Tag België

1
Bier in Brussel
2
Niet om Mechelen heen
3
Ontronding rondom
4
Weer in Leuven
5
Pilsnijd
6
Taalgrenscontact
7
Sabine Vandeputte versus het Hollands
8
Hoge standaarden, echte talen
9
Ward Ruyslinck ging voorbij

Bier in Brussel

Deze week was ik in Brussel. Dat was heel aangenaam, ik zou iedereen dan ook aanraden mijn voorbeeld te volgen en spoedig ook ‘ns naar Brussel te gaan. Brussel kan bezoekers immers best gebruiken. Het bier in Brussel is een reisdoel op zich, maar Brussel is natuurlijk ook leuk om de mooie vergezichten, de oude straatjes, de goede restaurants, de groene parken en de tweetaligheid waardoor alles ’n beetje meer lijkt te vloeien. Ga er maar heen, dus, u overleeft het wel.

Bier drinken in Brussel

Wie in Brussel is hoort er bier te drinken, daar zijn de gidsjes het wel over eens. België heeft in de toeristische handboeken immers het cliché “bierland” meegekregen en de hoofdstad moet dan wel aan dat cliché voldoen, nietwaar? Het aardige nu is dat Brussel de clichés logenstraft. Ja, er is bier, maar de clichébieren uit de gidsjes (Leffe Blond, Westmalle Tripel, BelleVue Kriek) zijn er nu juist niet de meest typische. Brussel is de stad van de wilde gisten, van zure kriekbieren in plaats van aangezoete rommel, het is de stad van lambiek en geuze en sinds kort is het ook de stad van de IPA. Daarmee ontglipt Brussel de clichés over Belgisch bier als bier dat zoet, alcoholisch en goed beschouwd vooral een mode uit de jaren tachtig is. Verderlezen…

Niet om Mechelen heen

Mechelen rondleidingToen ik Mechelen voor de allereerste keer bezocht werd ik er meteen ten huwelijk gevraagd, maar dat was door een verwarde Afrikaanse die geen Nederlands sprak. Zij kon toen ook niet weten, en ik evenmin, dat ik jaren later een Mechelse schoonfamilie zou hebben, een familie die zij niet kende, maar ik nu dus wel; om Mechelen kom ik tegenwoordig niet meer heen.

Nu is dat wel het lot dat Mechelen beschoren lijkt: mensen gaan om de stad heen, over snelwegen, met de trein gaan ze er soms zelfs dóórheen, zelden is het hun eindbestemming. Dat is het ook voor mij niet en mijn vriendin, die er toch geboren is, woont nu alweer jaren in Alkmaar. Maar als wij Mechelen bezoeken, dan doen we dat niet vluchtig, en eigenlijk is Mechelen van iedere tocht beneden de rivieren toch de bestemming. Dat zou Mechelen voor meer mensen moeten zijn, want Mechelen is mooi.

Mechelen als middelpunt

Zowel in positieve als in negatieve zin valt Mechelen wel met het Nederlandse Utrecht te vergelijken. Het is een stad die midden in haar land ligt, en er toch het centrum niet van is. Het is een stad met veel historie en veel bezienswaardigheden, een aartsbisdom en een spoorwegknooppunt, maar het is ook een stad die mensen vooral passeren, omdat ze er denken dat er niks te beleven is. Zelfs de details kloppen: net als Utrecht heeft Mechelen een kloeke kathedraaltoren midden in het centrum staan en met een beetje fantasie kun je zelfs de houten vlonders in de Dijle met de Werfkelders aan de grachten vergelijken… Verderlezen…

Ontronding rondom

Er zijn onnoemelijk veel manieren waarop talen veranderen kunnen, en onnoemelijk veel van die manieren zijn klankverschuivingen. Een lange aa kan een oo worden, of een ee, een ie kan een ij worden, een oe een ou, of een uu – alles lijkt wel mogelijk. Het zou maar raar zijn, om voor een bepaalde klankverschuiving een voorkeur te hebben. Toch heb ik die. Ik heb een zwak voor ontronding.

Ontronding, een modelverschuiving

Ontronding is een klankverschuiving die model kan staan voor hoe klankverschuivingen werken, en waarom ze mooi zijn. Klankverschuivingen voltrekken zich namelijk regelmatig (als “lijken” tot “laaiken” wordt, dan wordt “blijken” ook “blaaiken”), ogenschijnlijke uitzonderingen zijn altijd te verklaren, de verschuiving laat zich als een wiskundige formule samenvatten. Bij ontronding wordt dat in één keer inzichtelijk gemaakt, alsof deze klankverschuiving er is om studentjes taalkunde in te wijden in de wondere wereld van klankverschuivingen. Verderlezen…

Weer in Leuven

LeuvenVorige week zaterdag was een grauwe dag. De lucht hing als een dikke plak boven het dal, er was geen tint aan, alles was van dezelfde stenige kleur daarboven en in de stad rook het plakkerig, naar mout en naar diesel. De moutgeur was dezelfde als altijd, ik geloof dat ze Leffe brouwden, wat het nog plakkeriger maakte allemaal – het was het weekend vóór InBev die andere brouwreus overnam en vóór een week waarin het alleen maar regenen zou. Ik was weer in Leuven.

De schoonheid van Leuven heb ik de afgelopen jaren meerdere keren opnieuw ontdekt, omdat ze steeds anders is dan je verwacht, en ook wel omdat ze verandert. Het Fochplein is geen Fochplein meer en ik ben geen student. Sommige straten zijn autovrij geworden. Fietsers zijn steeds meer gaan durven en waarschijnlijk ook wel meer gaan mogen. Fiere Margriet is kwijt, ik weet niet waar ze is. Wel werd mij bevestigd, door ’n meisje in een café waar ik ooit elke week wel kwam, dat Kotnet nog steeds traag en raar is, al zal het vast zo traag en raar niet meer zijn als toen ik het nog gebruikte voor internetruzies en onwennige liefde in m’n eentje. Verderlezen…

Pilsnijd

Leuven in last: de organisatie van Marktrock, een jaarlijks muziekfestival op de Oude Markt van deze Vlaamse studentenstad, heeft laten weten dat het sponsorcontract met Stella dit jaar is ingeruild voor een contract met Maes. Dat is nieuws. Dat is zelfs reden tot zorg, vinden veel Leuvenaars. Want Stella Artois is het Leuvense pils, niet Maes, dat komt uit de buurt van Mechelen en bovendien is het heel vies. Tenminste, dat is wat je er nu over leest.

Marktrock-stella-maes

Marktrock in tijden van Stella. Foto: Wim Deprez, Wikimedia Commons

België mag in Nederland dan voornamelijk met klassieke tripels en bijzondere traditionele bieren geassocieerd worden, eerst en vooral is België, net als Nederland, een pilsland. Pils is het meestgedronken biertype en pils is voor menig bierdrinker ook onderdeel van zijn identiteit. De kroegdiscussies die je in Nederland soms hoort over Heineken, Hertog Jan en Grolsch gaan in België over Stella, Jupiler, Cristal en Maes. O, en over Primus, soms, over Bockor misschien – enfin, over lokale pilsjes die horen bij de lokale identiteit, want in België is alles lokaal.

Maes vs. Stella: volmoutpils of marketingmaïs?

Het imago van ’n pilsje is vaak meer van marketing afhankelijk dan van de smaak, dat weet de doorgewinterde bierliefhebber natuurlijk best. Bij blindproeverijen zijn de verschillen tussen die pilsjes minimaal. Stella op Marktrock, Maes op Marktrock – maakt het nou echt zo veel uit? Wat is het profiel van beide bieren? Verderlezen…

Taalgrenscontact

Over taalcontact valt veel te zeggen, daarom wil ik er ook over bloggen, zeker sinds mijn aankondiging van februari. Toen mijmerde ik al even over België, ons buurland dat wel een ideale kweektuin voor taalcontact lijkt, met z’n taalgrens en z’n taalstrijd. Want waar grenzen zijn, daar is strijd, maar natuurlijk ook beïnvloeding en die beïnvloeding is in België snel gevonden.

taalcontact

Nederlandstaligen zijn natuurlijk in de eerste plaats in de invloed van het Frans op het Nederlands geïnteresseerd. Die is in Vlaanderen op alle niveaus merkbaar en gaat zelfs dieper dan de argeloze Nederlander op ’t eerste gehoor zou vermoeden. Verderlezen…

Sabine Vandeputte versus het Hollands

Vlaanderen.svgEergisteren schreef ik over talen met verschillende stijlregisters voor verschillende gelegenheden: een standaardtaal voor formele, een spreektaal voor informele situaties. Eergisteren verscheen op de website van de VRT een column van hun correspondente in Nederland, Sabine Vandeputte. Zij schrijft over Vlaams versus Hollands en lijkt daarmee, ongetwijfeld onbewust, zelfs op mijn blog te reageren: “Spreek één taal en hou je eraan,” stelt ze. “Spreek Nederlands als Vlaming of spreek je dialect. Maar ga die twee niet mengen.” Een duidelijk pleidooi tegen de Tussentaal, zoals die alledaagse Vlaamse spreektaal meestal genoemd wordt.

Op zich is er weinig nieuws onder de zon, er wordt wel vaker kritisch over de Tussentaal gesproken. Vanouds was het ideaal immers dat Vlaanderen en Nederland dezelfde standaardtaal zouden gebruiken en de Tussentaal wordt als een bedreiging voor dat ideaal gezien. Stel nu dat die Tussentaal zich ontwikkelt tot een eigen Vlaamse standaard…?

Sabine Vandeputte kiest verrassend genoeg een andere benadering in haar strijd tegen Tussentalen. Verderlezen…

Hoge standaarden, echte talen

Het einde van oktober wachtte ik af in Praag. Een heerlijke stad, zolang je maar uit het toeristisch centrum wegblijft, en voor mij ook een taalbad, want ik leer Tsjechisch. Maar welk Tsjechisch heb ik nu in Praag geleerd, was dat wel hetzelfde Tsjechisch als in de cursus? Tsjechië is een land waar tweetaligheid norm is: de standaardtaal verschilt er van de spreektaal, en welk van de twee je gebruikt, hangt van de situatie af, of, in mijn geval, van je cursus.

Natuurlijk was het geen verrassing, ik wist wat mij te wachten stond. Over de Tsjechische taalsituatie is het nodige geschreven en ik lees het liefst alles wat er over het Tsjechisch geschreven is. Ik ken de afwijkingen, ik weet welke naamvallen er in de spreektaal vereenvoudigd worden en ik weet ook dat ze op het tv-journaal nog echt dobrý zeggen en niet dobrej. Ik heb het allemaal thuis kunnen lezen. Soms las ik zelfs dat de Tsjechische situatie uniek is.

Verderlezen…

Ward Ruyslinck ging voorbij

Mijn vader is ooit een lezer geweest. Hij las als kind elke dag en heel veel, dat heeft hij mij verteld. Tegenwoordig leest hij zelden nog boeken. Wel print hij het internet uit, dat hoort bij zijn generatie.

Toen ik interesse kreeg in de grotemensenliteratuur zocht ik in de boekenkasten thuis naar boeken om mee te beginnen. Er stond ’n Couperus die m’n moeder ooit van haar zus cadeau gekregen had: Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan…. Daar moest ik maar niet mee beginnen, zeiden de grote mensen. Gelukkig stond er ook iets van Ward Ruyslinck en dat hadden we niet gekregen, mijn vader had het boekje zelf gekocht.

Ik heb het boekje uit de kast gepakt en mijn vader er naar gevraagd. Het was een oud bibliotheekboek, “Afgeschreven” stond er, en Het reservaat. Veel had ‘ie er niet voor betaald. Waarom was het er, waarom had hij het gekocht? Verderlezen…

Wat hier staat, is van Marcel Plaatsman - van mij dus. Ik heb het geschreven, anders stond 't hier niet.