Tag Waddeneilanden

1
Bierrecensie: Rampzalig (Vlielands bier)
2
’n Uitstapje naar ’t Harlingers
3
Boekrecensie: ’n thriller op ’n nep-Texel
4
Het eiland Eierland
5
Lange en korte ij in het Tessels
6
Een eigen gids voor Texel
7
Taalcontact: van ij en ui in Tsjechië
8
Een taalreis naar Lytje Pole

Bierrecensie: Rampzalig (Vlielands bier)

vlielands-bier

Het Texelse veerpontje naar Vlieland

Omdat ik zo van de Wadden houd, wordt mij wel ‘ns Waddenbier geschonken. Dat kan Texels bier zijn, maar als ’t meezit is het iets onbekends van één van de andere eilanden. Ik proef natuurlijk graag nieuwe dingen. Onlangs werd mij ’n flesje Vlielands bier bezorgd, met de weinig bemoedigende naam Rampzalig – dat kon alleen maar meevallen en dat deed het dan ook.

Wie brouwt Rampzalig?

Het etiket was niet direct geruststellender dan de naam. Het is mij niet helemaal duidelijk welke brouwerij ik aan dit bier moet verbinden. Het is gebrouwen bij de Naeckte Brouwers, dat stond er eerlijk op, en het adres wat vermeld werd moet ook dat van de Naeckte zijn (hoewel de postcode niet klopte). Een huurbrouwsel, maar hoe heet de huurder dan? Hun namen staan óók op het etiket: Henriëtte Waal en Bojan Bajic. Informatief – maar hoe heet nu hun brouwerij? Die noteerde ik dan maar als “naamloos”. Wat ook wel prettig mystiek is, natuurlijk, dat past vast bij ’t Wad.

Indrukken van ’n Vlielands bier

Hoewel het Vlielandse bier zichzelf dus liet ontmaskeren als ’n brouwsel uit Amstelveen, heb ik ’t toch geproefd als was het echt Vlielands. Dat kon ook best, want er was iets Waddenachtigs aan. Dat zat al in de geur: die was wat ijzerachtig, hard, met op de achtergrond dan, haast honigzoet, de weldadige moutigheid van ’t eigenlijke bier. Het Texelse water is ijzerachtig, dat is bekend (het maakt het goed houdbaar en dus was het erg geschikt voor de VOC-schepen, die het insloegen aan Oudeschild); het Vlielandse water kan dat ook wel wezen, dat zou de geur verklaren. Verderlezen…

’n Uitstapje naar ’t Harlingers

Met enige regelmaat schrijf ik hier over dialect. Meestal over het Tessels, want daarnaar doe ik onderzoek. Deze maand permitteerde ik ’n uitstapje naar de mooiste stad van Friesland: ik schreef over het Harlingers. Het dialect van de stad van mijn opa, híj was ’n ouwe seun, zoals dat daar heet: ’n geboren Harlinger. Hoewel ik het dialect nooit van ‘m leerde, was dit uitstapje er toch ook in zijn nagedachtenis (want hij kon het wel spreken).

Wat ik in mijn onderzoekje wilde laten zien is dat het Harlingers niet zomaar Stadsfries is. Het is geen Leeuwarders-aan-Zee, nee, het is een Waddentaal. Het is Tesselser dan de rest. Of Vlielandser, Midslandser, Amelandser – kies maar. Bildtser ook. Misschien ook wel, maar dat zullen ze in Harlingen minder graag horen, ’n tikje Frieser. Waar het me om gaat: de ie.

Van ij en stem

Verderlezen…

Boekrecensie: ’n thriller op ’n nep-Texel

Thrillers lees ik eigenlijk nooit. Daar zou ik over kunnen zeggen dat dat uit verhevenheid is, uit dedain voor iets dat geen literatuur is of zo, maar zo zit het niet. Ik heb eigenlijk best interesse in misdaadverhalen. Ik mag bijvoorbeeld ook graag naar Tatort kijken, niet alléén omdat ik daar m’n Duits mee onderhoud. Dat ik nauwelijks thrillers lees komt vooral omdat ik weinig over het genre weet. En goed, dan toch enig dedain: ik voel me in de regel niet erg aangesproken door de manier waarop thrillers in de markt gezet worden. Ik denk dat uitgevers in mij niet hun doelgroep vermoeden.

TexelVerleden week las ik tóch een thriller. Dat kwam door Texel en door mijn vader. Mijn vader komt van Texel, dus dat verband is niet toevallig. “Hier,” zei hij, terwijl hij me het boek, door hem al gelezen, overhandigde, “misschien vind je ’t wat. Maar ’t is wel ’n nep-Texel.” Dat interesseerde me wel meteen, want zeker gaat Texel me aan het hart. De neiging van Texelaars, om alles wat ’n “overkanter” over hun eiland schrijft, grondig (en met argusogen) te willen inspecteren, is mij ook niet vreemd. Zo begon ik aan Drift, een thriller van Peter van Beek. Verderlezen…

Het eiland Eierland

Het noorden van het eiland Texel was ooit een eiland op zichzelf, Eierland. Eierland raakte na de middeleeuwen met Texel verbonden door een zanddijk en inmiddels zijn er grote, weidse polders tussen het oude Texel en het noordereiland. De geschiedenis had anders kunnen lopen, natuurlijk, dan was Eierland misschien nog wel een apart eilandje geweest, minstens zo geïsoleerd als Vlieland, met dan één dorp waar nu De Cocksdorp ligt, wat poldertjes langs de westkust en verder veel duin. De bekende rode vuurtoren stond dan op ansichtkaarten met daaronder Groeten van Eierland

Die verbeelding heb ik willen volgen toen ik verleden week een wandeling maakte over Eierland. Een extra eiland, tussen Texel en Vlieland in, nog plezierig rustig – zij het met wat wisselvallig weer. Dit fotoverslag is de uitwerking van die gedachte. Welkom op Eierland!

1.

De waddenkust van Eierland lijkt op die van Texel (deze eerste foto’s zijn dan ook stiekem nog bij Oost gemaakt). De Eierlanders vangen paling en andere vis.

2.

3.

4.

Langs de waddendijk is ruimte voor natuur en voor vergezichten. Bij helder weer kun je Vlieland goed zien liggen. Altijd is er de vuurtoren.

5.

6.

Verderlezen…

Lange en korte ij in het Tessels

Het dialect van Texel is ook het dialect van mijn familie. Als taal van herinnering gaat het me aan het hart, ook al weet ik best dat dit dialect verloren gaat. Het wordt maar minder en minder gesproken, zoals ook andere Waddentalen vergeten raken. Maar voor de herinnering maakt dat niet uit en ook voor de wetenschap niet, want het dialect is best aardig gedocumenteerd en op basis van die onderzoeken kan ik nog wel wat publiceren over dit Tessels.

Tesselse bronnen

tesselsDat nu is mijn ambitie: wetenschappelijke publicaties maken over dit verdwijnende dialect, zodat de gegevens die we hebben in een helder overzicht samen zullen komen. Ik wil alle klanken in klankwetten kunnen vangen, alle verbuigingen wil ik grijpen in grammatica, ik wil dat het Tessels beschreven raakt als een echte taal. Want een echte taal is het natuurlijk, ook een dialect is een systeem waarin alles samenhangt. Verderlezen…

Een eigen gids voor Texel

TexelOver Texel kan ik wel blíjven schrijven. Het eiland van mijn familie gaat me blijkbaar zo aan het hart dat op de ene zin bijna automatisch een andere volgt, hele hoofdstukken kan ik zo bij elkaar tikken en als ik, immers tekstschrijver van beroep, daar nou vaak de opdracht toe zou krijgen zou ik dat ook doen. Maar goed, dat gebeurt me dus niet zo vaak, dat is toch een klein beetje jammer (al zijn genoeg andere onderwerpen óók best leuk).

Tips voor Texel

Maar onlangs dus overkwam het geluk me, mij werd gevraagd wat tips voor Texel op papier te zetten, ditmaal door mijn schoonfamilie, die helemaal niet van Texel komt, maar uit België. Ach, een lijstje met wat tips, een luchtig kaartje – zó was het gebeurd en met hen mee verheugde ik me op hun kennismaking met Texel, want Texel is toch mooi, zeker ook voor Belgen voor wie het eiland, dat stel ik mij zo voor, weer net iets exotischer is dan voor Nederlanders.

Maar tips voor Texel zijn nog geen gids. Toen ik die tips opschreef bedacht ik, dat ik mezelf toch méér plezier zou doen door een hele gids te schrijven. Een gids die dan in ieder geval door vrienden, kennissen en schoonfamilie kan worden gebruikt, maar ook door de lezers van dit blog. Een eigen gids voor iedereen. Verderlezen…

Taalcontact: van ij en ui in Tsjechië

De allereerste klankverschuiving, waarvan ik mij het bestaan realiseerde, moet de oude Nederlandse verschuiving van “ie” naar “ei”, geschreven “ij”, zijn geweest, en daaraan parallel die van de oude “uu” naar de “ui”. Het is een verschuiving die je in de spelling nog ziet, die “ij” van ons is eigenlijk een lange “i”, en ook de “ui” is eigenlijk gewoon een lange “u”, met dan de -i als verlengingsteken erachter.

IJ en UI in het Tessels

TesselsDat ik me hiervan al zo vroeg bewust werd (ik was ’n kind nog) had alles met het Tessels te maken, het dialect van mijn familie aan vaders kant. In dit dialect is de bewuste klankverschuiving nog niet voltrokken, mijn oma sprak woorden als “kijken”, “tijd” en “rijst” met een i-klank uit, en haar huis noemde ze een huus. Zelf zeg ik wel “tijd” en “huis”, tenzij ik Tessels spreek; de klankverschuiving bevindt zich in mij, als het ware, en in mijn vader, we staan met één been in de oude tijd, van tied en huus, en met één been in de nieuwe van het Standaardnederlands. Verderlezen…

Een taalreis naar Lytje Pole

Stervende talen vertederen me wel eens, maar stervende eilanddialecten gaan me aan het hart. Dat komt natuurlijk omdat ik geen taal zo lief heb als het Tessels, het opgewekte eilanddialect dat mijn oma me leerde; het komt vast ook omdat ik gewoon van eilanden houd, van het wad en hoe de maan daarop skinstert in de nacht, en omdat ik houd van de mensen die in dat wad voortleven, het kustvolk dat maar duurt en duurt, en dat een taal verdient.

Ik schrijf dit in een café op Schiermonnikoog. Boven de muziek in ’t Engels uit kakelt een tafel badgasten over het Belgisch van Verhulst en over zichzelf vooral. Aan de bar wordt een westelijk Nederlands gekout dat bij geen stad hoort, en ogenschijnlijk ook niet bij de eilanders die het spreken. Buiten is het duisterder dan waar ook in Nederland. Op dit eiland kruipt een oude taal de vergetelheid in, en ik ben hier om daar naar te kijken.

Eilaunders, zo heet die stervende taal. Verderlezen…

Wat hier staat, is van Marcel Plaatsman - van mij dus. Ik heb het geschreven, anders stond 't hier niet.