Tag pils

1
Kiezen voor Duits bier
2
Bierrecensie: Warsteiner Braumeister
3
Bier in Mechelen
4
Pleiten voor pils

Kiezen voor Duits bier

Vandaag zijn er verkiezingen in Duitsland. Hoewel er geen grote verschuivingen worden verwacht, hebben die verkiezingen toch al iets opgeleverd, namelijk dat er op tv meer aandacht is voor de Duitse cultuur. Helaas blijven programmamakers daarbij wel wat in clichés hangen, maar dat is nu eenmaal hoe het gaat in Hilversum. Gelukkig zijn er blogs. Hier, op mijn bierblog, zou ik ’n lans willen breken voor Duits bier.

De Duitse biercultuur

duits-bierOm nog maar even met het cliché te beginnen: Duits bier, dat is pils, in literpullen of in halve liters, met braadworsten erbij, gedronken door lieden met snorretjes en gekke petjes. Dat is zo ongeveer wat de televisie ons voorzet als het over Duitsers en bier gaat. Grote hoeveelheden, vooral, alsof het daar alleen om kwantiteit gaat. Dat is niet zo. Duitsers hebben in de regel juist veel oog voor de kwaliteit van hun bier en ze weten ook dat er, zelfs als ze zich beperken tot ondergistend blond bier, meer te proeven is dan pils.

Die laatste zin gaat veel Nederlanders het al dan niet gekke petje te boven, blijkbaar, want men heeft het hier, in navolging van de Angelsaksen, in toenemende mate over “lager”, terwijl wat wij meestal pils noemen ook maar ’n schim van het origineel is. De Duitser heeft z’n Helles (’n licht, blond bier van ondergisting), maar ook z’n Kellerbier, technisch gezien datzelfde bier maar dan nog niet droog uitvergist, troebeler en gelaagder. Er is Märzen en Bock, wat voller en hoger in de alcohol. Je kunt in deze ondergisters meer mout proeven dan alleen pilsmout, er zijn vele verschillende hopsoorten, er zijn verschillen in de rijping – er is een hele wereld te proeven en dat allemaal binnen één stijl die hier zo plat als “lager” weg wordt gezet.

En dan is er nog bovengistend bier, meestal Weizenbier, in het westen vaak ook Alt (zeker niet alleen in Düsseldorf!). Keulen heeft z’n Kölsch, ’n blonde bovengister. Er is de Gose uit Leipzig en Goslar: friszuur bier met zout en koriander. Hoofdstad Berlijn heeft met de Belgische hoofdstad z’n zure stadsbier gemeen (maar ook de gulheid met zoetigheden om dat zure te bederven). Als we ’t over regionale variatie gaan hebben, kunnen we met ondergisters ook nog wel even doorgaan: de Schwarzbiere uit het oosten, de rookbieren uit Bamberg en omgeving, het exportbier uit Dortmund, de opvallend hoppige pilsbieren uit het noorden… Duitsland leent zich als geen ander land voor bierreizen en ik heb er dan ook verschillende ondernomen. Verderlezen…

Bierrecensie: Warsteiner Braumeister

Warsteiner BraumeisterNadat ik vorige zomer voor pils pleitte, is er inderdaad ’n kleine pilsrevolutie gekomen, niet zozeer als gevolg van mijn pleidooi, maar als bevestiging. Kleine brouwers zijn echte pilseners gaan brouwen en de grote pilsmerken zijn op hun buurt begonnen de grenzen van de stijl te verkennen – van Gulpener tot Heineken. Toen ik zag dat Warsteiner Braumeister op de markt bracht, ter ere van 500 jaar Reinheitsgebot, dacht ik dan ook dat dit bier in die trend zou vallen.

De verwachting van pils

Duitsland is pilsland, meer dan Nederland, en ze kunnen er ook echt heel degelijk pils maken. De bitterheid van Jever is een prachtig voorbeeld van wat deze stijl, ook in grote hoeveelheden, vermag. De kleine brouwers met hun ongefilterde pilsjes zijn een lichtend voorbeeld voor iedere Nederlandse brouwer die zich aan pils wil wagen. Maar Warsteiner is toch niet helemaal wat je je bij Duits pils voorstelt. Het is een vrij slap, doordrinkbaar pils dat dichter bij Heineken en Jupiler ligt dan bij de goede Duitse voorbeelden.

Wat zou ik dan verwachten van Warsteiner Braumeister? Om eerlijk te zijn verwachtte ik iets als Brand UP, of misschien iets als Grolsch Extra Vers. Stiekem hoopte ik op een ongefilterd, hoppig pils in de beste Duitse en Tsjechische traditie. Iets dat ook door Gulpener gebrouwen had kunnen worden. Maar dat was meer hoop dan verwachting. Noch hoop, noch verwachting kwamen uit: Warsteiner Braumeister is geen pils. Verderlezen…

Bier in Mechelen

Het lot heeft ’t zo gewild dat ik dikwijls terugkeer in Mechelen. Daardoor zie ik Mechelen vaak: niet als een foto van één bezoek wat jaren geleden, maar als ’n film waarin de scènes elkaar schokkerig, maar tenminste lineair opvolgen. Zo zie ik Mechelen veranderen, ik kan er ontwikkelingen zien – en zulke ontwikkelingen zijn er ook in de beleving van bier in Mechelen.

Biercafés in stoelendans

Mechelen bierIn de Mechelse horeca is de laatste jaren veel ineens veranderd. Beroemde zaken als Den Akker en Den stillen genieter moesten hun deuren sluiten – met de laatste ging een legendarisch biercafé verloren. Ook het intieme praatcafé Borrel-Babbel stond even te koop, maar heeft na de overname gelukkig z’n karakter niet verloren. Of café d’Afspraak, ooit ’n plek voor toffe bieren en simpele vullende gerechten, nog wel echt open is durf ik niet meer te zeggen, zo vaak stond ik er voor een dichte deur.

De crisis trekt z’n littekens, zogezegd. Maar het echte schuiven is gelukkig de vernieuwing: er zijn nieuwe zaken bijgekomen op plekken waar je ze niet verwachten zou. Zo lijkt het een stoelendans van biercultuur: de vertrouwde plekken zijn verdwenen of door anderen bezet, maar andere lege stoelen zijn tegelijk weer opgevuld en dat levert de stad veel op. Niet dat Mechelen zich al meten kan met Brussel, maar er zit zeker schot in de Mechelse biercultuur. Verderlezen…

Pleiten voor pils

“Jij bent bierkenner, toch?” Als die vraag op me af komt voel ik dat ik mij moet verdedigen. Ik wil immers geen bierkenner zijn, of zytholoog, zoals je dat soms hoort noemen. Bier kun je niet kennen, bier kun je liefhebben. “Nee, ik ben een bierliefhebber,” zeg ik dan ook altijd. Gelukkig haalt de volgende vraag die hier haast standaard op volgt me ook zonder bescheidenheid wel van m’n voetstuk: “Hou jij nou van Heineken of van Amstel?” Bier, dat is immers in de eerste plaats pils, hoezeer de zelfverklaarde bierkenners ook anders beweren.

pils

Plaas aan ’t pils

Er is een tijd geweest dat ik pils irritant vond, misschien wel door gesprekjes als het bovenstaande. Onder bierliefhebbers is het ook bon ton om over pils stoere en ongenuanceerde dingen te zeggen. “Water met een kleurtje”, “commerciële flauwekul voor de massa” en “dat drink je niet, als kenner” – enfin, we kennen die wanen allemaal wel. Ik heb me er ook wel eens aan bezondigd. Maar inmiddels is dat anders. Ik houd nog steeds van nieuwerwetse bieren, maar meer en meer herwaardeer ik die oeroude en eerbiedwaardige bierstijl: het pils.

Pils en z’n geschiedenis

Hoe het gekomen is weet ik niet, maar op de één of andere manier heeft een heel bataljon aan zelfverklaarde bierkenners zichzelf wijsgemaakt dat pils iets nieuws is, “modern bier”, en dat speciaalbier “traditioneel” is. Die bewering schippert wat tussen halve waarheid en onwaarheid in. Pils is wel degelijk heel oud, het is ook ontzettend traditioneel, al wat er modern aan is dient de traditie en niet andersom. Tegelijk zijn de meeste speciaalbieren modern (tripels zijn er pas sinds de jaren 30, IPA met cascade-hop en aanverwanten pas sinds de jaren 70). Verderlezen…

Wat hier staat, is van Marcel Plaatsman - van mij dus. Ik heb het geschreven, anders stond 't hier niet.