Tag Duits

1
Taalcontact: van ij en ui in Tsjechië
2
Taalcontact: een Tsjechisch schiereiland
3
Vijf plus 98
4
Hoge standaarden, echte talen
5
Taal in Luxemburg
6
Duitse humor

Taalcontact: van ij en ui in Tsjechië

De allereerste klankverschuiving, waarvan ik mij het bestaan realiseerde, moet de oude Nederlandse verschuiving van “ie” naar “ei”, geschreven “ij”, zijn geweest, en daaraan parallel die van de oude “uu” naar de “ui”. Het is een verschuiving die je in de spelling nog ziet, die “ij” van ons is eigenlijk een lange “i”, en ook de “ui” is eigenlijk gewoon een lange “u”, met dan de -i als verlengingsteken erachter.

IJ en UI in het Tessels

TesselsDat ik me hiervan al zo vroeg bewust werd (ik was ’n kind nog) had alles met het Tessels te maken, het dialect van mijn familie aan vaders kant. In dit dialect is de bewuste klankverschuiving nog niet voltrokken, mijn oma sprak woorden als “kijken”, “tijd” en “rijst” met een i-klank uit, en haar huis noemde ze een huus. Zelf zeg ik wel “tijd” en “huis”, tenzij ik Tessels spreek; de klankverschuiving bevindt zich in mij, als het ware, en in mijn vader, we staan met één been in de oude tijd, van tied en huus, en met één been in de nieuwe van het Standaardnederlands. Verderlezen…

Taalcontact: een Tsjechisch schiereiland

Over taalcontact schreef ik eerder al, maar toen bleef ik binnen ons eigen Nederlandse taalgebied, op ’n paar zinnetjes over Belgisch Frans na. Maar taalcontact is overal, ook in andere taalgebieden. Zelf ben ik wel gecharmeerd van het zichtbare taalcontact in het Slavisch van Bohemen: het Tsjechisch, de taal waarin je het hart van Europa hoort kloppen.

Duits-Tsjechisch-taalcontact

Het Duitse taalgebied in 1910. Bron: Wikimedia Commons

Tsjechië ligt als een soort schiereiland in het Duitse taalgebied. Het is een westelijke voorpost van de Slavische taalfamilie die in het oosten zo dominant is. Op de moderne landkaarten valt het nog redelijk mee, omdat Duitsland na de Tweede Wereldoorlog zoveel gebied moest afstaan aan Polen en de Sovjet-Unie – een kaart van vóór de twee grote oorlogen laat zien dat het Tsjechische schiereiland veel dieper in de Duitse zee stak, en er welhaast door werd verzwolgen. Dat de taal toch stand heeft gehouden is een klein wonder. Verderlezen…

Vijf plus 98

Het telwoord van de week is natuurlijk vijf plus 98. Dat zou volgens Tarik Z., de man die gister binnendrong in de studio van de NOS, het aantal hackers zijn dat hij vertegenwoordigde. Voorlopig lijkt er niet veel van waar te zijn, ook ik kan er niet meer over zeggen, maar dat getal, vijf plus 98, fascineert me.

Vijf plus 98, dat is natuurlijk 103. De formulering van Tarik Z. is hoogst merkwaardig, al zullen de meeste mensen zich vooral aan andere merkwaardigheden gestoord hebben (terecht natuurlijk, maar ik ben nu eenmaal een taalliefhebber). Waarom schreef hij niet gewoon 103? Mogelijk bedoelde hij dat er 98 hackers waren, en vijf gewapende mannen in het gebouw, zoals hij verderop in zijn dreigbrief suggereert, maar “vijf plus 98” kan natuurlijk ook een stilistische keuze zijn.

Four and twenty blackbirds

Er bestaat een klassiek Engels kinderversje, Sing a Song of Sixpence, waarin gerept wordt van four and twenty blackbirds. Verderlezen…

Hoge standaarden, echte talen

Het einde van oktober wachtte ik af in Praag. Een heerlijke stad, zolang je maar uit het toeristisch centrum wegblijft, en voor mij ook een taalbad, want ik leer Tsjechisch. Maar welk Tsjechisch heb ik nu in Praag geleerd, was dat wel hetzelfde Tsjechisch als in de cursus? Tsjechië is een land waar tweetaligheid norm is: de standaardtaal verschilt er van de spreektaal, en welk van de twee je gebruikt, hangt van de situatie af, of, in mijn geval, van je cursus.

Natuurlijk was het geen verrassing, ik wist wat mij te wachten stond. Over de Tsjechische taalsituatie is het nodige geschreven en ik lees het liefst alles wat er over het Tsjechisch geschreven is. Ik ken de afwijkingen, ik weet welke naamvallen er in de spreektaal vereenvoudigd worden en ik weet ook dat ze op het tv-journaal nog echt dobrý zeggen en niet dobrej. Ik heb het allemaal thuis kunnen lezen. Soms las ik zelfs dat de Tsjechische situatie uniek is.

Verderlezen…

Taal in Luxemburg

Luxemburgs

Gestapo-Denkmal met Frans en Luxemburgs, maar nu ‘ns zonder Duits…

Onlangs was ik in Luxemburg, ik schreef er al over op deze site. ’n Mooie stad met meerdere gezichten en ook meerdere tongen, want Luxemburg is meertalig. Dat is een troef, natuurlijk, economisch en misschien zelfs intellectueel, want meertaligheid maakt slim – maar wat mij betreft is het vooral ook een charme. Meertaligheid is in Europa geen zeldzaamheid, er zijn wel meer steden en streken waar talen naast elkaar bestaan (Friesland in eigen land, Brussel bij de buren), maar hoe de tweetaligheid wordt uitgewerkt verschilt nogal en de Luxemburgse oplossing is vrij uniek.

Meertalige gebieden zijn in de praktijk vaak teleurstellend eentalig: voor wie er niet te veel naar zoekt is Brussel toch vooral Franstalig en Friesland ook vooral Nederlandstalig. Er is een eerste taal en een tweede taal, gelijkwaardigheid is er maar zelden. In West-Europa wint vaak het Frans, in het oosten dikwijls het Russisch (zelfs zonder militaire steun): talen van handel en politiek, waar de lokale taal maar met moeite tegen op kan boksen.

In Luxemburg staat het Frans ook bijzonder sterk. Verderlezen…

Duitse humor

“Es is nicht zu Viel gesagt, wenn man behaubtet, in eben dem Grad, wie unser Jahrhundert alle vorigen an Aufklärung übertrift, übertreffe Deutschland alle übrigen Nationen daran.” Jawel, er is weer aandacht voor Duitsland op deze webstek, ’t zal eens niet. “De Duitsers overtreffen alle andere volken als ’t op Verlichting aankomt,” dat zou niet te veel gezegd zijn, vond ene Wilhelm Ludwig Wekhrlin in 1785.

Ik zal eerlijk zijn: tot gisteren had ik nog nooit van Wilhelm Ludwig Wekhrlin gehoord. Ik denk niet dat ik me daarvoor hoef te schamen, die man is al heel lang dood en niet een talent van het statuur van Goethe of Schiller. De canon gaat aan zulke mensen voorbij. Toch is hij wel interessant, al was het maar om wat hij in 1785 allemaal over Duitsland schreef.

Wekhrlins stuk met de titel “Die Vorzüge der Teutschen” begint met een opsomming van wat het Duitse volk allemaal voor verlichts ondernomen heeft. De doodstraf afgeschaft, heksenvervolgingen aan banden gelegd, de duivel verjaagd… Maar niet alles is groots, aldus Wekhrlin, wat Duitsland ontbeert is een hoog niveau in de Schone Kunsten. Toneel, literatuur, het was allemaal maar middelmatig in Duitsland. “Unsere Musik wird nimmer originell werden,” dat staat er echt.

Verderlezen…

Wat hier staat, is van Marcel Plaatsman - van mij dus. Ik heb het geschreven, anders stond 't hier niet.