Tag Texel

1
Tekstschrijver: commerciële teksten in dialect?
2
Zelf op zoek naar een taal om in te zingen
3
’n Tekening van de veerhaven
4
Afscheid van de veerboot Schulpengat
5
’n Uitstapje naar ’t Harlingers
6
Het Tessels van Keyser – en Karsten
7
Plat-Amsterdams in de ring van de geschiedenis
8
Boekrecensie: ’n thriller op ’n nep-Texel
9
Het eiland Eierland
10
Lange en korte ij in het Tessels

Tekstschrijver: commerciële teksten in dialect?

Wie dit blog met enige regelmaat bezoekt, of mij bijvoorbeeld op Twitter volgt, kan er moeilijk omheen kijken: ik houd mij bezig met het Tessels. Ik doe onderzoek naar het dialect, ik geef lezingen over dit dialect en ik treed op met verhaaltjes in het dialect. Het Tessels staat bij mij volop in de belangstelling en gelukkig niet alleen bij mij, dus ik kan rekenen op enthousiast publiek bij m’n Tesselse Taalpraatjes en bij wat ik nog meer met het Tessels doe. Maar kan ik er ook echt m’n werk van maken?

Tekstschrijver Tessels

Van lezingen en praatjes alleen kan ik niet leven, maar gelukkig bedruip ik mij als commercieel tekstschrijver. Dat doe ik bijna altijd in het Nederlands, soms in het Duits, vrijwel nooit in het Engels. En Tessels? Nou, heel soms gebeurt het me echt, dan word ik benaderd voor een tekstje in het Tessels. Sporadisch maar. Toch is het leuk om te doen en ik zou graag meer opdrachtgevers overtuigen om vooral voor teksten in het dialect te kiezen. Verderlezen…

Zelf op zoek naar een taal om in te zingen

Het dialect van Texel, het Tessels, staat volop in de belangstelling. Ik doe daar ook wel erg mijn best voor, om dat dialect weer onder de aandacht te brengen, maar het aardige is: ik ben niet de enige die daar zijn best voor doet. De Historische Vereniging Texel wist met de reeks dialectvoorstellingen Echt op sien Tessels de juiste snaar te raken en in navolging daarvan is er nu een bijzonder boek verschenen, Brief uut Eierlând, dat zich laat lezen als een poëtische zoektocht naar het wezen van dit dialect.

Lees verder op Neerlandistiek.nl

’n Tekening van de veerhaven

bootfile den helderDat de veerdienst tussen Den Helder en Texel me aan het hart gaat, bleek vorige week wel, toen ik hier stilstond bij de laatste overtochten van de veerboot Schulpengat. Dat was ’n blogje over nostalgie, over het verleden en mijn eigen herinneringen daaraan. Een week later gaat het vooral over de toekomst van de veerhaven. Want die is nog lang niet zeker.

De veerhaven als probleemgeval

De veerhaven van de Teso ligt in Den Helder, wat natuurlijk logisch is, want dat is de dichtstbijzijnde stad als je van Texel komt. In Den Helder is ook het ziekenhuis, het station, er zijn onderwijsinstellingen en je vindt er net wat meer winkels dan op Texel. Het is voor de eilanders wel praktisch dat ze zo’n stad dichtbij hebben (de andere Waddeneilanden liggen wat dat betreft toch een stuk verder van de noodzakelijke voorzieningen).

Hoe vanzelfsprekend die verbinding ook is, toch gaan er hier en daar stemmen op om de veerhaven te verplaatsen, naar Den Oever bijvoorbeeld. Daar heb je de A7 en dat is lekker praktisch voor Duitse caravans. Of zo. Het klinkt natuurlijk vrij belachelijk, die haven naar daar verplaatsen, waarom zou je het eiland willen afsluiten van het ziekenhuis en andere voorzieningen? Dat het vooral een provocatie is blijkt wel uit het antwoord op die vraag: daar moet dan maar ’n tweede veerdienst voor komen. Tja.

Maar waarom die provocatie? Verderlezen…

Afscheid van de veerboot Schulpengat

De Texelse boot, dat is niet altijd dezelfde boot. Dat heb ik als kind al geleerd. Toen ik nog heel jong was, waren er drie boten: Molengat, Marsdiep en Texelstroom. Tot gisteren waren er ook drie: Schulpengat, Dokter Wagemaker en Texelstroom – maar dan Texelstroom 2, het allernieuwste schip. Gisteren voer de oudste van het actuele drietal, de Schulpengat, voor de allerlaatste keer, zodat er vandaag nog maar twee boten zijn. Van de Schulpengat wilde ik graag afscheid nemen, dus toog ik gisteren naar de veerhaven.

De veerboot en mijn geheugen

Ik werd geboren in 1987, maar echte herinneringen heb ik natuurlijk niet aan mijn eerste jaren. De kleine eendeksbootjes – vaag heug ik ze, maar ik ken ze toch vooral van foto’s. Mijn herinneringen beginnen grofweg met de diensttijd van de Schulpengat en dus is van talloze herinneringen dit schip het decor. Het was dan ook echt nostalgie, die laatste overtocht van gisteren. De donkere salons, de rode stoelen van het rokersgedeelte, de waterkaart op de muur tegenover het buffet, de knoppen bij de deuren en de spiegeltjes die detecteerden of je er door liep… Het was allemaal herinnering. Die spiegeltjes, daar kon je een plakker overheen plakken, dan bleven de deuren openstaan. Wat vonden we onszelf dan grappig.
Verderlezen…

’n Uitstapje naar ’t Harlingers

Met enige regelmaat schrijf ik hier over dialect. Meestal over het Tessels, want daarnaar doe ik onderzoek. Deze maand permitteerde ik ’n uitstapje naar de mooiste stad van Friesland: ik schreef over het Harlingers. Het dialect van de stad van mijn opa, híj was ’n ouwe seun, zoals dat daar heet: ’n geboren Harlinger. Hoewel ik het dialect nooit van ‘m leerde, was dit uitstapje er toch ook in zijn nagedachtenis (want hij kon het wel spreken).

Wat ik in mijn onderzoekje wilde laten zien is dat het Harlingers niet zomaar Stadsfries is. Het is geen Leeuwarders-aan-Zee, nee, het is een Waddentaal. Het is Tesselser dan de rest. Of Vlielandser, Midslandser, Amelandser – kies maar. Bildtser ook. Misschien ook wel, maar dat zullen ze in Harlingen minder graag horen, ’n tikje Frieser. Waar het me om gaat: de ie.

Van ij en stem

Verderlezen…

Het Tessels van Keyser – en Karsten

De Heilige Schrift voor ieder die zich met ’t Tessels bezighoudt is natuurlijk het woordenboek van S. Keyser, uit 1951. Destijds de eerste echte studie naar de eilander taal, met woorden en uitdrukkingen en ook teksten in het Tessels. Er zijn maar weinig exemplaren van, er ééntje kopen maakt je in de regel honderden euro’s lichter, als je niet al door ’n overijverige eilander overboden wordt.

  • Tessels dialect

Gisteren vond ik ’t online voor vijf tientjes. “Als dat maar geen verfomfaaid exemplaar is,” dacht ik nog, toen ik ’t zonder veel aarzelen bestelde. Vandaag werd ’t bezorgd en nee: het is in uitstekende staat. Maar het is meer dan dat! Op de eerste pagina staat de naam van de vorige eigenaar, G. Karsten. Hij was de eerste die ooit een wetenschappelijke studie naar het West-Fries verrichtte. Dat geeft aan deze aankoop extra glans.

Plat-Amsterdams in de ring van de geschiedenis

Gisteren trof ik in de kringloopwinkel een boekje over het Amsterdams. Erg goed zag dat boekje er niet meer uit, de vorige eigenaar moet er weinig van gehouden hebben, maar ík was er blij mee. Het valt namelijk nog niet mee om bruikbare bronnen voor het Amsterdamse dialect te vinden, maar dit boekje, uit de reeks Taal in Stad en Land, geeft een goed overzicht en het vat ook bondig samen wat die bronnen zoal over het Amsterdams te melden hebben.

dscn1161Vanmiddag sloeg ik Het Parool open en daar was het toeval dan: een artikel over het zieltogende plat-Amsterdams. Zo had mijn vondst van gisteren nog nieuwswaarde ook. Ik kon er wel over gaan bloggen, vond ik. En zo geschiedde.

Oud Amsterdams en het Tessels

Mijn bijzondere interesse voor het dialect van onze hoofdstad komt voort uit mijn nog grotere interesse voor het Tessels, de taal van mijn familie, waar ik momenteel onderzoek na doe (zie Academia voor ’n voorpublicatie). Van het Tessels weten we dat het door het vroegere Amsterdams moet zijn beïnvloed. De eilanders hadden vroeger ook intensief contact met Amsterdam. Een goed beeld van het 17e eeuwse Amsterdams zou me dan ook helpen bij mijn Tesselse studie. Verderlezen…

Boekrecensie: ’n thriller op ’n nep-Texel

Thrillers lees ik eigenlijk nooit. Daar zou ik over kunnen zeggen dat dat uit verhevenheid is, uit dedain voor iets dat geen literatuur is of zo, maar zo zit het niet. Ik heb eigenlijk best interesse in misdaadverhalen. Ik mag bijvoorbeeld ook graag naar Tatort kijken, niet alléén omdat ik daar m’n Duits mee onderhoud. Dat ik nauwelijks thrillers lees komt vooral omdat ik weinig over het genre weet. En goed, dan toch enig dedain: ik voel me in de regel niet erg aangesproken door de manier waarop thrillers in de markt gezet worden. Ik denk dat uitgevers in mij niet hun doelgroep vermoeden.

TexelVerleden week las ik tóch een thriller. Dat kwam door Texel en door mijn vader. Mijn vader komt van Texel, dus dat verband is niet toevallig. “Hier,” zei hij, terwijl hij me het boek, door hem al gelezen, overhandigde, “misschien vind je ’t wat. Maar ’t is wel ’n nep-Texel.” Dat interesseerde me wel meteen, want zeker gaat Texel me aan het hart. De neiging van Texelaars, om alles wat ’n “overkanter” over hun eiland schrijft, grondig (en met argusogen) te willen inspecteren, is mij ook niet vreemd. Zo begon ik aan Drift, een thriller van Peter van Beek. Verderlezen…

Het eiland Eierland

Het noorden van het eiland Texel was ooit een eiland op zichzelf, Eierland. Eierland raakte na de middeleeuwen met Texel verbonden door een zanddijk en inmiddels zijn er grote, weidse polders tussen het oude Texel en het noordereiland. De geschiedenis had anders kunnen lopen, natuurlijk, dan was Eierland misschien nog wel een apart eilandje geweest, minstens zo geïsoleerd als Vlieland, met dan één dorp waar nu De Cocksdorp ligt, wat poldertjes langs de westkust en verder veel duin. De bekende rode vuurtoren stond dan op ansichtkaarten met daaronder Groeten van Eierland

Die verbeelding heb ik willen volgen toen ik verleden week een wandeling maakte over Eierland. Een extra eiland, tussen Texel en Vlieland in, nog plezierig rustig – zij het met wat wisselvallig weer. Dit fotoverslag is de uitwerking van die gedachte. Welkom op Eierland!

1.

De waddenkust van Eierland lijkt op die van Texel (deze eerste foto’s zijn dan ook stiekem nog bij Oost gemaakt). De Eierlanders vangen paling en andere vis.

2.

3.

4.

Langs de waddendijk is ruimte voor natuur en voor vergezichten. Bij helder weer kun je Vlieland goed zien liggen. Altijd is er de vuurtoren.

5.

6.

Verderlezen…

Lange en korte ij in het Tessels

Het dialect van Texel is ook het dialect van mijn familie. Als taal van herinnering gaat het me aan het hart, ook al weet ik best dat dit dialect verloren gaat. Het wordt maar minder en minder gesproken, zoals ook andere Waddentalen vergeten raken. Maar voor de herinnering maakt dat niet uit en ook voor de wetenschap niet, want het dialect is best aardig gedocumenteerd en op basis van die onderzoeken kan ik nog wel wat publiceren over dit Tessels.

Tesselse bronnen

tesselsDat nu is mijn ambitie: wetenschappelijke publicaties maken over dit verdwijnende dialect, zodat de gegevens die we hebben in een helder overzicht samen zullen komen. Ik wil alle klanken in klankwetten kunnen vangen, alle verbuigingen wil ik grijpen in grammatica, ik wil dat het Tessels beschreven raakt als een echte taal. Want een echte taal is het natuurlijk, ook een dialect is een systeem waarin alles samenhangt. Verderlezen…

Wat hier staat, is van Marcel Plaatsman - van mij dus. Ik heb het geschreven, anders stond 't hier niet.