’t Plezier van de Wuppertaler Schwebebahn
Wuppertal is eigenlijk bést een mooie stad. Dat is zo ongeveer wat toeristen tegen elkaar zeggen als ze de oude wijken op de groene hellingen zien liggen terwijl ze daar langs zoeven. Want zoeven doen ze, zwéven, vliegen zowat. Toeristen komen niet naar Wuppertal om die mooie oude wijken en ook niet om het groen. Ze komen om de Wuppertaler Schwebebahn.
125 jaar oud is deze wereldberoemde monorail dit jaar en dat werd gevierd in Wuppertal. In deze stad is openbaar vervoer namelijk cultuur. De Wuppertalers zijn trots op hun hangende tram, die de oude kernen in het dal tot één stad heeft kunnen smeden. Ze kennen de verhalen, houden anekdotes in ere, kijken tóch even omhoog als de ‘Kaiserwagen’ over komt zweven. Wie dag in dag uit naast deze machine woont raakt ermee vergroeid.

Voor een paar dagen groeiden wij deze week mee en we genoten er allemaal van. De bekoring van deze wiegende vliegtrein is er voor iedereen, je hoeft er bepaald geen spoorgekkie voor te zijn. De Schwebebahn speelt met de verwachtingen die we van verkeer hebben, spot er zelfs mee als de treintjes óver de auto’s schieten. De Schwebebahn prikkelt de verbeelding. Wuppertal kan dan ook nooit meer zonder.
Een unieke oplossing voor een smal dal
Wuppertal is een nogal nieuwe naam voor een oud stedelijk gebied, dat al vroeg industrieel werd en er aan het einde van de negentiende eeuw zal hebben uitgezien als een vrolijk ratjetoe van fabrieken, warenhuizen, villawijken en culturele centra, dat alles langs een slingerende rivier die niet bevaarbaar was te krijgen.

Eén gemeente was het toen nog niet, maar dat gegeven van een te smal dal met te veel stedelijke functies, en nauwelijks plek voor degelijk ov, dat bracht de dalbewoners samen in hun zoektocht naar een oplossing. Die werd gevonden in het even brutale als praktische idee om die slingerende Wupper om te toveren tot een spoorbaan.
Nou was dat idee nog niet zó buitenissig. Ook in andere steden is er wel voor gekozen om waterlopen te overkluizen of zelfs te dempen, om zo ruimte te bieden aan het moderne verkeer. Maar de Wuppertal was wel zo bochtig dat er zelfs dan nog een hoop werk aan zou zijn om er een knappe spoorbaan over te laten rijden. Er was een andere oplossing en die was gevonden door ingenieur Eugen Langen: een hangende trein, met de wielen over één spoor, die kon zwieren in de bochten.

Het was een geheel nieuwe techniek, maar dat gold in die dagen voor wel meer technieken die werden toegepast. Het hield de dalbewoners dus nauwelijks tegen, ze durfden het experiment wel aan. Zo bouwden ze een complete luchtmetro, die het verkeersvraagstuk van Wuppertal succesvol oploste.
Het ritme van de Schwebebahn
Wie nu in Wuppertal is – inmiddels is het wel één gemeente, één levendige stad van ruim 350.000 inwoners – hoort, ziet, vóélt de aanwezigheid van de eigenwijze oplossing van 125 jaar geleden. De treinen glijden onder een metalen constructie door met links en rechts telkens één spoor per richting. Als het moet komen ze elke paar minuten en dan zitten ze goed vol, eigenlijk de hele dag wel. De Schwebebahn is druk, frequenties van een trein per 3 minuten zijn geen overbodige luxe.

Zo raakt ook de toerist vertrouwd met het ritme van de Schwebebahn. Op de stations steevast de kinderen achteraan, op het witte vlak dat aangeeft waar de achterdeuren komen. Daar, achterin, zijn de panoramazitjes. Je ziet er de rivier onder je wegglijden en in Vohwinkel ook het straatgewoel, want hier hangt de constructie gewoon over de winkelstraat met auto’s, bussen en trolleybussen.
Er zijn 32 treintjes in gebruik. Dertig zijn er lichtblauw, één is blauworanje (naar een oudere kleurstelling, een nostalgisch pakje voor het jubileumjaar), één is echt anders: dat is de historische ‘Kaiserwagen’ die voor bijzondere gelegenheden wordt bewaard. Ritten met deze oude wagentjes moet je maanden op voorhand reserveren.

De gewone treinen gaan iedere morgen de baan op, maar niet allemaal tegelijk. Ze krijgen bij vertrek een nummer mee. Zowel bij het westelijke eindpunt in Vohwinkel, als bij het oostelijke eindpunt in Oberbarmen gaan er dan treintjes het systeem in; bij het ene station krijgen ze dan oneven nummers en in het andere beginstation even nummers. In combinatie met de wagennummers ontstaan zo per dag unieke combinaties: wagen 02 is bijvoorbeeld als elfde uit Vohwinkel vertrokken en heeft de nummering 11-02, een dag later kan dat weer 14-02 zijn. Dat bijhouden is een vermaak op zichzelf.

Het tracé met twintig haltes is ongeveer 13 kilometer lang. Ze maken er rondjes over, de treinen, bij de eindpunten gaan ze dan de keerlus in – of worden ze met een wissel de remise weer ingeduwd. Ook dát is een fascinerend schouwspel om te volgen.
De treinen schommelen, ze gaan schuin door de bochten, maar wiebelen ook als ze in de stations hangen. Hoe zwaarder beladen, hoe mooier het zweeft, lijkt het wel. In ongeveer een half uur wordt het hele parcours in één richting afgelegd, van oost naar west, van west naar oost – door heel Wuppertal.
Nadelen van de perfecte Bahn
De drukte en de hoge frequenties laten goed zien dat de Schwebebahn in een behoefte voorziet. ’s Nachts doet een nachtbus hetzelfde rondje wel sneller, maar overdag zou dat onhaalbaar zijn, daarvoor levert het verkeer te veel obstakels op. De Schwebebahn zweeft daar letterlijk overheen. Het systeem is robuust, de Wuppertalers weten dat ze erop kunnen rekenen. En de toeristen zweven graag een rondje mee.

Toch is deze Schwebebahn niet zonder nadelen. Op het traject zelf zijn geen wissels, die zijn er alleen aan beide eindpunten. Als er iets gebeurt onderweg verspreidt dat probleem zich dus over het hele net. Het gebeurt gelukkig zelden – maar een gepland onderhoud aan één van de eindstations zal over een paar jaar de hele Schwebebahn een tijdlang stilleggen en dat is toch wel hard.
De drukte laat ook zien dat er grenzen zijn aan wat dit systeem aankan. Langere treinen inzetten, dat is geen optie; dubbeldekkers passen ook niet. De frequentie nóg verder verhogen, dat kan niet eindeloos. Ook daar zit dus wel een uitdaging.

De Schwebebahn is verbonden met een goed netwerk van reguliere spoorwegen en bussen die de hellingen opgaan. Een extra lijn zit er niet in, dat zou ook moeilijk in te passen zijn. Ook daar loopt de Schwebebahn dus tegen grenzen op, het systeem is statisch en kan bijvoorbeeld ook niet zomaar inspelen op nieuwe stadsuitbreidingen of een veranderende vervoersvraag.
Schwebebahn als icoon
Maar de Wuppertalers voegen zich naar hun Schwebebahn, omdat die hét icoon van hun stad is. Zeg Wuppertal, en je zegt Schwebebahn. Ieder eerste gesprek met iemand van buiten de eigen stad zal er weer over gaan, weet de echte Wuppertaler. Deze machine verwondert. Wie hier belandt kijkt met open mond omhoog.
Er is een hele cultuur rond de Schwebebahn ontstaan. Er zijn koekjes van, maar ook sokken. Er zijn likeurtjes naar vernoemd. Voor de kinderen zijn er knuffels. Eindeloos wordt de geschiedenis van circusolifant Tuffi uitgemolken, dat arme dier dat in de Schwebebahn werd geperst en er in paniek weer uit sprong, zo de Wupper in. Wat het olifantje gelukkig overleefde. Een beeld markeert de plek waar dit gebeurde.

De toeristische dienst van Wuppertal zou best wat meer mogen uitpakken met die mooie oude wijken op de heuvel, met die fijne botanische tuin, met die sierlijke trappen overal. Wuppertal is mooi, heus wel. Maar wie nuchter is weet: de toeristen komen voor de Schwebebahn. Die ervaring, die is nergens anders zó, als in dit dal waar deze malle machine gekoesterd wordt als de grootste schat.

Er zijn nog geen reacties.
Reageer