwing en die bebouwing is ook lang niet lelijk. Wij verbleven iets verder van het station af, in het oude klooster van Mendel (de beroemde bioloog), waar een gang met gewelven was vrijgemaakt voor een pension. Ook hier was veel te zien: het klooster zelf, de steile hellingen, het grote kasteel dat tussen het klooster en de oude stad op de hoogste heuvel gelegen was… Verderlezen…

Wenen in november

Wien hat immer Saison, wil het gezegde, dus bezocht ik de stad in november, normaal ’n dode maand, maar in Wenen inderdaad best prima. Op de luchthaven (we vlogen vanaf Rotterdam) was het zo rustig dat de mensen van de veiligheidscontrole grapjes maakten, dat doen ze anders nooit, en in de veel te dure luchthavenhoreca hoorde ik de verkoopsters onderling klagen dat er niks te doen was. Hadden wij in Nederland, zoals in Wenen, ook maar Sint-Maartensganzen in november, dan was het vast drukker geweest in de eetcafés (maar niet op de luchthaven, natuurlijk).

Wenen te voet en met de metro

Vliegen is vervelend, dus laat ik over vliegen niet schrijven, maar over Wenen in de plaats. Wie daar de luchthaven verlaat en de stad in rijdt komt al snel ondergronds, want Wenen is een metrostad. Naar goed Duits voorbeeld zijn er twee systemen: een U-Bahn voor binnenstedelijk verkeer, en een S-Bahn voor verbindingen met de voorsteden en in ons geval dus de luchthaven. Zulke efficiëntie komt me altijd grootstedelijk voor, ik houd er wel van.

Te voet laat Wenen zich natuurlijk ook verkennen en dat is wat de toeristen doen. Ze gaan van paleizen naar kerken en passeren doorkijkjes waar sommigen een foto van maken en waar anderen geen oog voor hebben. Zo is Wenen als iedere grote stad.

  • De kleine Donau in het centrum. De heuvels op de achtergrond worden deels voor wijnbouw gebruikt.
  • Doorkijkje naar de Stephansdom
  • Straatbeeld in Wenen
  • Doorkijkje naar de kerk Maria am Gestade.
  • Typisch beeld van het toeristische Wenen, met op de achtergrond de Hofburg.
  • Doorkijkje naar de gotische toren van de Michaelerkirche.
  • Hoge gevelwanden geven de stad licht én schaduw.
  • De groene ring rondom het oude centrum staat vol grootse gebouwen, zoals het Rathaus.
  • Stadsbeeld met de Minoritenkirche.
  • De fraaie neogotiek van de Votivkirche kon me zeker bekoren.
  • Nogmaals de Votivkirche.
  • Een militaire kazerne aan de Donau.

Verderlezen…

Beverkoog

De Beverkoog is vier dagen per week mijn bestemming, maar nooit in het weekend, dan rijdt zelfs de bus er niet. De Beverkoog is een bedrijventerrein, zo is het gepland. Ik werk er al jaren. De Beverkoog is gepland om dood te lopen in het noorden, tot de brug af is die ze nu aan het bouwen zijn, want de stadsplanners hebben zich bedacht, en al die jaren dat ik er werk bouwen ze nu aan die brug en nog steeds loopt de Beverkoog dood.

Het kantoor in de Beverkoog

Het kantoor is een achterkant van een ander kantoor, het heeft een plat dak erboven en een parkeerplaatsje ernaast. Rondom de parkeerplaats drommen andere kantoren samen, loodsen van bedrijven waar je anders nooit van had gehoord, een toren van schoonmaakwagentjes die nog door de gemeente moeten worden gekocht, een fietsenschuurtje en dan nog de muziekstudio waar we Ali B wel eens hebben gezien. Elke dag wordt hier gewerkt, maar nooit wordt er gewoond, er zijn geen huizen hier, ik denk niet dat er wordt gevreeën en als er warm gegeten wordt is het iets snels voor onder ’t overwerk.

Beverkoog

De Beverkoog van omhoog (renekuiken.nl)

In het kantoor is een zwarte vloer van namaakmarmer. Elke vrijdag wordt de zwarte vloer geboend, dan zie je de muren doorschijnen in de vloer, en het dak. Er is een lichtkoepel boven de eettafel waar je allang de lucht niet meer door ziet, alles is nu meeuwenpoep. De vallei van platte daken is voor de meeuwen een duinvallei, wat weten zij er ook van, zij leggen hier eieren en verdedigen krijsend hun kroost. In de herfst wordt het stil.

Verderlezen…

Wandelend door Wieringerwerf

Voor het dorp Wieringerwerf heb ik ooit bewondering gehad, toen ik veel kleiner was en in een veel kleiner dorp opgroeide. Wieringerwerf was het dorp van mijn grootouders, ik logeerde wel eens bij hen, en dan vond ik het heel wat, Wieringerwerf. Er waren winkels, twee kermissen zelfs, er was verkeer en je kon er wel drie kerken bekijken, in mijn eigen dorp waren dat er maar twee. En wat ’n bomen!

Nu ik zelf groter ben zie ik natuurlijk wel dat Wieringerwerf kleiner is dan ik toen dacht, saaier ook wel, minder succesvol zelfs – het is ook maar een polderdorp in een krimpregio, net als Burgerbrug. Toch ging er afgelopen weekend wel wat bekoring uit van het herfstige Wieringerwerf, en als voorbeeld van een gepland Zuiderzeedorp is het best interessant. De dorpskern is het resultaat van doordachte planning, met veel aandacht voor groen en iets minder voor architectuur, maar de paar “landmarks” die er dan toch staan zijn best fraai.

Wieringerwerf dus!

1.

Plaats van aankomst: het motel. Hier stoppen de snelbussen naar Alkmaar en Leeuwarden, eens per uur. Een laan leidt je het dorp in.

2.

3.

De dorpskern bestaat uit drie brinken, twee in oost-westrichting en één in noord-zuidrichting. Die laatste is van steen, hier zijn de meeste winkels. De andere brinken hebben een groener karakter. Verderlezen…

Harderwijk werd verzwolgen

Harderwijk is ’n lief oud stadje waar je in de praktijk alleen komt als je er toevallig wezen moet, of als je graag dolfijnen lijden ziet, wat ik niet hoop. De trein maakt er een bocht voor en rijdt er dan toch aan voorbij, zo voelt het. Harderwijk ligt ’n beetje halverwege van alles, ook al zeggen ze er zelf graag dat ze in het midden van Nederland liggen. Maar goed, Harderwijk, ik moest er toevallig ‘ns zijn, wat jaren geleden, en toen ’n paar keer nog ’n keer en inmiddels vind ik Harderwijk wel sympathiek.

De charme van Harderwijk is simpel: het is een oud stadje, met pleintjes en geveltjes en klinkers op de straat. Er staat ’n kerk waar van alles mee is misgegaan in de eeuwen voor ons, er staat een universiteit die geen universiteit meer is, er ligt een zee die geen zee meer is en er zijn wat gemiddelde horeca met gemiddelde bieren en gemiddeld personeel – zo zijn veel stadjes in Nederland en dat is prima zo. Harderwijk had ook Culemborg kunnen zijn, of Dokkum, of Sittard, of Medemblik… Nogmaals: ik vind dat allemaal wel sympathiek. Maar mysterieus? Dat had ik Harderwijk nooit gevonden.

Harderwijk oogt half

Tóch is er iets bijzonders aan Harderwijk. Er staat een flink stuk stadsmuur overeind, dat is wel opmerkelijk. Die stadsmuur staat aan de waterkant, aan wat vroeger de Zuiderzee was en nu ’n meer is waar verder niemand echt de naam van weet. De stadsmuur heeft als dijk dienst gedaan, dat weten we wel, en we weten dat de poort aan de waterkant, de Vischpoort, in de tweede helft van de 14e eeuw gereed kwam. Tot zover lijkt er weinig aan de hand – tot je de plattegrond van het oude Harderwijk eindelijk onder ogen krijgt. Verderlezen…

Wat hier staat, is van Marcel Plaatsman - van mij dus. Ik heb het geschreven, anders stond 't hier niet.