Bier of geen bier: denormaliseer die machtsmachine
Het gaat dezer dagen nogal eens over bier in de vaderlandse pers. Dat zou goed nieuws moeten zijn, met dat dorstige weer, maar echt vrolijk stemde wat ik las toch niet. Gulpener is aan Grolsch overgedaan, ik weet het, daar gaat het óók heel veel over. Maar ik doel eigenlijk op een iets ouder bericht, namelijk dat bier door onze overheid ‘gedenormaliseerd’ zou moeten worden.
Dat is wat de Gezondheidsraad aan beleidsmakers adviseert. Die moeten dus met regeltjes komen die mij en andere Nederlanders beletten te kiezen voor een glas bier.
Verantwoordelijkheid…
Daar valt natuurlijk best wat voor te zeggen. Een goed glas bier – of wijn natuurlijk – mag dan lekker smaken, helemaal helder in je hoofd word je er toch niet van. Na één glas kun je daar al iets van merken. In mijn ervaring komt dan het licht al een beetje anders binnen, bijvoorbeeld. Test het maar eens uit op een terras. Na een glas of wat meer nog achter het stuur van een auto kruipen, dat geldt als een slecht idee.
De Gezondheidsraad stelt daarom voor alcoholgebruik achter het stuur helemaal aan banden te leggen. En dat snap ik. De grens van nu – twee glazen – is wat vaag en ook makkelijk overschreden als die twee glazen zware stouts waren, of een toch wel royaal tot het randje volgegoten toeters wijn. Helemaal prima om die grens domweg op 0 te zetten. Wie achter het stuur zit, heeft een grote verantwoordelijkheid.
…of daar juist even van weg
Maar lang niet iedereen komt met de auto naar het terras. Niks mis dan, zou je zeggen, met mijn advies om op dat terras eens te testen wat één glas bier doet met hoe het licht valt. Sowieso niks mis dan, zou je zeggen, met mijn advies om als werk en geld het even toelaten, lekker te genieten van een mooi glas bier en dan nog één. Of wijn natuurlijk, niet van dat benauwde.

Maar gek genoeg is de Gezondheidsraad dat niet met mij eens, integendeel. Dat glas is altíjd fout, als het aan de raad ligt. Mensen moeten het altíjd achterwege laten. Want bier is nou eenmaal ongezond en wijn ook en jenever niet minder. En gezond, dat moeten we altíjd zijn. We moeten aldoor oppassen, aldoor verantwoordelijk zijn.
Dat zijn tenminste de argumenten van die gezondheidsexperts. Het zijn ook de argumenten van beleidsmakers. Want als we allemaal gezond en verantwoordelijk zijn, dan scheelt dat weer zorgkosten. En daarvoor zijn Nederlanders nou eenmaal op aard’, nietwaar: om verantwoordelijk met zorgkosten om te springen.
Maar zouden er niet juist momenten mogen zijn dat we daar even níét verantwoordelijk voor hoeven zijn? Momenten waarop we zelf kiezen wat we doen, ook al is wat we doen misschien niet heel gezond?
Benepen
Het is doorgeslagen kruideniersmentaliteit, en erger dan dat. Het is bemoeienis achter de voordeur. Ik geloof dat mensen zo veel mogelijk zelf de keuze moet worden gelaten om hun leven leuker te maken, of minder leuk. Ze mogen hun gezondheid van mij best een beetje verknoeien als dat hun dag beter maakt. Of ‘van mij’, ‘van mij’… Ik ga daar gewoon helemaal niet over en ik zou daar ook helemaal niet over moeten gaan. Helemaal niemand zou daarover moeten gaan.
Als ik mijn tijd nu zou gebruiken om mijn buren te vertellen wat ze moeten eten en wat niet, dan zouden ze me vast maar een benepen dorknoper vinden. En terecht. We hebben in een samenleving als de onze toch een manier gevonden om enerzijds rekening te houden met elkaar, anderzijds elkaar een beetje vrij te laten. Dus: niet dronken de weg op, maar prima joh, als je met een blik bier in je hand voetbal wilt kijken. Of een andere sport. Of geen sport.
In een samenleving als de onze zou de overheid het goede voorbeeld moeten geven en dat is in dit geval: niet benepen zijn.
Machtsmachine
Maar intussen zit onze overheid al jaren op een heel andere trein. Vadertje staat raakte zelf verslaafd aan accijnzen en andere heffingen. We lazen ook al over een suikertaks die dan nog extra zou moeten gelden voor alcohol. Daarmee wordt het alleen maar venijniger: de vrijheid om te kiezen voor een biertje, of een rokertje voor mijn part, hangt in almaar toenemende mate ook van iemands inkomen af.
Over inkomensongelijkheid en hoe die zich verhoudt tot de volksgezondheid en de zorgkosten bestaan trouwens ook wel wat onderzoeken. Maar dan is het gevoel van verantwoordelijkheid bij diezelfde beleidsmakers ineens ver te zoeken. Zoals er wel meer scheef lijkt te zitten als we onze overheid met deze bril durven te bekijken.
Maar het is ook niet de juiste bril. Het gaat hier om geld, en macht, en om hoe geld en macht in elkaar grijpen. Dat gezellige bruine kroegje wordt vermorzeld onder een machtsmachine die zich helemaal niet meer voor vrijheden en burgers en gezelligheid interesseert. Het zijn de statistiekjes die tellen, de verwachte kostenbesparingen, de mens als dossier en daar dan de rendabiliteit van. En wéér een regeltje erbij in een land dat toch al kraakt onder de regeldruk.
Er valt weinig tegenin te brengen. Met een machine valt nou eenmaal niet te praten. Voor een goed gesprek raad ik toch een ander smeermiddel aan. Maar alleen dat hoor. Verder dan een advies ga ik niet, ik ben de baas niet over een ander. Maar wél over mezelf.


Er zijn nog geen reacties.
Reageer