Vijf plus 98

Het telwoord van de week is natuurlijk vijf plus 98. Dat zou volgens Tarik Z., de man die gister binnendrong in de studio van de NOS, het aantal hackers zijn dat hij vertegenwoordigde. Voorlopig lijkt er niet veel van waar te zijn, ook ik kan er niet meer over zeggen, maar dat getal, vijf plus 98, fascineert me.

Vijf plus 98, dat is natuurlijk 103. De formulering van Tarik Z. is hoogst merkwaardig, al zullen de meeste mensen zich vooral aan andere merkwaardigheden gestoord hebben (terecht natuurlijk, maar ik ben nu eenmaal een taalliefhebber). Waarom schreef hij niet gewoon 103? Mogelijk bedoelde hij dat er 98 hackers waren, en vijf gewapende mannen in het gebouw, zoals hij verderop in zijn dreigbrief suggereert, maar “vijf plus 98” kan natuurlijk ook een stilistische keuze zijn.

Four and twenty blackbirds

Er bestaat een klassiek Engels kinderversje, Sing a Song of Sixpence, waarin gerept wordt van four and twenty blackbirds. Poëtisch, sprookjesachtig – de volgorde die hier gebruikt wordt straalt iets uit wat het gewone “twenty-four” niet zou doen. Tariks vijf plus 98 deed me er aan denken, alleen is er met four and twenty nog iets anders aan de hand. Wie vaak in het Engels denkt zal er misschien niet meteen bij stilstaan, maar toch is deze in het Engels zo poëtische volgorde in het Nederlands juist de gewone: “vierentwintig”.

Die vijf en 98 hackers zouden voluit “vijf en achtennegentig” geschreven worden, of misschien wel als “vijfenachtennegentig”, als we het werkelijk als een nieuw telwoord interpreteren. Een omslachtige manier van tellen, maar wel één die verdacht veel op de gewone Nederlandse manier van tellen lijkt. Grote getallen als 18.689 worden immers ook uitgesproken als “achttienduizendzeshonderdnegenentachtig”. Dat is niet poëtisch meer…

De meeste talen wereldwijd tellen op de Engelse manier, en niet zelden nog consequenter. Engelsen zeggen nog dingen als “sixteen”, niet “teen-six”, maar grote talen als het Chinees tellen wel zo en ook in de meeste Europese talen zien we die volgorde terugkomen. Onderzoek leert dat zo’n logische, wiskundige manier van tellen kinderen ook echt een voorsprong geeft bij de rekenles.

In Duitsland, waar natuurlijk net zo geteld wordt als bij ons, bestaat een vereniging die streeft naar een taalhervorming, Verein Zwanzigeins. De eis is helder: het Duits zou ook wiskundig moeten tellen, het oude systeem is te omslachtig. Het klinkt als geofictie (of “talenstellen” natuurlijk): een natuurlijk taal zomaar wijzigen, omdat je dat wiskundiger lijkt. Taal is geen wiskunde. Taal laat zich niet temmen. Toch?

Blijkbaar kan het wel. In Noorwegen, waar voorheen ook op de Nederlandse manier geteld werd, is de wiskundige methode ooit per wet verplicht gesteld. De argumenten daarvoor waren niet alleen wiskundig, trouwens, men vond de oude methode ook te Deens en Deens wilde men niet meer klinken. De taalverandering is in Noorwegen met succes doorgevoerd, tellen is immers toch iets dat je op school leert – hoewel de “Deense” volgorde zeker nog wel ‘ns wordt gebruikt in de spreektaal.

Of die oude volgorde nu echt een Deense invloed was, dat weet ik niet. Het zou zeker kunnen. Dat bewijzen het Tsjechisch en het Sloveens: beide talen met een sterke Duitse invloed, ook al zijn het wel echte Slavische talen, dus geen nauwe verwanten van het Duits. In deze talen kun je tellen op de Slavische manier, en die is “gewoon” wiskundig, maar je kunt ook kiezen voor de Duitse volgorde. Die is daar ooit in zwang geraakt omdat Duits nu eenmaal een taal met status was, vaak ook de taal van het onderwijs, een taal waar je in leert tellen.

Tarik Z. zal z’n tien minuten zendtijd wel niet hebben willen gebruiken om de wereld aan het Nederlandse tellen te krijgen. Dat zijn vijf en 98 hackers geen leden van de Verein Zwanzigeins zijn lijkt me niettemin zonneklaar. Wie weet blijkt dat ooit nog nuttige informatie voor het onderzoek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Deze html-tags en attributen worden ondersteund:

Wat hier staat, is van Marcel Plaatsman - van mij dus. Ik heb het geschreven, anders stond 't hier niet.