Auteur Marcel

1
Beverkoog
2
Wandelend door Wieringerwerf
3
Harderwijk werd verzwolgen
4
Weer in Leuven
5
Tekstschrijver | SEO
6
Het brouwboek van Johannes Wahlen
7
Bierrecensie: Leopold 7
8
Taalcontact: van ij en ui in Tsjechië
9
Pleiten voor pils
10
Een rondleiding in Alkmaar met en zonder mij

Beverkoog

De Beverkoog is vier dagen per week mijn bestemming, maar nooit in het weekend, dan rijdt zelfs de bus er niet. De Beverkoog is een bedrijventerrein, zo is het gepland. Ik werk er al jaren. De Beverkoog is gepland om dood te lopen in het noorden, tot de brug af is die ze nu aan het bouwen zijn, want de stadsplanners hebben zich bedacht, en al die jaren dat ik er werk bouwen ze nu aan die brug en nog steeds loopt de Beverkoog dood.

Het kantoor in de Beverkoog

Het kantoor is een achterkant van een ander kantoor, het heeft een plat dak erboven en een parkeerplaatsje ernaast. Rondom de parkeerplaats drommen andere kantoren samen, loodsen van bedrijven waar je anders nooit van had gehoord, een toren van schoonmaakwagentjes die nog door de gemeente moeten worden gekocht, een fietsenschuurtje en dan nog de muziekstudio waar we Ali B wel eens hebben gezien. Elke dag wordt hier gewerkt, maar nooit wordt er gewoond, er zijn geen huizen hier, ik denk niet dat er wordt gevreeën en als er warm gegeten wordt is het iets snels voor onder ’t overwerk.

Beverkoog

De Beverkoog van omhoog (renekuiken.nl)

In het kantoor is een zwarte vloer van namaakmarmer. Elke vrijdag wordt de zwarte vloer geboend, dan zie je de muren doorschijnen in de vloer, en het dak. Er is een lichtkoepel boven de eettafel waar je allang de lucht niet meer door ziet, alles is nu meeuwenpoep. De vallei van platte daken is voor de meeuwen een duinvallei, wat weten zij er ook van, zij leggen hier eieren en verdedigen krijsend hun kroost. In de herfst wordt het stil.

Verderlezen…

Wandelend door Wieringerwerf

Voor het dorp Wieringerwerf heb ik ooit bewondering gehad, toen ik veel kleiner was en in een veel kleiner dorp opgroeide. Wieringerwerf was het dorp van mijn grootouders, ik logeerde wel eens bij hen, en dan vond ik het heel wat, Wieringerwerf. Er waren winkels, twee kermissen zelfs, er was verkeer en je kon er wel drie kerken bekijken, in mijn eigen dorp waren dat er maar twee. En wat ’n bomen!

Nu ik zelf groter ben zie ik natuurlijk wel dat Wieringerwerf kleiner is dan ik toen dacht, saaier ook wel, minder succesvol zelfs – het is ook maar een polderdorp in een krimpregio, net als Burgerbrug. Toch ging er afgelopen weekend wel wat bekoring uit van het herfstige Wieringerwerf, en als voorbeeld van een gepland Zuiderzeedorp is het best interessant. De dorpskern is het resultaat van doordachte planning, met veel aandacht voor groen en iets minder voor architectuur, maar de paar “landmarks” die er dan toch staan zijn best fraai.

Wieringerwerf dus!

1.

Plaats van aankomst: het motel. Hier stoppen de snelbussen naar Alkmaar en Leeuwarden, eens per uur. Een laan leidt je het dorp in.

2.

3.

De dorpskern bestaat uit drie brinken, twee in oost-westrichting en één in noord-zuidrichting. Die laatste is van steen, hier zijn de meeste winkels. De andere brinken hebben een groener karakter. Verderlezen…

Harderwijk werd verzwolgen

Harderwijk is ’n lief oud stadje waar je in de praktijk alleen komt als je er toevallig wezen moet, of als je graag dolfijnen lijden ziet, wat ik niet hoop. De trein maakt er een bocht voor en rijdt er dan toch aan voorbij, zo voelt het. Harderwijk ligt ’n beetje halverwege van alles, ook al zeggen ze er zelf graag dat ze in het midden van Nederland liggen. Maar goed, Harderwijk, ik moest er toevallig ‘ns zijn, wat jaren geleden, en toen ’n paar keer nog ’n keer en inmiddels vind ik Harderwijk wel sympathiek.

De charme van Harderwijk is simpel: het is een oud stadje, met pleintjes en geveltjes en klinkers op de straat. Er staat ’n kerk waar van alles mee is misgegaan in de eeuwen voor ons, er staat een universiteit die geen universiteit meer is, er ligt een zee die geen zee meer is en er zijn wat gemiddelde horeca met gemiddelde bieren en gemiddeld personeel – zo zijn veel stadjes in Nederland en dat is prima zo. Harderwijk had ook Culemborg kunnen zijn, of Dokkum, of Sittard, of Medemblik… Nogmaals: ik vind dat allemaal wel sympathiek. Maar mysterieus? Dat had ik Harderwijk nooit gevonden.

Harderwijk oogt half

Tóch is er iets bijzonders aan Harderwijk. Er staat een flink stuk stadsmuur overeind, dat is wel opmerkelijk. Die stadsmuur staat aan de waterkant, aan wat vroeger de Zuiderzee was en nu ’n meer is waar verder niemand echt de naam van weet. De stadsmuur heeft als dijk dienst gedaan, dat weten we wel, en we weten dat de poort aan de waterkant, de Vischpoort, in de tweede helft van de 14e eeuw gereed kwam. Tot zover lijkt er weinig aan de hand – tot je de plattegrond van het oude Harderwijk eindelijk onder ogen krijgt. Verderlezen…

Weer in Leuven

LeuvenVorige week zaterdag was een grauwe dag. De lucht hing als een dikke plak boven het dal, er was geen tint aan, alles was van dezelfde stenige kleur daarboven en in de stad rook het plakkerig, naar mout en naar diesel. De moutgeur was dezelfde als altijd, ik geloof dat ze Leffe brouwden, wat het nog plakkeriger maakte allemaal – het was het weekend vóór InBev die andere brouwreus overnam en vóór een week waarin het alleen maar regenen zou. Ik was weer in Leuven.

De schoonheid van Leuven heb ik de afgelopen jaren meerdere keren opnieuw ontdekt, omdat ze steeds anders is dan je verwacht, en ook wel omdat ze verandert. Het Fochplein is geen Fochplein meer en ik ben geen student. Sommige straten zijn autovrij geworden. Fietsers zijn steeds meer gaan durven en waarschijnlijk ook wel meer gaan mogen. Fiere Margriet is kwijt, ik weet niet waar ze is. Wel werd mij bevestigd, door ’n meisje in een café waar ik ooit elke week wel kwam, dat Kotnet nog steeds traag en raar is, al zal het vast zo traag en raar niet meer zijn als toen ik het nog gebruikte voor internetruzies en onwennige liefde in m’n eentje. Verderlezen…

Tekstschrijver | SEO

Dat ik een blog heb waar ik over bier, taalkunde, boeken en reizen schrijf is natuurlijk heel aardig, het is ook maar vrije tijd, en vrije tijd is schaars. In het dagelijks leven werk ik als tekstschrijver en SEO-specialist, en hoewel die twee titels er bij mij inmiddels wel even gauw uitrollen als mijn naam of het soort bier dat ik voor het laatst gedronken heb, begrijp ik ook wel dat veel lezers van mijn blog er zich niet direct iets bij voor kunnen stellen. En dat terwijl ’t toch best interessante materie is. Teksten schrijven, SEO, zoekmachineoptimalisatie in het Nederlands… Wat is het, waarom is het er?

Online tekstschrijver

Marcel Plaatsman tekstschrijver
Tekstschrijven doe ik op deze website voor m’n lol en zonder veel pretenties, maar toch hebben mijn blogteksten één ding gemeen met mijn professionele teksten: ze zijn in de eerste plaats voor het internet bedoeld. Online teksten, dat is wat ik maak, de hele dag haast, want ik ben online tekstschrijver. Nu zijn internetteksten natuurlijk op het eerste zicht ook maar gewoon teksten, wie leuke brieven kan schrijven kan ook leuke mails schrijven, nietwaar? En toch is er iets meer mee aan de hand, want voor mijn professionele online teksten houd ik heel nadrukkelijk rekening met de bijzondere spelregels van het internet.

Wie inlogt op internet komt vrijwel meteen bij Google uit, en zo is dat ook voor de online tekstschrijver die ik tijdens kantooruren ben. Google bepaalt voor een belangrijk deel hoe mijn teksten eruit moeten zien, want de mensen voor wie ik mijn professionele teksten schrijf willen dat hun website door Google gevonden wordt. Dáár dienen die teksten voor: vindbaarheid. Daarmee dienen ze natuurlijk ook de internetgebruiker, die, als hij googelt, op relevante websites uit wil komen. Wat ik doe is teksten maken die voor Google duidelijk zijn, waar Google goed aan af kan lezen dat ze relevant zijn, en die vervolgens dus ook goed vindbaar zijn voor wie in Google zoekt.

Nu zoekt iemand natuurlijk niet tekst alleen. Het gaat niet om mooie verhalen, het gaat om websites, om bedrijven, om geld. Wie een bepaald product verkoopt, wil door zijn doelgroep gevonden worden en die doelgroep zit op Google. Daarom loont mijn werk: als tekstschrijver verbind ik bedrijven met hun doelgroepen en zo gaat de bal rollen, zo wordt er uiteindelijk geld verdiend. Ook door mij, want tekstschrijver en SEO-specialist is gewoon een beroep, waarmee ik mij in mijn levensonderhoud kan voorzien.

Zoekmachineoptimalisatie – SEO

online vindbaarheid

Informatie vinden gaat makkelijker online…

Het werk dat ik doe is zelfs meer dan alleen teksten schrijven. Natuurlijk is schrijven wel de basis, het gaat om woorden immers, om zoekwoorden, maar die woorden zijn er niet alleen in teksten. Ik zorg er bijvoorbeeld ook voor dat de zoekwoorden aan afbeeldingen worden meegegeven, en aan links, zodat de websites waar ik aan schrijf ook op andere manieren hun relevantie tonen. Dat alles samen maakt dat mijn werk de titel zoekmachineoptimalisatie mag dragen, en dat woord wordt weer, naar het Engelse search engine optimisation (of optimization in Amerikaans Engels), afgekort tot SEO.

SEO is een afkorting die ik zo dikwijls gebruik, dat ik mezelf er wel op betrap haar als “zee-oo” uit te spreken, al klinkt “essay-O” natuurlijk beter, literairder. Maar dat zijn bespiegelingen die ik voor mijn blog bewaar. In mijn werk is SEO / zoekmachineoptimalisatie de parapluterm voor allerhande activiteiten, van het aanpassen en verbeteren van tekst-html tot het aanmaken van advertenties, want ook online-advertenties hebben natuurlijk alles met Google te maken, en juist die advertenties moeten relevant zijn om hun geld op te leveren. Het komt er kortweg op neer dat ik alles doe wat in mijn macht ligt om de relevantie van de websites waar ik aan werk te benadrukken. Dat maakt me SEO-specialist.

SEO: Werk en resultaat

Het mooiste werk is werk waar je direct resultaat van ziet: een huis bouwen, een tuin inrichten, iets tastbaars opleveren dat de inspanningen bekroont. Zelfs iets simpels als koken kan zo al voldoening geven. Hoe is dat nu voor mij, als tekstschrijver en SEO-specialist? De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik dat resultaat nooit metéén kan zien. De tekst is dan wel af, het duurt altijd even voor Google ‘m oppikt. Wat dat betreft is online tekstschrijven net als brouwen: het moet even gisten, dan komen de verbindingen tot stand, dan pas kun je proeven of je inspanningen iets hebben opgeleverd.

pils

De SEO-Tekstschrijver is toch ’n beetje bierbrouwer.

Op mijn werk kan ik het zelden laten om tussen twee webteksten door, soms zelfs als ik eigenlijk met iets bezig ben, even te controleren of teksten die ik eerder geschreven heb al door Google zijn opgepikt. Ze zijn dan “geïndexeerd”, zoals dat heet. Google heeft ze gevonden, dat is de eerste stap. Goed nieuws voor de tekstschrijver! Wat daarna komt is de lange en onzekere weg naar de top: haalt deze tekst de eerste positie in Google, als je de zoekterm invoert?

De eerste positie is het einddoel van de SEO-specialist, hoger wordt het niet. De ervaring leert dat het kan, voor veel klanten is het me gelukt, en dat is prettig. De ervaring leert ook dat ik meer en meer van tevoren al kan inschatten, of het ook bij dít zoekwoord kan, het zoekwoord dat me vandaag wordt voorgelegd. Soms kan het eerlijkheidshalve níet, dan is de concurrentie ons te ver voor, maar dan kunnen we de doelgroep altijd nog wel met een ander zoekwoord bereiken. Zo wordt SEO steeds meer winnen, het is immers een spel waar ik de regels van ken, ik kan het verantwoord spelen en dat is deel van het succes.

De SEO-tekstschrijver vermant zich

Zo dan is mijn werk, zo dan is mijn schrijverij buiten deze website om: zoekmachineoptimalisatie, commerciële teksten, altijd weer het internet, altijd weer zoekwoorden. En op deze website verman ik mij, zo presenteer ik het tenminste. Helemaal waar is dat niet, want in werkelijkheid is alles verweven. Soms schrijf ik hier ook over opdrachten die ik heb gehad, en niet zelden denk ik hier ook wel ’n beetje over de regels van zoekmachineoptimalisatie na, als ik weer een tekstje schrijf. Want ook met mijn blog wil ik gevonden worden. Zo is er overal waar online teksten zijn, ook een beetje SEO.

Wilt u mij verder spreken over dit onderwerp? Dat zou natuurlijk zomaar kunnen, ik werk ook freelance. Kijk op mijn contactpagina voor meer details.

Het brouwboek van Johannes Wahlen

Archief Alkmaar

Het archiefgebouw in vroeger tijden

In het archief van Alkmaar, gevestigd in een oud schoolgebouw niet ver van het station, bevinden zich behalve foto’s, boeken en brieven ook bierrecepten. Het bekendste en mooiste bierige archiefstuk dat in Alkmaar te bewonderen valt moet toch wel het brouwboek van Johannes Wahlen zijn, of, in de spelling die op de kaft staat, Brouw-Boeck, met de fraaie ondertitel Mijne geliefkoosde uren. Het jaartal is 1862.

Het handschrift van een bierbrouwer

Het brouwboek is met de hand geschreven, in een sierlijk en goed leesbaar schrift. Toen ik het bestudeerde hoefde ik maar ’n enkele keer moeite te doen om ’n woord goed te lezen. Dat alleen al is een prestatie, maar echt bijzonder zijn de kleurige tekeningen die Wahlen naast zijn teksten maakte, tekeningen waarop de 19e eeuwse brouwpaktijk staat afgebeeld. Het brouwboek is een klein monumentje voor het brouwwezen, een sieraad voor de Alkmaarse biercultuur. Verderlezen…

Bierrecensie: Leopold 7

België is een land van bovengistend bier, niet van pils, maar ondanks mijn pilspleidooi van vorige week drink ik zeker ook nog wel ‘ns bovengistend bier. Deze week maakte ik zo kennis met de Léopold 7 , een op het eerste zicht typisch blond Belgisch bier, waar toch iets meer mee de hand was en waar dus maar een bierrecensie over geschreven moest worden.

Belgische blonde

Na mijn eerdere pleidooi voor pils zal het niet verrassen dat ik met de Belgische blonde, als bierstijl dan, een beetje moeite heb. Het is een opvolgerstijl van pils: de blonde kleur appelleert duidelijk aan de veranderde verwachting van de bierconsument, die sinds de 20e eeuw lichte mouten verwacht, en een mooie schuimkraag. Bier is in beginsel blond, iedere andere kleur is bijzonder: zo is tegenwoordig het beeld, maar zo is het niet altijd geweest. Verderlezen…

Taalcontact: van ij en ui in Tsjechië

De allereerste klankverschuiving waarvan ik mij het bestaan realiseerde, moet de oude Nederlandse verschuiving van “ie” naar “ei”, geschreven “ij”, zijn geweest, en daaraan parallel die van de oude “uu” naar de “ui”. Het is een verschuiving die je in de spelling nog ziet, die “ij” van ons is eigenlijk een lange “i”, en ook de “ui” is eigenlijk gewoon een lange “u”, met dan de -i als verlengingsteken erachter.

IJ en UI in het Tessels

TesselsDat ik me hiervan al zo vroeg bewust werd (ik was ’n kind nog) had alles met het Tessels te maken, het dialect van mijn familie aan vaders kant. In dit dialect is de bewuste klankverschuiving nog niet voltrokken, mijn oma sprak woorden als “kijken”, “tijd” en “rijst” met een i-klank uit, en haar huis noemde ze een huus. Zelf zeg ik wel “tijd” en “huis”, tenzij ik Tessels spreek; de klankverschuiving bevindt zich in mij, als het ware, en in mijn vader, we staan met één been in de oude tijd, van tied en huus, en met één been in de nieuwe van het Standaardnederlands. Verderlezen…

Pleiten voor pils

“Jij bent bierkenner, toch?” Als die vraag op me af komt voel ik dat ik mij moet verdedigen. Ik wil immers geen bierkenner zijn, of zytholoog, zoals je dat soms hoort noemen. Bier kun je niet kennen, bier kun je liefhebben. “Nee, ik ben een bierliefhebber,” zeg ik dan ook altijd. Gelukkig haalt de volgende vraag die hier haast standaard op volgt me ook zonder bescheidenheid wel van m’n voetstuk: “Hou jij nou van Heineken of van Amstel?” Bier, dat is immers in de eerste plaats pils, hoezeer de zelfverklaarde bierkenners ook anders beweren.

pils

Plaas aan ’t pils

Er is een tijd geweest dat ik pils irritant vond, misschien wel door gesprekjes als het bovenstaande. Onder bierliefhebbers is het ook bon ton om over pils stoere en ongenuanceerde dingen te zeggen. “Water met een kleurtje”, “commerciële flauwekul voor de massa” en “dat drink je niet, als kenner” – enfin, we kennen die wanen allemaal wel. Ik heb me er ook wel eens aan bezondigd. Maar inmiddels is dat anders. Ik houd nog steeds van nieuwerwetse bieren, maar meer en meer herwaardeer ik die oeroude en eerbiedwaardige bierstijl: het pils.

Pils en z’n geschiedenis

Hoe het gekomen is weet ik niet, maar op de één of andere manier heeft een heel bataljon aan zelfverklaarde bierkenners zichzelf wijsgemaakt dat pils iets nieuws is, “modern bier”, en dat speciaalbier “traditioneel” is. Die bewering schippert wat tussen halve waarheid en onwaarheid in. Pils is wel degelijk heel oud, het is ook ontzettend traditioneel, al wat er modern aan is dient de traditie en niet andersom. Tegelijk zijn de meeste speciaalbieren modern (tripels zijn er pas sinds de jaren 30, IPA met cascade-hop en aanverwanten pas sinds de jaren 70). Verderlezen…

Een rondleiding in Alkmaar met en zonder mij

Al meer dan tien jaar woon ik nu in Alkmaar. Dat is ’n beetje toevallig zo gekomen, zoals dat voor wel meer Alkmaarders lijkt te gelden, maar met de jaren ben ik wel aan de stad verknocht geraakt – ook al iets dat voor meerdere Alkmaarders geldt. Geef me ongelijk: Alkmaar is ’n mooie, oude stad en er zijn prima voorzieningen. Het is dan wel geen wereldstad, het is er goed toeven, in ieder geval voor mij.

Rondleiding in Alkmaar

Het komt wel ‘ns voor dat ik vrienden of schoonfamilie uit het buitenland ontvang. Hen Alkmaar laten zien is dan natuurlijk wel een verplichting. Mijn rondleiding heb ik inmiddels vaak herhaald en steeds verbeterd: in een uur, haast anderhalf uur kan ik geïnteresseerde bekenden, dan wel beleefde bekenden die interesse veinzen, Alkmaar van binnen en van buiten laten zien, met de mooiste historische verhalen en de grappigste geheimen. Ik ben haast een gids geworden. Verderlezen…

Wat hier staat, is van Marcel Plaatsman - van mij dus. Ik heb het geschreven, anders stond 't hier niet.