Categorie Boeken

1
Niet over taalgrenzen heen
2
Met de boot
3
Molwrot: eilanden, de zee, Mahler
4
Wandelend voorbij de nevel
5
Een stad op een A4’tje
6
Het grote boek over de Grote Kerk
7
Een verscholen verscheidenheid
8
De Bosatlas van de Wadden
9
Het aquarium
10
Menno Wigman en het kustvolk

Niet over taalgrenzen heen

In november schreef ik er ook al over: als ik er de tijd voor heb, doe ik onderzoek naar het Tessels, het eilanddialect van mijn familie. Ik werk aan een zwaar boek, waar alles wat ik aan Tessels vond een plek moet vinden, en ook wat ik niet vond en niet zeker weet. Meer dan Tessels moet er in komen te staan, ik kom ook over andere dialecten te spreken, die aan het Tessels verwant zijn, en over het Fries.

Verderlezen (in het Fries)…

Met de boot

Volgens m’n zoontje ga ik altijd met de boot naar m’n werk. Dat is niet helemaal waar, maar voor iemand van twee en een half jaar oud heeft hij dat toch niet zo slecht gezien. Eigenlijk werk ik thuis – ik schrijf, dat is mijn werk. Vaak komt het er wel op neer dat ik voor werk naar Texel moet en uiteraard ga ik dan met de boot. Deze maand was het anders, ik zat wel op een boot, maar dat was de boot naar Ameland. Maar zeker, een boot – dus m’n zoontje had niet minder gelijk.

Verderlezen (in het Fries)…

Molwrot: eilanden, de zee, Mahler

Eilanden. Ik heb er een zwak voor. Dat zal ook wel gelden voor de hoofdpersonages van Molwrot: niet alleen reizen die af naar Paasailand, ze lijken hun eigen leven ook als een soort van eiland te beschouwen. Het geldt voor Seleina, voor Catrinus, misschien zelfs voor de overige personages die in het boek van Piter Boersma voorbijkomen. Maar het kan ook zo zijn dat ikzelf er te eilands naar kijk.

Verderlezen (in het Fries)…

Wandelend voorbij de nevel

Wie wandelt, heeft precies het juiste tempo. Tijd en ruimte vallen dan samen. Je ziet nog eens wat, je hoort nog eens wat. Fietsen gaat eigenlijk al te vlug. De auto is helemaal zonde van het landschap, in een auto merk je daar haast niks meer van. Dat vind ik – het boek Eiland in de nevel, door Lodewijk Dros, leert dat de kunstenaar Pieter Kikkert er vast óók zo over had gedacht, als hij in de tijd van de fiets en de auto had geleefd. Maar Pieter Kikkert leefde tweehonderd jaar geleden. Zijn schrikbeeld was de diligence.

Kennismaken met Pieter Kikkert

Een echte biografie van Pieter Kikkert (1775-1855) zal wel nooit geschreven worden, maar Dros’ Eiland in de nevel komt dicht in de buurt. Dat Dros deze etser, dichter en reder zoveel eer bewijst is het gevolg van een toevallige kennismaking. Dros, Kikkert, het zijn beide Texelse namen en omdat oud-Texelaars nu eenmaal vaak met „hun” eiland vereenzelvigd worden, werd Lodwijk Dros een curiosum uit het Kikkert-archief onder ogen gebracht: een handgeschreven verslag van de wandeling die Kikkert eind 18e eeuw over Texel maakte. Texel bracht Dros én zijn lezers zo in contact met een vrijwel vergeten intellectueel en zijn bijzondere netwerk.

De wandeling die Pieter Kikkert maakte, vermoedelijk in 1791, heeft historisch wel enige betekenis. Texel lag er toen anders bij dan nu, de zee kwam nog tot veel dichter bij de dorpen, de polders stonden onder zware druk. Het eiland was nog niet bezaaid met ANWB-paddestoelen, zijn natuur was nog geen vakantiepark voor wandelaars geworden. Kikkert leerde een heel ander Texel kennen dan de volksstammen die zijn advies, vooral uit wandelen te gaan, nu hebben opgevolgd. Verderlezen…

Een stad op een A4’tje

Deze maand ga ik naar Boedapest. Niet eens voor het eerst, ik ben er al twee keer geweest en het zou zomaar kunnen dat ik er nog wel een vierde keer kom. Het is een genoeglijke stad, vind ik. Van Boedapest geloof ik eigenlijk wel, dat ik het zelf bedacht kon hebben. De plattegrond van Boedapest kan ik zo uittekenen. Een A4’tje, staand. Boven de helft een grote blauwe streep en even hoger nog één. Dat moet de Donau zijn. Daarboven, als een soort van voetbalschoen, de oude stad van Boede, met de neus links.

Verderlezen (in het Fries)…

Het grote boek over de Grote Kerk

grote-kerk-alkmaarDe Grote Kerk, dat is natuurlijk in iedere stad een andere en altijd zullen stedelingen hún Grote Kerk wel de bijzonderste vinden… Het grote boek over de Grote Kerk dat ik nu in handen houd, gaat over de Grote Kerk van Alkmaar. En inderdaad, bladerend door dit machtige boek kan ik moeilijk tot een andere conclusie komen dat ónze Grote Kerk toch wel de bijzonderste is. Of toch op z’n minst één van de gaafste, stoerste en boeiendste kerken van onze streken.

Nauwgezet bouwverslag

Op dinsdag 16 oktober werd De Grote Kerk van Alkmaar – 500 jaar bouwen en behouden officieel gepresenteerd. Als lid van de plaatselijke historische vereniging kon ik een gratis exemplaar ophalen en dat heb ik natuurlijk niet nagelaten. Dit gebouw interesseert me, niet alleen omdat het zo aanwezig is in onze stad, maar juist ook door z’n bouwgeschiedenis. Dat er een Mechelse bouwmeester bij betrokken was vind ik een aardig gegeven, omdat mijn eega ook Mechelse is en mijn zoon dus voor de helft Mechelaar. Maar er is nog veel meer aardig aan de bouwgeschiedenis.

Niet eerder had ik een boek in handen dat zo nauwgezet en tegelijk zo breed, met allerlei verbanden en zijpaden, de bouw van een monument in beeld brengt. Van alle bouwfases zijn prachtige visualisaties gemaakt. Steeds worden vergelijkingen gemaakt met andere gebouwen in de buurt, of met ander werk van de betrokken bouwmeesters. Dit boek leest daardoor ook als een grote reis door de vaderlandse kerkarchitectuur, met Alkmaar als begin- en eindpunt.

De mysterieuze toren van Alkmaar

Een intrigerend verhaal blijft wel dat van de Alkmaarse kerktoren. Die is er namelijk niet: hoe groots de architectuur van onze Grote Kerk verder ook wezen mag, de klokken hangen in een bescheiden vieringtorentje. Waar de échte toren had moeten verrijzen kun je nu uit de bus stappen. In de grond zijn hier funderingen gevonden en die zijn niet mis. Hier was blijkbaar iets groots gepland, groter nog dan de toren die staat ingetekend op een schilderij dat de voltooide kerk verbeeldt.

Verderlezen…

Een verscholen verscheidenheid

In mijn dagelijks leven zou ik tekstschrijver moeten zijn, wat ook maar een mal woord is en ook een mal beroep, want het komt er op neer dat ik een groot deel van de dag op Twitter zit in plaats van hard te werken. Daar, op Twitter dus, las ik van de week dat een Belg, Kris Kuppens, in De Morgen schreef dat ‘ie naar adem hapte nadat hij Antwerpse klanken hoorde op televisie. Dat schreef hij in een column voor die krant. Het was voor hem dus toch wel zó belangrijk, dat happen naar adem, dat hij er een column aan besteedde.

Verderlezen (in het Fries)…

De Bosatlas van de Wadden

bosatlas-waddenDe Bosatlas spreekt tot de verbeelding, niet alleen tot die van mij. Ik ben de enige niet die zelf fantaseerde over de indeling van die Markerwaard, die zo lang nog aangekondigd stond, en ik ben vrees ik ook de enige niet die in z’n eerste atlas zelf spoorlijnen trok (en niet eens met potlood…). Gefascineerd was ik in elk geval wel! De laatste jaren brengt de uitgever van de Bosatlas ook nieuwe thematische atlassen uit, die voor de liefhebbers van lokale geschiedenis en cartografie minstens zo prikkelend zijn. Morgen (18 oktober) verschijnt de Bosatlas van de Wadden.

Het Wad over, voorbij Texel

Dat Texel me bijzonder aan het hart ligt weet de lezer van dit blog onderhand wel. Ik onderzoek de taal van dit eiland en mag er graag over vertellen, zoals ik uitgebreid deed in mijn Eigen gids voor Texel, maar ook in blogs op deze site, bijvoorbeeld over het Eiland Eierland. Zo’n Bosatlas van de Wadden is dus een kolfje naar mijn hand. Zodra ik het boek opensloeg bladerde ik naar de mooiste platen van Texel en naar de kaarten waarop je Texel in het verleden ziet, of in vergelijking met de andere toeristeneilanden.

bosatlas-texelMaar deze atlas laat natuurlijk veel meer zien dan m’n beminde Texel. Lezers van Ameland of Terschelling zullen er wel net zo in beginnen als ik: eerst hun eigen stukje Wad verkennen, maar dan dóór. Want de hele Waddenzee wordt in dit boek in beeld gebracht, ook het voor veel Nederlanders nog onbekende Duitse en Deense deel, ook de vaste wal. De haven van Den Helder, bijvoorbeeld, of de verschillen in bevolkingsdichtheid op de Duitse eilanden. De Bosatlas van de Wadden verkent zo perspectieven die we nog niet vaak zagen.

Verlangen naar nog meer

Die nieuwe perspectieven doen wel verlangen naar meer. Lang niet alles wordt in deze atlas uitgediept – vaak blijven de beschrijvingen aan de oppervlakte. De topografische kaarten achterin, bijvoorbeeld, beperken zich juist weer tot de Nederlandse eilanden, Den Helder en Borkum vallen ineens weer buiten beeld. Verderlezen…

Het aquarium

Tegenover het Biermuseum van Alkmaar, waar ik werk, zit een aquarium. Dat aquarium is eigenlijk een kantoor. Ik noem het zo omdat het gebouw aan alle kanten gordijnen heeft, zonder gordijnen of iets anders dat de ogen tegenhoudt.

Verderlezen (in het Fries)…

Menno Wigman en het kustvolk

Eergisteren dacht ik zomaar aan Menno Wigman. Die gedachte heet nu ineens wrang toeval, want vandaag is de dichter dood. Niet zomaar, hij was ziek, maar dat wist ik niet. Toen ik eergisteren aan hem dacht ging ik er nog van uit dat hij lang zou leven. Menno Wigman werd 51.

BurgerbrugDat ik aan hem dacht heeft met mijzelf te maken en met de streek waar ik ben opgegroeid. De Noordkop, de kust daar, Burgerbrug, de polders en de geestgronden, Petten, de zeedijk en de kernreactor. Ik ben onderdeel van het kustvolk waarover Wigman schreef dat het “duurt en duurt”. Ik moest aan zijn gedicht over mijn streek denken omdat ik naar een oud kaartje staarde, Hollands Noorderkwartier in 1300, toen wij hier nog veel meer “een scheur in de natuur” waren dan tegenwoordig, of juist niet, misschien scheurde de natuur toen wel door ons. Hoe Wigman die woorden precies bedoelde, vroeg ik me af. En hoe hij ertoe kwam nu juist over deze streek te dichten.

Ik kan het hem nu niet meer vragen. Dat is voor een gedicht helemaal niet erg, natuurlijk, gedichten mogen mysterieus blijven. Maar voor de dichter is het droevig. Als klein eerbetoon aan hem, en aan mijn streek die hem overleefde, die mij ook zal overleven, hoeveel ik ook “duren” mag, bij dezen zijn gedicht:

ONDER DE REACTOR

Hier is Holland een scheur in de natuur
waar kale mannen redden wat ze redden.
Hier roddelt de reactor vadsig en
verzuurd over een dorp dat leven wil,
het kustvolk dat maar duurt en duurt.

Wie onder de reactor woont verplant
zijn angst of hij vertrekt. En wie hier werkt
buigt met een machtig brein de bliksem bij,
krijgt onvermoeibaar splijtstof klein.

Avond. Op straat gaan slaafs de lichten aan.
Het is ons brein dat geen defecten duldt
en dorp, Bach, bed, stad, ringweg – alles blijft.

In Petten zijn de duurste huizen grijs.
In Petten spookt het van oneindigheid.

Menno Wigman

Wat hier staat, is van Marcel Plaatsman - van mij dus. Ik heb het geschreven, anders stond 't hier niet.