Tag Nederlands

1
Hélène Devos en het kleine Nederlands
2
Wisselsporen in ’t Kooltuintje
3
Spelling voor rekkelijken en preciezen
4
Tarieven 2017
5
Taal proeven: Net zoals jou, Denk
6
Taal proeven: “dat” bij de NOS
7
Laat hun toch
8
Spelling De Hond: een nieuw voorstel
9
Taalcompetitie: Engels is beter
10
Rollend taalcontact: de letter R

Hélène Devos en het kleine Nederlands

’n Oude Vlaamse uitdrukking, die mij door allerlei toevalligheden al dikwijls ter ore gekomen is, luidt: bijt niet de hand die u voedt. Ze wil zeggen: ga niet in tegen diegene, die je kost betaalt. ’n Waarheid natuurlijk; ik stoot als tekstschrijver mijn opdrachtgevers liever ook niet voor ’t hoofd. Maar om ’n andere reden dacht ik dit weekeinde nog ‘ns aan die uitdrukking.

Vlaanderen.svgDie reden was Hélène Devos. Hélène Devos is een actrice, één met krullen en grote ogen, volgens Het Parool toch heus van ’n uitzonderlijk type. Ze komt uit België, ik vrees dat zij vindt dat ze uit Vlaanderen komt. In Het Parool las ik over Hélène Devos. Ze liet zich er interviewen en bleek openhartig. Maar vooral zei zij – dat maakte mij schrijvende – dit:

Ik wil geen Nederlands kindje met een Hollands accent.

Verderlezen…

Wisselsporen in ’t Kooltuintje

Onlangs werd ik, als vaste bezoeker van de onvolprezen website Neerlandistiek.nl, attent gemaakt op het bestaan van de nog jonge versvorm wisselspoor. Een wisselspoor is, zo schreef Bas Jongenelen daar, een vers waarbij de tweede regel oogrijmt op de eerste en de derde regel klankrijmt op de tweede. De rijmwoorden kunnen dus “ongelijk / hachelijk /ongeluk” zijn. Meestal is dat middelste rijmwoord een leenwoord, dat ogenschijnlijk rijmt op de eerste regel, maar in werkelijk klinkt als de derde.

Gisteren belandde ik nog eens in het Alkmaarse café ’t Kooltuintje en daar herinnerde ik mij deze versvorm. Die herinnering ontlokte me enige pennenvruchten die natuurlijk vooral aardig zijn voor wie ’t Kooltuintje beter kent, maar ook zonder die context wel als nogal buitenissige voorbeelden van wisselsporen kunnen dienen. Geheel in stijl zocht ik namelijk in ieder vers de grenzen van het genre op, zoals dadelijk zal blijken. Échte wisselsporen zijn het geen van alle…

1.

“Tellen in het Frans, dat vind ik niks,”
zo verzuchtte moedeloos Red Rix,
“ik kom nauwelijks verder dan tot dix!”

2.

Ik ging met pake eens uit rijden.
We kwamen toen in ’t Sallands Wijhe,
riep hij: “ik wist net dat soks bestie!”

3.

In helder Duits weerklonk: “Ich will jetzt saufen!”
maar Wicher, die serveerde hem La Chouffe,
toen was z’n antwoord helaas wel wat stroef.

4.

ja, Wicher en Colin die zochten vertier:
ze vonden in Brussel ’t concert van Garnier.
Van Frans hadden beide alleen geen idee…

5.

Staot ter weer sou ’n toerissie te sake,
sou fàn weit je “This beer here is fake!
seg ik: màn, je bier heit Zonnesteek!”

6.

Ach als dat mooie meisje nou ‘ns vroeg,
om achterop te zitten op m’n Puch…
maar nee hoor, eerlijk, lijkt me dat toch stug.

7.

’n Turk in Vlaanderen maakte mee:
men zei: “e gij! wad een klak, allez!”
hij zei: “nee, dít hier, dat is mijn fez.”

8.

Op zak had ik eigenlijk niet veel
en toch vroeg ik India Pale Ale
ik kon net het bonnetje betalen.

9.

“Wel aan,” zei ik, “genoeg gezeurd
geef mij nog eentje dan van Bird
die zijn het brouwen niet verleerd.

De wisselsporen zijn zonder titel en alle geschreven op 12 april 2017.

Spelling voor rekkelijken en preciezen

Ook op deze site gaat het wel eens over spelling. Spellingdiscussies horen er nu eenmaal bij als je met taal en taalgebruik bezig bent. Niet iedereen is daar overigens gelukkig mee, ik zeg ook graag dat er andere, interessantere onderwerpen zijn. Thuisdialectologie bijvoorbeeld. Maar vandaag wil ik er nog wel ‘ns op in gaan, om dan in ieder geval mijn eigen positie te verduidelijken.

spelling rekkelijken preciezenSpellingdiscussies zijn heel overzichtelijke discussies, die zoals zoveel discussies uiteindelijk altijd neerkomen op een strijd tussen rekkelijken en preciezen. De preciezen benadrukken dat spelfouten heel ernstig zijn, dat onderwijs en het consequent verbeteren van discussiepartners heilige middelen zijn om de spellingvrede te bereiken, dat wie slecht spelt z’n taal niet beheerst en zo verder. De rekkelijken zeggen dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen, klagen dat anderen hen op hun spelling verbeteren terwijl het over de inhoud moet gaan, en pleiten soms zelfs voor meer spellingvrijheid, waarover dadelijk meer.

Het belang van goed spellen

Behalve blogjes over bier, taal en andere liefhebberijen schrijf ik ook teksten voor opdrachtgevers. Daarnaast corrigeer ik teksten van anderen. Dat is mijn werk. Vanzelfsprekend besteed ik daarbij aandacht aan spelling. Veel van de teksten die ik schrijf zijn bedoeld om goed te scoren in Google en we weten dat teksten die goed gespeld zijn goed scoren, dat heeft Google zelf gezegd. Niet dat Google mijn teksten of die van anderen nakijkt op spelfouten, dat is niet zo, het effect is indirect: internetgebruikers kennen meer autoriteit toe aan correct gespelde webteksten, ze linken ze vaker, ze klikken langer door op websites die verzorgd en professioneel ogen en dat alles heeft weer effect op de score in Google. Verderlezen…

Taal proeven: Net zoals jou, Denk

De politieke beweging Denk staat weer ‘ns in het middelpunt van de aandacht. Nadat Sylvana Simons, die om een of andere reden door iedereen “Sylvana” wordt genoemd en zelden “mevrouw Simons”, de partij als ’n dief in de nacht de rug toekeerde, moest Denk met ’n verklaring komen en die is zojuist verschenen. In die verklaring staat een opmerkelijke taalfout. Verderlezen…

Taal proeven: “dat” bij de NOS

Naast langere blogs wil ik op deze site ook kortere opmerkingen gaan plaatsen, om van te proeven. Vandaag ’n merkwaardige zin bij de NOS: Dit is kasteel Himeji, dat staat op de werelderfgoedlijst.

taal-NOS

Die zin zou ik lezen als: op de werelderfgoedlijst staat vermeld dat dit kasteel Himeji is. Maar ik denk dat de NOS het anders bedoeld heeft. Het aardige is dat de oplossing heel eenvoudig is: verplaats staat naar achteren en de betekenis is duidelijk.

Laat hun toch

hunOver hun hoor je taalliefhebbers eindeloos. “Hun” is niet goed, tenminste, niet wanneer het als onderwerp wordt gebruikt. “Hun staan daar,” dat kan niet. Daar hoor je, dat weet u best, “zij” te schrijven en ook te zeggen. Weg met hun, klinkt het dan, “hun” is zelfs tweede geworden in de taalwedstrijd Weg met dat woord, net ná “diervriendelijk vlees” weliswaar, dat is blijkbaar nog erger, maar toch: “hun” is niet geliefd.

Het kunstmatige hun

De verontwaardiging betreft, voor de duidelijkheid, “hun” als onderwerp, dus het “hun” in deze zinnen:

  • Hun staan daar
  • Hun zeggen dat zo.
  • Ik ken die gasten wel, hun komen ieder jaar hier.

Er is nog een andere, oudere hun-verwarring. Daarbij gaat het om het verschil tussen “hen” en “hun”, een verschil dat ik, dat geef ik zonder schaamte toe, ook altijd even op moet zoeken in een achterkamer van mijn taalgevoel, en dat ik nooit in praktijk breng. Dat hoeft gelukkig ook niet, de normbepalers hebben het laten varen, omdat zij net als ik weten dat dat verschil volkomen kunstmatig is. Over dat “hun” gaat het hier niet, wie meer over deze kapitale grap van ’n oude grammaticus wil weten leze hier maar verder.

Hun zijn net als jullie

Hier gaat het over het echte, levende hun, dat in correct Nederlands de bezitsvorm is (“Dat is hun boek”), maar in de spreektaal van Nederland (niet van België) ook heel vaak als onderwerpsvorm wordt gebruikt. Op zichzelf is dat trouwens niet vreemd, dat een bezitsvorm, of die van een meewerkend fan wel lijdend voorwerp, als onderwerpsvorm wordt gebruikt. We zien het ook bij jullie: Verderlezen…

Spelling De Hond: een nieuw voorstel

Veel gesprekken over taal gaan eigenlijk over de Nederlandse spelling. Te veel, vind ik, er zijn echt wel boeiendere onderwerpen te bedenken dan spelling, en als het dan toch over spelling moet gaan, dan zijn er ook wel buitenissigere spellingen te bedenken dan de Nederlandse (die van het Engels, bijvoorbeeld!). Maar tegelijk is het ook wel begrijpelijk: als Nederlandstaligen hebben we met die spelling dagelijks te maken en bijna dagelijks vragen we ons af of we het nou wel goed doen.

Nederlandse spellingDe actualiteit van vandaag bracht een voorstel tot spellingswijziging, gedaan door Maurice de Hond in De Volkskrant. Dat voorstel vond ik toch interessant én buitenissig genoeg om hier te bespreken.

De Nederlandse spelling in het kort

We weten allemaal hoe de Nederlandse spelling er uitziet, of eruit ziet, er uit ziet – enfin, we kennen haar uiterlijke verschijning en we kennen ook onze twijfels. Op school hebben we het goede voorbeeld gekregen en sindsdien proberen we dat voorbeeld te volgen. Maar op welke principes die spelling stoelt wordt vaak niet uitgelegd. Verderlezen…

Taalcompetitie: Engels is beter

Nu het zomer is op het noordelijk halfrond moet en zal het ook komkommertijd zijn, zelfs al is deze zomer nieuwsrijker dan de gemiddelde winter, met om de haverklap aanslagen en dreigementen en politiek gekrakeel dat daarbij hoort of er niet los van wordt gezien. Nieuws te over, maar gekomkommerd wordt er, in ieder geval bij de NOS. Zo was daar deze week tijd voor ’n leuk mopje taalcompetitie. Dit is waarom Engels beter is. Of niet?

Waarom speechen Amerikanen beter dan Nederlanders?

speak americanDat was de kop boven het artikel: Waarom speechen Amerikanen beter dan Nederlanders? Het is een vraag met een vooronderstelling: Amerikanen speechen beter dan Nederlanders. ’n Beetje ’n gekke vooronderstelling, want zoiets valt eigenlijk niet te bewijzen, wat in het artikel dan ook niet wordt geprobeerd.

Speechen Amerikanen beter dan Nederlanders? Zelf houd ik niet zo van de emotionele stijl die je nu voorbij ziet komen, maar ik ben dan ook niet de doelgroep. Die doelgroep is de Amerikaanse kiezer. Wordt die bereikt? De cijfers doen vermoeden van niet, want de opkomst bij Amerikaanse verkiezingen is meestal schrikbarend laag. Zo bezien speechen de Amerikaanse politici dus helemaal niet zo effectief, hun Nederlandse collega’s weten meer volk op de been te krijgen. Maar laten we, omdat het komkommertijd is, net als de NOS maar even doen alsof de vooronderstelling juist is en de vraag serieus nemen.

Dit is waarom: Engels is beter

Verderlezen…

Rollend taalcontact: de letter R

De r is nog maar net uit de maand, of hij is alweer in het nieuws: bij de NOS ’n heel artikel, met geluid, en dat ter ere van een r-congres dat de komende dagen in Frisia gehouden wordt. Mooi natuurlijk, aandacht voor taal, maar niet helemaal verrassend, want de r mag zich al langer in bijzondere belangstelling verheugen en dat komt natuurlijk vooral door de vele manieren waarop die r in het Nederlands uitgesproken wordt.

Van Franse r tot Gooise r

r-uitspraakDe oorspronkelijke Nederlandse r is de rollende tongpunt-r. Het is de r die we wel kennen van het Spaans, van de Slavische talen, van de Schotten en als het goed is toch ook van onszelf of van onze naaste familie, want dit is nog altijd een heel alledaagse r in heel het Nederlandse taalgebied. In sommige streken concurreert deze r met de huig-r, die achter in de keel wordt gemaakt en die wel “Franse r” heet. Op televisie en onder mensen die hopen nog eens op tv te komen concurreert die r vooral met de Gooise r, de r waarvan voorspeld wordt dat die ooit de gewoonste r van Nederland gaat worden, maar dat ondertussen nog altijd niet is.

Aardig aan de namen van die r’en is dat ze topografisch zijn. Gooise r verwijst naar mediahoofdstad Hilversum, Franse r verwijst naar Frankrijk. Een minder gewone variant, de a-achtige r na een klinker (“bie-a”) wordt wel Duitse r genoemd, vooral als Achterhoekers hem maken. Kennelijk wordt daar de herkomst van die r’en gezocht. Dat doet vermoeden dat al die r’ en op de één of andere manier het resultaat van taalcontact zijn.

De r als taalcontact

Bij de NOS leren we dat we in het Nederlands alle r’en wel hebben, behalve die van een “briesend paard”, die in de Amazone voor schijnt te komen. Zelf mis ik ook nog de Tsjechische ř, die van Dvořák, een “natte r” die gemengd lijkt met de j- van journaal. In elk geval hebben we wel de Franse, Duitse en “Amerikaanse” r in ons Nederlands zitten en dat klopt met het vermoeden, dat die r’en het gevolg zijn van taalcontact. Verderlezen…

Wat hier staat, is van Marcel Plaatsman - van mij dus. Ik heb het geschreven, anders stond 't hier niet.