Auteur Marcel

1
Rollend taalcontact: de letter R
2
Een eigen gids voor Texel
3
Bier in Mechelen
4
Allemaal sneeuw
5
Een samenvatting van het Luxemburgs
6
Teruggevonden taallegende: taalgids Rotterdams
7
Bier in Brussel
8
Bierproeverij “Gist – Chaos in bier”
9
De taal van Wilamowice
10
Dusseldorp in de februarizon

Rollend taalcontact: de letter R

De r is nog maar net uit de maand, of hij is alweer in het nieuws: bij de NOS ’n heel artikel, met geluid, en dat ter ere van een r-congres dat de komende dagen in Frisia gehouden wordt. Mooi natuurlijk, aandacht voor taal, maar niet helemaal verrassend, want de r mag zich al langer in bijzondere belangstelling verheugen en dat komt natuurlijk vooral door de vele manieren waarop die r in het Nederlands uitgesproken wordt.

Van Franse r tot Gooise r

r-uitspraakDe oorspronkelijke Nederlandse r is de rollende tongpunt-r. Het is de r die we wel kennen van het Spaans, van de Slavische talen, van de Schotten en als het goed is toch ook van onszelf of van onze naaste familie, want dit is nog altijd een heel alledaagse r in heel het Nederlandse taalgebied. In sommige streken concurreert deze r met de huig-r, die achter in de keel wordt gemaakt en die wel “Franse r” heet. Op televisie en onder mensen die hopen nog eens op tv te komen concurreert die r vooral met de Gooise r, de r waarvan voorspeld wordt dat die ooit de gewoonste r van Nederland gaat worden, maar dat ondertussen nog altijd niet is.

Aardig aan de namen van die r’en is dat ze topografisch zijn. Gooise r verwijst naar mediahoofdstad Hilversum, Franse r verwijst naar Frankrijk. Een minder gewone variant, de a-achtige r na een klinker (“bie-a”) wordt wel Duitse r genoemd, vooral als Achterhoekers hem maken. Kennelijk wordt daar de herkomst van die r’en gezocht. Dat doet vermoeden dat al die r’ en op de één of andere manier het resultaat van taalcontact zijn.

De r als taalcontact

Bij de NOS leren we dat we in het Nederlands alle r’en wel hebben, behalve die van een “briesend paard”, die in de Amazone voor schijnt te komen. Zelf mis ik ook nog de Tsjechische ř, die van Dvořák, een “natte r” die gemengd lijkt met de j- van journaal. In elk geval hebben we wel de Franse, Duitse en “Amerikaanse” r in ons Nederlands zitten en dat klopt met het vermoeden, dat die r’en het gevolg zijn van taalcontact. Verderlezen…

Een eigen gids voor Texel

TexelOver Texel kan ik wel blíjven schrijven. Het eiland van mijn familie gaat me blijkbaar zo aan het hart dat op de ene zin bijna automatisch een andere volgt, hele hoofdstukken kan ik zo bij elkaar tikken en als ik, immers tekstschrijver van beroep, daar nou vaak de opdracht toe zou krijgen zou ik dat ook doen. Maar goed, dat gebeurt me dus niet zo vaak, dat is toch een klein beetje jammer (al zijn genoeg andere onderwerpen óók best leuk).

Tips voor Texel

Maar onlangs dus overkwam het geluk me, mij werd gevraagd wat tips voor Texel op papier te zetten, ditmaal door mijn schoonfamilie, die helemaal niet van Texel komt, maar uit België. Ach, een lijstje met wat tips, een luchtig kaartje – zó was het gebeurd en met hen mee verheugde ik me op hun kennismaking met Texel, want Texel is toch mooi, zeker ook voor Belgen voor wie het eiland, dat stel ik mij zo voor, weer net iets exotischer is dan voor Nederlanders.

Maar tips voor Texel zijn nog geen gids. Toen ik die tips opschreef bedacht ik, dat ik mezelf toch méér plezier zou doen door een hele gids te schrijven. Een gids die dan in ieder geval door vrienden, kennissen en schoonfamilie kan worden gebruikt, maar ook door de lezers van dit blog. Een eigen gids voor iedereen. Verderlezen…

Bier in Mechelen

Het lot heeft ’t zo gewild dat ik dikwijls terugkeer in Mechelen. Daardoor zie ik Mechelen vaak: niet als een foto van één bezoek wat jaren geleden, maar als ’n film waarin de scènes elkaar schokkerig, maar tenminste lineair opvolgen. Zo zie ik Mechelen veranderen, ik kan er ontwikkelingen zien – en zulke ontwikkelingen zijn er ook in de beleving van bier in Mechelen.

Biercafés in stoelendans

Mechelen bierIn de Mechelse horeca is de laatste jaren veel ineens veranderd. Beroemde zaken als Den Akker en Den stillen genieter moesten hun deuren sluiten – met de laatste ging een legendarisch biercafé verloren. Ook het intieme praatcafé Borrel-Babbel stond even te koop, maar heeft na de overname gelukkig z’n karakter niet verloren. Of café d’Afspraak, ooit ’n plek voor toffe bieren en simpele vullende gerechten, nog wel echt open is durf ik niet meer te zeggen, zo vaak stond ik er voor een dichte deur.

De crisis trekt z’n littekens, zogezegd. Maar het echte schuiven is gelukkig de vernieuwing: er zijn nieuwe zaken bijgekomen op plekken waar je ze niet verwachten zou. Zo lijkt het een stoelendans van biercultuur: de vertrouwde plekken zijn verdwenen of door anderen bezet, maar andere lege stoelen zijn tegelijk weer opgevuld en dat levert de stad veel op. Niet dat Mechelen zich al meten kan met Brussel, maar er zit zeker schot in de Mechelse biercultuur. Verderlezen…

Allemaal sneeuw

Wat moet een mens nou helemaal met sneeuw? ’t Ziet er mooi uit natuurlijk, maar als je er doorheen loopt krijg je er natte voeten van en het lóópt ook niet goed door. Het schiet niet op. Een „speurdersroman” die Allegearre snie heet kan wat dat aangaat wel een zware dobber zijn: allemaal mooie dingen om naar te kijken, maar geen kans om er doorheen te komen, niet vooruit en niet de diepte in. Dat was ongeveer mijn verwachting toen ik aan dit boek van Meindert Bylsma begon.

Verderlezen (in het Fries)…

Een samenvatting van het Luxemburgs

LuxemburgsHet Luxemburgs is om heel wat verschillende redenen een bijzondere taal. Het is een heel kleine taal, maar toch ook weer geen minderheidstaal; het is eigenlijk juist meerderheidstaal, maar ook weer niet echt landstaal. Het is ook geen taal waarin kranten geschreven worden, maar er is wel een Luxemburgse Wikipedia. Ook eigenaardig: in het Nederlands is er eigenlijk nauwelijks iets over het Luxemburgs geschreven. Verderlezen…

Teruggevonden taallegende: taalgids Rotterdams

In mijn Leuvense jaren waren de colleges van Joop van der Horst, die Nederlandse taalkunde doceerde, altijd een evenement om naar uit te kijken. Joop – hij werd in de wandel altijd bij zijn, voor Vlamingen exotische, voornaam genoemd – maakte er een echte show van, in zijn colleges zat een opbouw, een verhaal met een begin en een eind, en altijd was er humor. Dat leverde ook een ironische spanning op: was alles wat ‘ie zei nou waar? Of ging de show ook in onze aantekeningen verder?

Taalgids Rotterdams

rotterdams

Rotterdam Leuvehaven

Een verhaal wat ik me altijd ben blijven herinneren is dat van de “taalgids Rotterdams”. Zo is het in mijn hoofd gaan heten, ik sluit niet uit dat ook ik er weer ’n show van heb gemaakt, want ironie lokt ironie uit. Maar het verhaal is gauw herverteld: in de oorlog wilden de Amerikaanse soldaten zich verstaanbaar kunnen maken bij de lokale bevolking van het moeizaam op de Duitsers heroverde Nederlandse taalgebied, en dus lieten ze een gidsje maken. De methode was simpel: een Nederlandse informant vertelde hen hoe zijn taal in elkaar zat en dat werd genoteerd. Verderlezen…

Bier in Brussel

Deze week was ik in Brussel. Dat was heel aangenaam, ik zou iedereen dan ook aanraden mijn voorbeeld te volgen en spoedig ook ‘ns naar Brussel te gaan. Brussel kan bezoekers immers best gebruiken. Het bier in Brussel is een reisdoel op zich, maar Brussel is natuurlijk ook leuk om de mooie vergezichten, de oude straatjes, de goede restaurants, de groene parken en de tweetaligheid waardoor alles ’n beetje meer lijkt te vloeien. Ga er maar heen, dus, u overleeft het wel.

Bier drinken in Brussel

Wie in Brussel is hoort er bier te drinken, daar zijn de gidsjes het wel over eens. België heeft in de toeristische handboeken immers het cliché “bierland” meegekregen en de hoofdstad moet dan wel aan dat cliché voldoen, nietwaar? Het aardige nu is dat Brussel de clichés logenstraft. Ja, er is bier, maar de clichébieren uit de gidsjes (Leffe Blond, Westmalle Tripel, BelleVue Kriek) zijn er nu juist niet de meest typische. Brussel is de stad van de wilde gisten, van zure kriekbieren in plaats van aangezoete rommel, het is de stad van lambiek en geuze en sinds kort is het ook de stad van de IPA. Daarmee ontglipt Brussel de clichés over Belgisch bier als bier dat zoet, alcoholisch en goed beschouwd vooral een mode uit de jaren tachtig is. Verderlezen…

Bierproeverij “Gist – Chaos in bier”

Niet iedereen was erbij, maar voor wie er wel bij was is dit blog: mijn proeverij Gist – Chaos in bier op de avond van 5 april, gehouden bij eetcafé De Binnenkomer in Alkmaar. Bij deze proeverij ontdekten we de smaak van gist aan de hand van enkele klassieke en minder klassieke bieren. Bij het bier kwamen hapjes.

Bieren en bierhapjes

bierproeverijDit blog is er voor proeverijbezoekers die precies willen weten wat ze nou gedronken en geproefd hebben. Alle bieren zijn geleverd door Bier&Co, alle hapjes zijn bedacht en bereid door de mensen van De Binnenkomer. Verderlezen…

De taal van Wilamowice

Het voorbije weekend stond in NRC een artikeltje over het Wymysoojs, ook bekend als Wymysiöryś, de taal van het kleine Poolse stadje Wilamowice. Een Duitse taal is het, maar ze is ook wel Vlaams en Nederlands genoemd. Het artikel verhaalt vooral over de herrijzenis van die taal, een sympathiek project dat dood doet leven en taal doet spreken, en dat allemaal dankzij één jongen.

Het artikel werd me toegestuurd door een vriend. Het staat ook op de website van NRC en sinds 1 april staat het ook achter de betaalmuur van de Belgische krant De Standaard. Het blijft toch tobben met die kranten en hun betaalmuren, die blijkbaar ook al gelden voor de artikelen die ze van elkaar overnemen.

Gratis is en blijft mijn blog en hier kan ik u een artikel laten lezen dat ik zelf schreef over deze taal, jaren geleden alweer, in het tijdschrift B-Magazine, dat werd uitgegeven door studentenvereniging Babylon. Mijn publiek was wel enigszins met taalkundige termen vertrouwd, dus ik heb me laten verleiden tot een bondige beschrijving van het Wymysiöryś, of Wymysoojs. Het stukje is er nu als pdf:

– Wordt er in Polen Vlaams gesproken? – het wonderlijke Wymysiöryś

Ook dat mag ’n herrijzenis heten, dat u dit artikel nu op mijn blog kunt lezen. Toen gold het Wymysiöryś zelf nog als een taal die op sterven na dood was. Het lijkt nu weer alle kanten op te kunnen, ook de goede.

Dusseldorp in de februarizon

Het laatste weekend van februari bracht ik door in de Duitse stad Düsseldorf, voor de liefhebbers van verouderde exoniemen natuurlijk beter bekend als Dusseldorp. Een vrij doorzichtige naam, het riviertje de Düssel stroomt nog steeds door de stad en die stad is natuurlijk ooit een dorp geweest, te strategisch gelegen om een dorp te blijven en daarom uitgegroeid tot een handelsstad en een politiek centrum.

Het moderne Dusseldorp heeft zo’n 600.000 inwoners, maar dient voor een veel groter gebied als centrumstad, wat je het duidelijkst ziet aan het grote en mondaine winkelgebied. Tegelijk is het een eigenzinnige stad met z’n eigen dialect, z’n eigen carnavalstraditie en vooral ook z’n eigen biercultuur. Al bij al was er voor mij dus genoeg te beleven.

1.

Ons hotel lag in een gewone buitenwijk, dankzij de nieuwe tramtunnel efficiënt met het centrum verbonden. De bebouwing was overwegend saaie wederopbouw, maar de Suïtbertuskerk was mooi gerestaureerd.

2.

3.

Het hart van de moderne stad is de Kö (Königsallee), een statige gracht waarlangs zich sjieke warenhuizen bevinden. Hier beginnen en eindigen ook de andere grote winkelstraten. Tijdens ons verblijf stond er een reuzenrad aan de Kö, om te vieren dat de nieuwe tramtunnel af was en het OV-netwerk nu een stuk completer was (Alles dreht sich ums neue Netz). Verderlezen…

Wat hier staat, is van Marcel Plaatsman - van mij dus. Ik heb het geschreven, anders stond 't hier niet.