Tag Meestnieuwnederlands

1
Proeven van taal: het zojuist gepresenteerd akkoord
2
Proeven van taal: Had bij de NOS
3
De tekstschrijver en correct Nederlands
4
Van gender en geslacht
5
Genderneuttaal
6
Hélène Devos en het kleine Nederlands
7
Laat hun toch
8
Dit is waarom, en wel hierom
9
Rollend taalcontact: de letter R
10
Een Wave van verengelsing

Proeven van taal: het zojuist gepresenteerd akkoord

Er is een regeerakkoord! Tegelijk is er ook interessante taal bij de NOS:

bijvoeglijk-naamwoord

“Het zojuist gepresenteerd akkoord”, daar ontbreekt voor mijn aanvoelen een -e. Ik zou zeggen: “het zojuist gepresenteerde regeerakkoord”. Nu gaat het om heel vers nieuws, dus dit kan een slordigheidje zijn; dat is de NOS natuurlijk vergeven. Maar er kan ook meer aan de hand zijn.

Sterke en zwakke bijvoeglijke naamwoorden

In het Nederlands eindigen bijvoeglijke naamwoorden meestal op een -e, tenzij ze tussen “een” en een onzijdig woord staan: “een mooi huis”, “een lang verhaal”, “een zojuist gepresenteerd regeerakkoord”. Ook als er helemaal geen lidwoord is, heeft het bijvoeglijk naamwoord deze vorm, maar alleen voor het-woorden: “Mooi huis hoor,” zeg je, maar ook: “mooie fiets.” Verderlezen…

Proeven van taal: Had bij de NOS

’n Taalobservatie duurt zo lang als de verwarring over een zin duurt. Neem nu dit nieuwsfeitje, over de Australische politie (rechts):

taal-bij-NOS

Ik las dat eerst anders. “De politie had de site kunnen overnemen,” voor mij betekent dat: ze hadden de gelegenheid, maar ze hebben het niet gedaan. “Hadden” in combinatie met “kunnen”, dat gebruik ik eigenlijk altijd in die betekenis: het kón, maar het gebeurde niet. Hier had een eenvoudige verleden tijd volstaan (“kon de site overnemen”), of een combinatie met “heeft” (“heeft de site kunnen overnemen”).

Dat bracht twee recente artikelen op Neerlandistiek.nl in herinnering, beide van de hand van Marc van Oostendorp, beide over een sonnet. Het eerste, over Nijhoffs De moeder en de vrouw, ging over het gebruik van de verleden tijd om ’n irrealis uit te drukken, waar ook het “had” dat ik meende te herkennen onder zou kunnen vallen (O, dat daar mijn moeder voer). Het tweede over een gedicht van Van Ostaijen, waarbij Van Oostendorp opmerkte dat eerst de voltooid tegenwoordige tijd werd gebruikt om over te gaan op de gewone verleden tijd, iets wat in dit nieuwsartikel ook had kunnen helpen (Meenge mooie meid heeft door de domme, lange nacht)

En dan had ik het hier ook nog over “kunnen overnemen” kunnen hebben, dat zou ik als Nederlander eerder opsplitsen: “over kunnen nemen”, zodat het werkwoordelijke deel bij elkaar staat. Maar een Vlaming zou daar anders over denken, daar is “kunnen overnemen” het meest gebruikelijk.

De tekstschrijver en correct Nederlands

Er zijn verschillende zaken die je als tekstschrijver goed moet kunnen. Dat SEO tegenwoordig erg belangrijk is (voor webteksten, in elk geval), dat kunt u elders op deze site al lezen. Dat enig talent om veel over hetzelfde te kunnen schrijven ook geen overbodige luxe is, dat spreekt redelijk voor zich (maar zie ook mijn verhaal over content en kwaliteit). Wat je ook moet kunnen, daar is iedereen het toch wel over eens, is correct Nederlands schrijven. Maar hoe belangrijk is dat nou echt?

taal tekstschrijverTaal: de regels of de natuur?

Ik ben een taalspecialist, maar dat betekent nou net niet dat ik me uitsluitend met correct taalgebruik bezighoud. Ik bekijk de taal ook op een wetenschappelijke manier, als een natuurfenomeen, taal kan (en mag) veranderen. Ik vind taalvariatie interessant, doe onderzoek naar dialect, heb zeker niet over alles meteen een oordeel klaar. Zo sta ik ook niet meteen afwijzend tegen zinnen als „hun staan daar”, ik vind ze eerst en vooral interessant en probeer zulk taalgebruik te analyseren.

Dat alles stelt een potentiële opdrachtgever vast niet meteen gerust. Iemand die dat gevreesde „hun” interessant vindt, kun je die het schrijven van correct Nederlands wel toevertrouwen? Ik zou zeggen van wel. Ik bestudeer allerlei taalverschijnselen zonder oordeel, maar dat kan ik niet zonder de norm dondersgoed te kennen. En ik pas de norm ook toe, want ik weet dat dat goed is voor mijn opdrachtgevers. Correct taalgebruik is namelijk echt belangrijk.

Correct taalgebruik: meer dan beleefdheid

In de gewone omgang, in de mails die we elkaar sturen bijvoorbeeld, is correct Nederlands vooral ’n kwestie van beleefdheid. Het staat netjes en het maakt het voor de ontvanger ook makkelijker leesbaar. Een halszaak is het niet, een tikfout wordt meestal niet erg gevonden, af en toe een slordigheidje vinden we in die context ook niet erg. Maar bij een professionele tekst ligt dat anders, daar is correct taalgebruik meer dan beleefdheid. Verderlezen…

Van gender en geslacht

In aanvulling op mijn eerdere blog over genderneutraal taalgebruik, is het misschien goed ook kort iets over die woorden gender en “geslacht” te zeggen. Dat woordje gender is er, volgens de pleitbezorgers van dat woord, omdat “geslacht” de lading niet dekt. Dat lijkt mij een verkeerde inschatting.

Gender is natuurlijk een Engels woord. Ook de argumenten voor gender komen uit het Engels. In die taal is het namelijk zo dat er twee woorden voor “geslacht” zijn, sex en gender, en die twee woorden hebben elk hun eigen connotatie. Sex is ons woord “sekse”, het slaat specifiek op het biologische geslacht. Gender is dan “hoe je je voelt”. Het is “geslacht” in de zin: daar hoor ik bij. Ook het woordgeslacht heet in het Engels bijvoorbeeld gender. Het gaat om een indeling die niet zuiver biologisch is.

De Nederlandse vertaling voor gender is “genus”. Dat woord kom je echter vrijwel uitsluitend in wetenschappelijke teksten tegen, ook wel in taalkundige (waar “genus” dan dus “woordgeslacht” betekent). Ook “sekse” is trouwens wat beperkt in gebruik. Dat komt omdat we een algemener woord hebben, “geslacht”, dat beide betekenissen kan hebben. En meer: als “geslacht” íets betekent, dan is het wel: “daar waar je bij hoort”. Ook een familie heet bijvoorbeeld wel “geslacht” (“het geslacht Plaatsman”, bijvoorbeeld). “Geslacht” heeft dus niet alleen een biologische betekenis, het is eerder omgekeerd: “geslacht” is eerder gender dan sex.

In het Nederlands is er dus keuze uit drie woorden, maar van die drie is “geslacht” het meest neutrale.

Genderneuttaal

genderneutraalHet staat niet op zichzelf en het zal allemaal ook wel ’n beetje aan de komkommertijd liggen, er was in ieder geval volop tijd voor bij de NOS, maar er is volop commotie over taal vandaag. Op Twitter heet zulks #ophef. Het gaat natuurlijk om de genderneutrale taal, die van “Dames en heren” nu zomaar Beste reizigers maakt. Hoe durft/durven de NS & onze beschaving gaat eraan, van die dingen.

Beste reizigers

Om maar bij het begin te beginnen: met beste reizigers lijkt mij niets mis. In Duitsland worden reizigers ook als Fahrgäste aangesproken en daar heb ik me nog nooit vragen bij gesteld. Het onderdeel van de NS dat zich met personenvervoer bezighoudt heet ook “NS Reizigers” en dat is prima, het zegt wat er bedoeld wordt. Hoewel “Dames en heren” natuurlijk een heel conventionele aanspreekvorm is, lijkt het me niet minder conventioneel om “Beste reizigers” te zeggen. ’n Beetje in de trant van “geachte aanwezigen”, “beminde gelovigen”, “dag kijkbuisvriendjes”.

Nou denk ik ook niet dat dáár de wrevel zit. Die zit eerder in de uitleg van de NS zelf. Met enige triomf – memorabele marketing – kondigt NS aan dat voortaan iedereen meedoet. Dat is blijkbaar nu niet zo en morgen trouwens ook niet, want dat Beste reizigers wordt pas over ’n paar maanden ingevoerd. Impliciet zegt de NS nu: “dames en heren” is discriminerend, maar we passen het pas aan na Sinterklaas. Daar kun je hypocrisie in zien, en je kunt er ook wel ’n rare kritiek in vermoeden, namelijk dat wie nog “dames en heren” zegt eigenlijk discrimineert. Verderlezen…

Hélène Devos en het kleine Nederlands

’n Oude Vlaamse uitdrukking, die mij door allerlei toevalligheden al dikwijls ter ore gekomen is, luidt: bijt niet de hand die u voedt. Ze wil zeggen: ga niet in tegen diegene, die je kost betaalt. ’n Waarheid natuurlijk; ik stoot als tekstschrijver mijn opdrachtgevers liever ook niet voor ’t hoofd. Maar om ’n andere reden dacht ik dit weekeinde nog ‘ns aan die uitdrukking.

Vlaanderen.svgDie reden was Hélène Devos. Hélène Devos is een actrice, één met krullen en grote ogen, volgens Het Parool toch heus van ’n uitzonderlijk type. Ze komt uit België, ik vrees dat zij vindt dat ze uit Vlaanderen komt. In Het Parool las ik over Hélène Devos. Ze liet zich er interviewen en bleek openhartig. Maar vooral zei zij – dat maakte mij schrijvende – dit:

Ik wil geen Nederlands kindje met een Hollands accent.

Verderlezen…

Laat hun toch

hunOver hun hoor je taalliefhebbers eindeloos. “Hun” is niet goed, tenminste, niet wanneer het als onderwerp wordt gebruikt. “Hun staan daar,” dat kan niet. Daar hoor je, dat weet u best, “zij” te schrijven en ook te zeggen. Weg met hun, klinkt het dan, “hun” is zelfs tweede geworden in de taalwedstrijd Weg met dat woord, net ná “diervriendelijk vlees” weliswaar, dat is blijkbaar nog erger, maar toch: “hun” is niet geliefd.

Het kunstmatige hun

De verontwaardiging betreft, voor de duidelijkheid, “hun” als onderwerp, dus het “hun” in deze zinnen:

  • Hun staan daar
  • Hun zeggen dat zo.
  • Ik ken die gasten wel, hun komen ieder jaar hier.

Er is nog een andere, oudere hun-verwarring. Daarbij gaat het om het verschil tussen “hen” en “hun”, een verschil dat ik, dat geef ik zonder schaamte toe, ook altijd even op moet zoeken in een achterkamer van mijn taalgevoel, en dat ik nooit in praktijk breng. Dat hoeft gelukkig ook niet, de normbepalers hebben het laten varen, omdat zij net als ik weten dat dat verschil volkomen kunstmatig is. Over dat “hun” gaat het hier niet, wie meer over deze kapitale grap van ’n oude grammaticus wil weten leze hier maar verder.

Hun zijn net als jullie

Hier gaat het over het echte, levende hun, dat in correct Nederlands de bezitsvorm is (“Dat is hun boek”), maar in de spreektaal van Nederland (niet van België) ook heel vaak als onderwerpsvorm wordt gebruikt. Op zichzelf is dat trouwens niet vreemd, dat een bezitsvorm, of die van een meewerkend fan wel lijdend voorwerp, als onderwerpsvorm wordt gebruikt. We zien het ook bij jullie: Verderlezen…

Dit is waarom, en wel hierom

WhyHet zichtbaarste taalcontact is toch wel ontlening. Dat een woord als “contact” van oorsprong on-Nederlands is zie je zelfs aan de spelling, met twee keer een c. Iets minder zichtbaar, maar minstens zo gewoon, is de leenvertaling. Zo is “leenvertaling” een letterlijke vertaling van het Duitse Lehnübersetzung. Noch tegen leenwoorden, noch tegen leenvertalingen heb ik groot bezwaar, maar sommige verbazen me wel.

Zo is er een wetmatigheid, dat leenwoorden pas echt succesvol worden als ze op de één of andere manier “beter” zijn dan het oorspronkelijke woord. Het leenwoord is bijvoorbeeld preciezer, of het geeft een extra nuance aan. Het klinkt toch anders om iets not done te noemen dan “onaanvaardbaar”. Vaak worden leenwoorden succesvol omdat ze korter zijn. Vooral Engelse leenwoorden zijn heerlijk kort. “Afdrukken” is én een mond vol, én ambigu. Dan zeg je toch eerder printen. Ik ook.

Waarom onze taal beter is

Verderlezen…

Rollend taalcontact: de letter R

De r is nog maar net uit de maand, of hij is alweer in het nieuws: bij de NOS ’n heel artikel, met geluid, en dat ter ere van een r-congres dat de komende dagen in Frisia gehouden wordt. Mooi natuurlijk, aandacht voor taal, maar niet helemaal verrassend, want de r mag zich al langer in bijzondere belangstelling verheugen en dat komt natuurlijk vooral door de vele manieren waarop die r in het Nederlands uitgesproken wordt.

Van Franse r tot Gooise r

r-uitspraakDe oorspronkelijke Nederlandse r is de rollende tongpunt-r. Het is de r die we wel kennen van het Spaans, van de Slavische talen, van de Schotten en als het goed is toch ook van onszelf of van onze naaste familie, want dit is nog altijd een heel alledaagse r in heel het Nederlandse taalgebied. In sommige streken concurreert deze r met de huig-r, die achter in de keel wordt gemaakt en die wel “Franse r” heet. Op televisie en onder mensen die hopen nog eens op tv te komen concurreert die r vooral met de Gooise r, de r waarvan voorspeld wordt dat die ooit de gewoonste r van Nederland gaat worden, maar dat ondertussen nog altijd niet is.

Aardig aan de namen van die r’en is dat ze topografisch zijn. Gooise r verwijst naar mediahoofdstad Hilversum, Franse r verwijst naar Frankrijk. Een minder gewone variant, de a-achtige r na een klinker (“bie-a”) wordt wel Duitse r genoemd, vooral als Achterhoekers hem maken. Kennelijk wordt daar de herkomst van die r’en gezocht. Dat doet vermoeden dat al die r’ en op de één of andere manier het resultaat van taalcontact zijn.

De r als taalcontact

Bij de NOS leren we dat we in het Nederlands alle r’en wel hebben, behalve die van een “briesend paard”, die in de Amazone voor schijnt te komen. Zelf mis ik ook nog de Tsjechische ř, die van Dvořák, een “natte r” die gemengd lijkt met de j- van journaal. In elk geval hebben we wel de Franse, Duitse en “Amerikaanse” r in ons Nederlands zitten en dat klopt met het vermoeden, dat die r’en het gevolg zijn van taalcontact. Verderlezen…

Een Wave van verengelsing

Wie over taal blogt ontkomt maar moeilijk aan het onderwerp verengelsing, waar iedereen wel een mening over heeft en waarvan iedereen ook verwacht dat ik er een mening over heb. Gelukkig heb ik die mening, en die mening is dat er met ’n leenwoord op z’n tijd niks mis is, maar dat nodeloos Engels aanstellerij is en domeinverlies van het Nederlands (bijvoorbeeld in het onderwijs of in de Amsterdamse horeca) een slechte zaak is. Geen heel originele mening verder, dus ook geen reden om veel over verengelsing te bloggen, maar soms kan ook ik me niet inhouden.

Nodeloos Engels

Laat ik eerst, voor ik mijn aanklacht begin, maar verduidelijken wat ik nou eigenlijk nodeloos Engels vind. Mij hoor je niet protesteren tegen een woord als “computer” en zelfs niet tegen staande uitdrukkingen als “not amused” of “what’s in the name”. Dat het Engels soms tegen het Nederlands aanschurkt, ach, dat is prima, taalcontact is immers een fascinatie van mij, en taalcontact is er met zoveel talen.

Nee, nodeloos Engels is Engels dat er niet is om te communiceren (voor “computer” is gewoon geen algemeen begrepen Nederlands alternatief), niet om een geestig understatement te laten vallen en ook niet om naar iets te verwijzen (Shakespeare citeren moet maar mogen), nodeloos Engels is er om geen reden dan dat Engels zelf. Kijk mij ‘ns hip doen, ik zeg iets in het Engels dat niet in het Engels hoeft. Mensen die “Oh my God” krijten in plaats van “o mijn God” of iets wat nog dichter bij henzelf ligt. Verderlezen…

Wat hier staat, is van Marcel Plaatsman - van mij dus. Ik heb het geschreven, anders stond 't hier niet.