Tag België

1
De bevrijding van Brussel
2
Het vijfde beste station
3
Litouws bier in Brussel
4
Proeven van taal: het zojuist gepresenteerd akkoord
5
De kindertaal van Siem: Franse klanken
6
Hélène Devos en het kleine Nederlands
7
Thuin in zwart-wit
8
Die ongelukkige Belgische biercultuur
9
Bier proeven: twee keer dubbel
10
Bier in Mechelen

De bevrijding van Brussel

BrusselIn Brussel kom ik al heel wat jaren met enige regelmaat. Het is opmerkelijk dat ik de stad al die jaren wel dacht te kennen, maar dat ik dat steeds op een andere manier deed. Nú noem ik Brussel een bevrijding, maar goed, dat is dus hoe ik de stad nú denk te kennen. Misschien is dat over wat jaren ook wel weer anders. Wat tenminste een constante is en wat ook bewaard blijft, zijn de foto’s die ik er maak: doorkijkjes, alsmaar doorkijkjes, want Brussel is een stad om doorheen te kijken.

De eerste kwam ik in Brussel, zoals de meeste Nederlanders, als toerist. Ik draaide mij een paar keer om op de Grote Markt, vond dat ik Manneken Pis moest ontlopen maar keek toch, ik ging het gangske van À la Bécasse door en ik deed iets na wat ik verder niet kende bij À la Mort Subite. Nu, jaren later, lijkt dat nog steeds het rondje van de meeste Nederlandse bezoekers te zijn die daarna, net als ik destijds, vaststellen dat Brussel best mooi is, maar toch niet echt ’n stad om van te houden. Ik dacht toen ook dat Brussel maar een klein historisch hart had met kantoren en verkeer daar omheen. Verderlezen…

Het vijfde beste station

Toen ik, onderhand alweer ruim tien jaar geleden, als Nederlander in België kwam wonen, moest ik aan een hoop taalverschijnselen wennen. Eén van de dingen die ik noteerde was dat Nederlandstalige Belgen niet “de op vier na beste” zeiden, maar: de vijfde beste. Wat natuurlijk wel zo economisch is, het scheelt heel wat lettergrepen en misschien klinkt “de op vier na beste” zelfs wel wat kinderachtig – ik vond het een prima vorm. Maar ja, het was vast Franse invloed, en anders wel Engelse, want in het Engels zeg je ook the fifth best. Dat maakte het toch minder mooi.

Nu vele jaren later zijn wel meer Vlaamse eigenaardigheden in Nederland gewoon geworden, vooral, misschien wel uitsluitend, als die eigenaardigheden ook Engels zijn. Voor taalcontact is niemand ongevoelig en we horen nu eenmaal heel veel Engels. Het verbaasde me dan ook nauwelijks toen ik deze tweet voorbij zag komen:

Het AD schrijft hier “de vijfde beste”. Nou zijn al onze kranten inmiddels wel op de één of andere manier Belgisch, ook iets wat de voorbije tien jaar is gebeurd, maar dit artikel moet toch wel in Rotterdam geschreven zijn. De vorm is inmiddels ook bij ons gewoon genoeg voor krantenkoppen. Zou iemand die nu, zoals ik toen, in België ging studeren nog die notities maken die ik toen maakte? Ik betwijfel het.

Litouws bier in Brussel

In 2012 was ik in Vilnius, Litouwen, en maakte ik er kennis met de Litouwse biercultuur. Dat die biercultuur in ons deel van Europa nog steeds zo onbekend is, heeft me sindsdien verbaasd. Gose is inmiddels hip geworden en zelfs het Poolse rookbier is weer tot leven gewekt, maar over Litouwen hoor je nog altijd niks. Tot dit jaar dan, want er lijkt eindelijk aandacht voor Litouwen te komen, vanuit België nog wel.

Schrijven over Litouws bier

VilniusNu heb ik zelf de voorbije jaren ook niet helemaal stil gezeten. Zo blogde ik enthousiast over mijn Litouwse bierreis en ook op Wikipedia deed ik mijn best om mensen te informeren over bier in Litouwen. Met enige regelmaat ben ik in allerlei discussies over goed bier blijven herhalen dat mensen echt ‘ns naar Litouwen moesten. Verderlezen…

Proeven van taal: het zojuist gepresenteerd akkoord

Er is een regeerakkoord! Tegelijk is er ook interessante taal bij de NOS:

bijvoeglijk-naamwoord

“Het zojuist gepresenteerd akkoord”, daar ontbreekt voor mijn aanvoelen een -e. Ik zou zeggen: “het zojuist gepresenteerde regeerakkoord”. Nu gaat het om heel vers nieuws, dus dit kan een slordigheidje zijn; dat is de NOS natuurlijk vergeven. Maar er kan ook meer aan de hand zijn.

Sterke en zwakke bijvoeglijke naamwoorden

In het Nederlands eindigen bijvoeglijke naamwoorden meestal op een -e, tenzij ze tussen “een” en een onzijdig woord staan: “een mooi huis”, “een lang verhaal”, “een zojuist gepresenteerd regeerakkoord”. Ook als er helemaal geen lidwoord is, heeft het bijvoeglijk naamwoord deze vorm, maar alleen voor het-woorden: “Mooi huis hoor,” zeg je, maar ook: “mooie fiets.” Verderlezen…

De kindertaal van Siem: Franse klanken

Inmiddels is Siem 10 weken. Zijn taal groeit elke dag. In mijn eerste bericht over Siems kindertaal schreef ik al dat het soms lijkt, alsof hij Frans spreekt. Als hij om melk vraagt zegt hij iets dat klinkt als lait. Dat Frans is inmiddels verder uitgebreid: als zoonlief tevreden is (wat hij gelukkig vaak is), dan zegt hij “örö”, /œ’ʀœ/, dat doet denken aan het Franse heureux.

be10-185Dat Frans is natuurlijk wel toepasselijk, want Siem heeft Belgische wortels. We zeggen wel eens gekscherend dat hij een waalse baby is. Hij zal z’n prille Frans vast niet volhouden, thuis krijgt hij immers Nederlands mee, maar mooi is het toch. Al kun je ook zeggen: dat Frans is kennelijk maar ’n baby-taal, veel stelt het niet voor dan. Een uitleg die het in Vlaanderen goed doet.

Vanochtend breidde Siem z’n palet medeklinkers uit met /ɡ/. Dat is de stemhebbende k van zakdoek. Die g- hoor je ook veel in het Frans (in garçon, bijvoorbeeld). Waar hij met /l/ begon, en later de /ʀ/ leerde (een stemhebbende Hollandse ch, eigenlijk, maar ook de Franse r), beide “vloeiende” klanken, daar is er nu dus ook een plofklank. Veel gebruikt Siem z’n Franse g nog niet, overigens, het was misschien meer een toevalstreffer. Maar ik heb vertrouwen, nu zullen andere plofklanken wel gaan volgen, tot Siem ook “papa” zeggen kan. Dat is dan Frans en Nederlands tegelijk.

Hélène Devos en het kleine Nederlands

’n Oude Vlaamse uitdrukking, die mij door allerlei toevalligheden al dikwijls ter ore gekomen is, luidt: bijt niet de hand die u voedt. Ze wil zeggen: ga niet in tegen diegene, die je kost betaalt. ’n Waarheid natuurlijk; ik stoot als tekstschrijver mijn opdrachtgevers liever ook niet voor ’t hoofd. Maar om ’n andere reden dacht ik dit weekeinde nog ‘ns aan die uitdrukking.

Vlaanderen.svgDie reden was Hélène Devos. Hélène Devos is een actrice, één met krullen en grote ogen, volgens Het Parool toch heus van ’n uitzonderlijk type. Ze komt uit België, ik vrees dat zij vindt dat ze uit Vlaanderen komt. In Het Parool las ik over Hélène Devos. Ze liet zich er interviewen en bleek openhartig. Maar vooral zei zij – dat maakte mij schrijvende – dit:

Ik wil geen Nederlands kindje met een Hollands accent.

Verderlezen…

Thuin in zwart-wit

Precies een week geleden was ik in Thuin. Het miezerde, het licht kwam in natte vlagen naar beneden. Toch was Thuin opmerkelijk fotogeniek.

Thuin is een kleine Waalse stad, onder de rook van Charleroi. Vanuit Charleroi – wat trouwens ook een fotogenieke stad is, met een alleraardigst centrum – ben je er met de trein in een kwartiertje. Dat tochtje is wel wat eigenaardig, het voert eerst langs de grove industrie waar deze regio bekend om staat, en dan, na een kort bochtje, rijdt de trein ineens door prachtige heuvellandschappen, met beboste hellingen en lieflijke dorpjes langs de stroom, en langs een abdijruïne zelfs… België blijft boeien met contrasten.

Thuin fotografeerde ik in zwart-wit, wat natuurlijk met dat miezerweer te maken had. Ik zou er nog best ‘ns willen terugkomen voor een serie in de zon. Ach, en anders voor nóg één in zwart-wit, want in dit kleine stadje kun je wel eindeloos fotograferen, of tekenen zelfs. Thuin is vol mooie hoekjes en verrassende doorkijkjes.

1.

De trein komt aan in het dal, waar de benedenstad is. Meteen zie je de bovenstad, die hoog boven het dal uittorent en ook ouder is, al zitten er in de benedenstad nu meer winkels. Het belfort is het symbool van Thuin.

2.
Verderlezen…

Die ongelukkige Belgische biercultuur

Er zijn zo van die zaken waar iedere Nederlandse bierliefhebber, en bierbloggers wel in het bijzonder, van zichzelf en van anderen een mening over moet hebben en één van die zaken is de Belgische biercultuur.

belgischbierHet aardige is dat je daar als Nederlandse bierliefhebber ook wel grofweg dezélfde mening over moet hebben. Als je bijvoorbeeld zegt dat je de Belgische biercultuur de beste van de wereld vindt, dan diskwalificeer je jezelf als oud, linnen tasje, geen kenner meer. Maar als je geweldig gaat staan foeteren op al wat Belgisch is, dan ben je toch ook weer ongezellig en kun je er op z’n minst op rekenen dat iemand over Orval begint. Nee, de mening die je moet hebben is ongeveer de volgende: de Belgischie biercultuur is een grote schat, maar België is z’n voorsprong kwijt en ze zullen aan conservatisme ten onder gaan.

Dat is ook ongeveer mijn mening steeds geweest.

Sakkeren op Belgisch bier

Het is tegenwoordig bon ton om te sakkeren op Belgisch bier. Dat is niet iets Nederlands. Sakkeren op Belgisch bier is internationaal in zwang en dan vooral, of sterker: haast uitsluitend onder hen die zich kenner of beergeek noemen dan wel hun haar in een knotje dragen. Belgisch bier, dat is te zoet en te alcoholisch en die brouwers zijn te commercieel en er zit ook gewoon veel te veel koolzuur in, maar te weinig hop. Ook in België zelf hoor je dergelijke klachten wel bij de bierdrinkers die zich tot de avant garde rekenen.

Dat geklaag staat wel in een breder verband. Bij de moderne, bewuste bierdrinker moet je in de regel niet met zoet en commercieel aankomen en bij mij in ieder geval ook niet met te veel koolzuur. Ook Nederlandse commerciële zoete bieren moeten het ontgelden, ook Amerikaanse, ook Duitse, allemaal. Maar toch lijkt juist de Belgische biercultuur op deze bieren afgerekend te worden, zelfs door mensen die weten dat er echt nog wel ánder Belgisch bier is. Natuurlijk wordt er ook kritisch gekeken naar het Duitse Reinheitsgebot en naar de Engelse real ale-dogma’s, maar daar wordt toch wel genuanceerder over gesproken en bovendien blijken klassieke Duitse ondergisters en dito Engelse bovengisters ook juist weer in opkomst, ook onder de “geeks”.

Te hoog van de toren

Dat er over België meer wrevel is dan over andere bierlanden zal voor een deel ook wel samenhangen met de houding van de Belgen zelf. Arrogantie en chauvinisme zijn onze zuiderburen nu eenmaal niet vreemd, en al helemaal niet als het op bier aankomt. Wat Nederlandse bierliefhebbers al allemaal niet hebben moeten horen over hun bier, door ongeïnformeerde Belgen die het niet eens wíllen proeven – dat heeft kwaad bloed gezet, ook bij mij. België heeft jarenlang ontzettend hoog van de toren geblazen en dan is het niet verwonderlijk dat men er dan bij de kippen bij is als blijkt dat die toren wankelt. Verderlezen…

Bier proeven: twee keer dubbel

Verleden week was ik nog ‘ns bij de Bierkoning in Amsterdam, waar ik alcoholvrij bier aanschafte, waarover later meer. De majesteit zelve, Jan, nam de audiëntie af en vertelde over een merkwaardige avond onlangs, gewijd aan een vergeten bierstijl: dubbels had hij geproefd. Dubbels, bieren die hij anders zelden proeft. Het was geen onverdeeld genoegen geweest, maar in ieder geval interessant. Dat verdiende navolging.

dubbelNu, echt vergeten zijn dubbels natuurlijk niet, maar het zijn inderdaad niet de bieren waar de bierkoningen en -koninginnen van Nederland elkaar over appen, niet de publiekstrekkers op festivals, niet de bieren waar ikzelf over schrijf op dit blog over schrijf… Ik vond het streven dan ook sympathiek: nog ‘ns dubbels proeven, ze nog ‘ns ’n kans geven. Dubbels lijken op herfstbocken, maar zijn vaak wat gistiger en zo ook fruitiger. Zoet, daarom niet hip. Toch het proeven waard.

Twee Belgische dubbels

Dit weekend proefde ik twee dubbels, gewoon van de tap, want als je weet waar je wezen moet kan dat gewoon. Ik was bij proeflokaal De Kleine Deugniet in Alkmaar. Twee Belgische dubbels, want België is dubbelland, nog steeds.

De eerste dubbel die ik me liet intappen was de Tungri Dubbel van 7,5%. De naam is een verwijzing naar Tongeren en daar komt deze dubbel dan ook vandaan. De Tungri Dubbel is een dubbel die leunt op de karameltonen, een gebrande moutsmaak dus. Het bier bracht daardoor ook zeker die herfstbocken in herinnering. Toch ook wat rood fruit, dat zal het gist zijn geweest. Ik vond de balans zelf aangenaam, er was een subtiele kruidigheid (allspice, kaneel, nagel) die beide zoetigheden, die van karamel en die van fruitig gist, met elkaar verbond. Een smakelijk bier.

De tweede dubbel die ik dronk was Slurfke van brouwerij Van Honsebrouck (8,5%). Dit bier onderscheidde zich heel duidelijk van de Tungri en logenstrafte het vooroordeel, dat al die dubbels hetzelfde smaken. Gist was hier dominant, veel fruitiger was deze dubbel, zoet fruitig, prikkelend als een bananenmilkshake. Die banaanassociatie (vrij typisch voor Belgisch gist) deed me ook wel wat verlangen naar specerijen, het gistaroma had wel wat meer van kruidnagel mogen hebben, zoals in een goede weizen. De gebrande mouten sneeuwden wat onder, in plaats van koffie, karamel of cacao noteerde ik kokos op m’n viltje, wat ook wel weer verraste. Toch: zoeter dan mijn smaak was, en dat klopte met wat ik vooraf van allebéi deze bieren verwachtte.

Twee dubbels: een ontdekking

Twee dubbels, twee gistprofielen – twee keer een andere balans. Dat vooral maakte deze korte proeverij zo aardig. Er is nog genoeg te ontdekken in de oude, onhippe wereld van dubbels, en er valt ook best wat te genieten, als je ervoor in de stemming bent. Natuurlijk, of je nu fruit proeft of karamel, het is allebei zoet, maar wel ánders zoet. Karamel en kruidigheid kan ik echt best waarderen. Zo bezien is het maar goed dat ik in februari nog een reis door België zal maken – en er meer dubbels zal herontdekken.

Bier in Mechelen

Het lot heeft ’t zo gewild dat ik dikwijls terugkeer in Mechelen. Daardoor zie ik Mechelen vaak: niet als een foto van één bezoek wat jaren geleden, maar als ’n film waarin de scènes elkaar schokkerig, maar tenminste lineair opvolgen. Zo zie ik Mechelen veranderen, ik kan er ontwikkelingen zien – en zulke ontwikkelingen zijn er ook in de beleving van bier in Mechelen.

Biercafés in stoelendans

Mechelen bierIn de Mechelse horeca is de laatste jaren veel ineens veranderd. Beroemde zaken als Den Akker en Den stillen genieter moesten hun deuren sluiten – met de laatste ging een legendarisch biercafé verloren. Ook het intieme praatcafé Borrel-Babbel stond even te koop, maar heeft na de overname gelukkig z’n karakter niet verloren. Of café d’Afspraak, ooit ’n plek voor toffe bieren en simpele vullende gerechten, nog wel echt open is durf ik niet meer te zeggen, zo vaak stond ik er voor een dichte deur.

De crisis trekt z’n littekens, zogezegd. Maar het echte schuiven is gelukkig de vernieuwing: er zijn nieuwe zaken bijgekomen op plekken waar je ze niet verwachten zou. Zo lijkt het een stoelendans van biercultuur: de vertrouwde plekken zijn verdwenen of door anderen bezet, maar andere lege stoelen zijn tegelijk weer opgevuld en dat levert de stad veel op. Niet dat Mechelen zich al meten kan met Brussel, maar er zit zeker schot in de Mechelse biercultuur. Verderlezen…

Wat hier staat, is van Marcel Plaatsman - van mij dus. Ik heb het geschreven, anders stond 't hier niet.