Archief 2026

1
De Woongroep voor iemand anders
2
Bier of geen bier: denormaliseer die machtsmachine
3
’t Volmaakte ov van Karlsruhe

De Woongroep voor iemand anders

Ook in onze flat staat nu een buurtboekenkastje. Daar mag trouwens ook nog houdbaar eten in, dus je vindt er tussen de oude schoolboeken en stapels drukwerk in vreemde talen ook pakken rijst en van die saus in poederpakjes, die alleen Nederlanders lijken te eten en ik niet eens. Soms verschijnt er ook iets in de kast dat niet houdbaar was, daar hebben de buren die met de kast begonnen zijn dan weer werk aan, en gemopper.

Op de boekenplanken, dat zijn de bovenste planken om de een of andere redenen, kijk ik toch wel wekelijks. Dan zie ik telkens weer de boeken terug die ik er zélf heb ingezet, mijn onderpand, waar dus maar weinig publiek voor is. De boeken die andere dan weer achterlaten, daar ben ík niet erg het publiek voor. Zo gaat het met veel van die kastjes. Maar ik wil soms best wat lezen waar ik het publiek niet voor ben.

Met dat in gedachten haalde ik er een paar weken terug De woongroep uit, door Franca Treur. Haar naam verbond ik met een ander boek, over opgroeien in een gereformeerd dorp op een eiland. Dat heb ik nog altijd niet gelezen, terwijl ik toch graag over eilanden lees. Maar zo’n woongroep kan natuurlijk ook best als eiland dienen, het onderwerp interesseerde me wel, en het leek me mooi meegenomen om zo eens kennis te maken met Treur, die toch een bekende schrijver is.

De schaduw van de recensenten

Wat ik vooraf over De woongroep las had me wel op andere gedachten kunnen brengen, want er is toch veel onaardigs geschreven over deze roman. Het viel de recensenten niet mee dat het boek zo anders was dan dat boek over het gereformeerde dorp. Dat boek, Een dorsvloer vol confetti, hadden ze ’n paar jaar eerder nog geprezen, al vonden de gereformeerden die erop reageerden dat het wat al te eenzijdig en te lichtvoetig was, maar ja, zij waren het ook die in dit boek op de korrel waren genomen, dat was wel duidelijk.

Verderlezen…

Bier of geen bier: denormaliseer die machtsmachine

Het gaat dezer dagen nogal eens over bier in de vaderlandse pers. Dat zou goed nieuws moeten zijn, met dat dorstige weer, maar echt vrolijk stemde wat ik las toch niet. Gulpener is aan Grolsch overgedaan, ik weet het, daar gaat het óók heel veel over. Maar ik doel eigenlijk op een iets ouder bericht, namelijk dat bier door onze overheid ‘gedenormaliseerd’ zou moeten worden.

Dat is wat de Gezondheidsraad aan beleidsmakers adviseert. Die moeten dus met regeltjes komen die mij en andere Nederlanders beletten te kiezen voor een glas bier.

Verantwoordelijkheid…

Daar valt natuurlijk best wat voor te zeggen. Een goed glas bier – of wijn natuurlijk – mag dan lekker smaken, helemaal helder in je hoofd word je er toch niet van. Na één glas kun je daar al iets van merken. In mijn ervaring komt dan het licht al een beetje anders binnen, bijvoorbeeld. Test het maar eens uit op een terras. Na een glas of wat meer nog achter het stuur van een auto kruipen, dat geldt als een slecht idee.

De Gezondheidsraad stelt daarom voor alcoholgebruik achter het stuur helemaal aan banden te leggen. En dat snap ik. De grens van nu – twee glazen – is wat vaag en ook makkelijk overschreden als die twee glazen zware stouts waren, of een toch wel royaal tot het randje volgegoten toeters wijn. Helemaal prima om die grens domweg op 0 te zetten. Wie achter het stuur zit, heeft een grote verantwoordelijkheid.

…of daar juist even van weg

Maar lang niet iedereen komt met de auto naar het terras. Niks mis dan, zou je zeggen, met mijn advies om op dat terras eens te testen wat één glas bier doet met hoe het licht valt. Sowieso niks mis dan, zou je zeggen, met mijn advies om als werk en geld het even toelaten, lekker te genieten van een mooi glas bier en dan nog één. Of wijn natuurlijk, niet van dat benauwde.

Maar gek genoeg is de Gezondheidsraad dat niet met mij eens, integendeel. Dat glas is altíjd fout, als het aan de raad ligt. Mensen moeten het altíjd achterwege laten. Want bier is nou eenmaal ongezond en wijn ook en jenever niet minder. En gezond, dat moeten we altíjd zijn. We moeten aldoor oppassen, aldoor verantwoordelijk zijn.

Verderlezen…

’t Volmaakte ov van Karlsruhe

Als mijn jongste zoon op school tekeningetjes van z’n vakanties maakt, iets waar ze ‘m kennelijk om vragen, dan tekent hij trams, treinen en metro’s. Goed, en berglandschapjes, die ook. Openbaar vervoer is toch ’n mooie passie. We zijn daar als ouders natuurlijk zelf wel de aanjager van door de kinderen zo dikwijls mee te nemen naar Duitse steden, waar het ov vaak nogal uitbundig is.

De reis naar het Ruhrgebied, in 2024, leverde voor deze site dan ook al verslagjes op over Duisburg en Mülheim en een oudere reis maakte ons een fan van de mooie metro van Neurenberg. Maar ook zónder zoontje heb ik er wel een zwak voor natuurlijk, het artikel over Düsseldorf schreef ik zonder hem als adviseur. Het ís ook gewoon interessant.

Wie geregeld leest over openbaar vervoer in bredere zin heeft van een ándere Duitse stad ook al wel gehoord: Karlsruhe. Een stad die verder alleen stedenbouwkundigen interesseert, omdat het een planstad is, met straten die als zonnestralen vertrekken vanuit het sierlijke slot in het midden van de stad. Maar goed, stedenbouwkundigen en ov-adepten zijn toch al een overlappende doelgroep.

Karlsruhe is vol klassieke vormen. Maar hieronder ligt een modern station.

Wat Karlsruhe voor ov-adepten zo speciaal maakt is de vermenging van tram – typisch stadsvervoer – met regionale spoorlijnen. Een Karlsruher tram rijdt moeiteloos de omringende bergen in naar verre dorpjes en andere steden. Daarvoor gebruiken deze trams het reguliere spoor, wat ze dus ook delen met andere treinen. Dat is het ‘Karlsruher model’.

Beroemd om de navolging

Wie misschien nog níét met dat model vertrouwd was, maar wel eens met het Nederlandse openbaar vervoer reist, die denkt misschien toch: dat ken ik. Want Haagse trams gaan ook over oude regionale spoorlijntjes door de Randstad heen om in Rotterdam metro’s te worden. En die Rotterdamse metro rijdt over oud spoor helemaal naar Hoek van Holland.

Verderlezen…

Wat hier staat, is van Marcel Plaatsman - van mij dus. Ik heb het geschreven, anders stond 't hier niet.