Tag Nederland

1
Bier in Alkmaar: 1573 Pinksterdrie
2
Een eigen gids voor Texel
3
Beverkoog
4
Wandelend door Wieringerwerf
5
Harderwijk werd verzwolgen
6
Een rondleiding in Alkmaar met en zonder mij
7
Echt Nederlands bier
8
Sabine Vandeputte versus het Hollands
9
Hoge standaarden, echte talen
10
Heinekens regenzomer

Bier in Alkmaar: 1573 Pinksterdrie

Alkmaar is bierstad, dat vertel ik de lezers van dit blog nu al een tijdje, en er worden me alleen maar meer argumenten aangereikt. Deze zomer hield ik mooie taplijsten bij en verder was ik enthousiast over de Alkmaarse brouwerij Zeglis. Nu, deze week, is er een tweede Alkmaarse brouwerij bijgekomen, brouwerij 1573, en hun eerste bier kwam woensdag op tap bij De Kleine Deugniet: de 1573 Pinksterdrie.

1573: Alkmaarse biergeschiedenis

brouwerij 1573De naam 1573 slaat natuurlijk op het Alkmaars ontzet. Op 8 oktober 1573 werden de Spanjaarden definitief verslagen en was Alkmaar een vrije stad. Het jaartal heeft hier al vaker met bier te maken gehad. Zo bestond er enige tijd een café aan de Gedempte Nieuwesloot dat 1573 heette – maar daar ben ik nooit geweest. Wel was er een hobbybrouwerij, 1573, maar daar komt de officiële brouwerij 1573 niet direct uit voort.

Hoe dan ook, brouwerij 1573 is er nu, in 2016, onnoemelijk veel jaren na het Ontzet, maar wel midden in de Alkmaarse bierrevolutie. Want na Zeglis is er dus 1573 en ondertussen bestormt ook Leeghwater de poorten, vanuit De Rijp, maar ook dat is Alkmaar tegenwoordig. En het gonst: er zal nog meer Alkmaars bier komen, veel meer. Alsof we aan onze buren in Heiloo, Limmen en Langedijk niet al genoeg hadden! Je kunt straks een bierkaart vullen met alleen bier uit Groot-Alkmaar. Geen biergeschiedenis, maar biertoekomst heeft Alkmaar en in die toekomst staat brouwerij 1573. Verderlezen…

Een eigen gids voor Texel

TexelOver Texel kan ik wel blíjven schrijven. Het eiland van mijn familie gaat me blijkbaar zo aan het hart dat op de ene zin bijna automatisch een andere volgt, hele hoofdstukken kan ik zo bij elkaar tikken en als ik, immers tekstschrijver van beroep, daar nou vaak de opdracht toe zou krijgen zou ik dat ook doen. Maar goed, dat gebeurt me dus niet zo vaak, dat is toch een klein beetje jammer (al zijn genoeg andere onderwerpen óók best leuk).

Tips voor Texel

Maar onlangs dus overkwam het geluk me, mij werd gevraagd wat tips voor Texel op papier te zetten, ditmaal door mijn schoonfamilie, die helemaal niet van Texel komt, maar uit België. Ach, een lijstje met wat tips, een luchtig kaartje – zó was het gebeurd en met hen mee verheugde ik me op hun kennismaking met Texel, want Texel is toch mooi, zeker ook voor Belgen voor wie het eiland, dat stel ik mij zo voor, weer net iets exotischer is dan voor Nederlanders.

Maar tips voor Texel zijn nog geen gids. Toen ik die tips opschreef bedacht ik, dat ik mezelf toch méér plezier zou doen door een hele gids te schrijven. Een gids die dan in ieder geval door vrienden, kennissen en schoonfamilie kan worden gebruikt, maar ook door de lezers van dit blog. Een eigen gids voor iedereen. Verderlezen…

Beverkoog

De Beverkoog is vier dagen per week mijn bestemming, maar nooit in het weekend, dan rijdt zelfs de bus er niet. De Beverkoog is een bedrijventerrein, zo is het gepland. Ik werk er al jaren. De Beverkoog is gepland om dood te lopen in het noorden, tot de brug af is die ze nu aan het bouwen zijn, want de stadsplanners hebben zich bedacht, en al die jaren dat ik er werk bouwen ze nu aan die brug en nog steeds loopt de Beverkoog dood.

Het kantoor in de Beverkoog

Het kantoor is een achterkant van een ander kantoor, het heeft een plat dak erboven en een parkeerplaatsje ernaast. Rondom de parkeerplaats drommen andere kantoren samen, loodsen van bedrijven waar je anders nooit van had gehoord, een toren van schoonmaakwagentjes die nog door de gemeente moeten worden gekocht, een fietsenschuurtje en dan nog de muziekstudio waar we Ali B wel eens hebben gezien. Elke dag wordt hier gewerkt, maar nooit wordt er gewoond, er zijn geen huizen hier, ik denk niet dat er wordt gevreeën en als er warm gegeten wordt is het iets snels voor onder ’t overwerk.

Beverkoog

De Beverkoog van omhoog (renekuiken.nl)

In het kantoor is een zwarte vloer van namaakmarmer. Elke vrijdag wordt de zwarte vloer geboend, dan zie je de muren doorschijnen in de vloer, en het dak. Er is een lichtkoepel boven de eettafel waar je allang de lucht niet meer door ziet, alles is nu meeuwenpoep. De vallei van platte daken is voor de meeuwen een duinvallei, wat weten zij er ook van, zij leggen hier eieren en verdedigen krijsend hun kroost. In de herfst wordt het stil.

Verderlezen…

Wandelend door Wieringerwerf

Voor het dorp Wieringerwerf heb ik ooit bewondering gehad, toen ik veel kleiner was en in een veel kleiner dorp opgroeide. Wieringerwerf was het dorp van mijn grootouders, ik logeerde wel eens bij hen, en dan vond ik het heel wat, Wieringerwerf. Er waren winkels, twee kermissen zelfs, er was verkeer en je kon er wel drie kerken bekijken, in mijn eigen dorp waren dat er maar twee. En wat ’n bomen!

Nu ik zelf groter ben zie ik natuurlijk wel dat Wieringerwerf kleiner is dan ik toen dacht, saaier ook wel, minder succesvol zelfs – het is ook maar een polderdorp in een krimpregio, net als Burgerbrug. Toch ging er afgelopen weekend wel wat bekoring uit van het herfstige Wieringerwerf, en als voorbeeld van een gepland Zuiderzeedorp is het best interessant. De dorpskern is het resultaat van doordachte planning, met veel aandacht voor groen en iets minder voor architectuur, maar de paar “landmarks” die er dan toch staan zijn best fraai.

Wieringerwerf dus!

1.

Plaats van aankomst: het motel. Hier stoppen de snelbussen naar Alkmaar en Leeuwarden, eens per uur. Een laan leidt je het dorp in.

2.

3.

De dorpskern bestaat uit drie brinken, twee in oost-westrichting en één in noord-zuidrichting. Die laatste is van steen, hier zijn de meeste winkels. De andere brinken hebben een groener karakter. Verderlezen…

Harderwijk werd verzwolgen

Harderwijk is ’n lief oud stadje waar je in de praktijk alleen komt als je er toevallig wezen moet, of als je graag dolfijnen lijden ziet, wat ik niet hoop. De trein maakt er een bocht voor en rijdt er dan toch aan voorbij, zo voelt het. Harderwijk ligt ’n beetje halverwege van alles, ook al zeggen ze er zelf graag dat ze in het midden van Nederland liggen. Maar goed, Harderwijk, ik moest er toevallig ‘ns zijn, wat jaren geleden, en toen ’n paar keer nog ’n keer en inmiddels vind ik Harderwijk wel sympathiek.

De charme van Harderwijk is simpel: het is een oud stadje, met pleintjes en geveltjes en klinkers op de straat. Er staat ’n kerk waar van alles mee is misgegaan in de eeuwen voor ons, er staat een universiteit die geen universiteit meer is, er ligt een zee die geen zee meer is en er zijn wat gemiddelde horeca met gemiddelde bieren en gemiddeld personeel – zo zijn veel stadjes in Nederland en dat is prima zo. Harderwijk had ook Culemborg kunnen zijn, of Dokkum, of Sittard, of Medemblik… Nogmaals: ik vind dat allemaal wel sympathiek. Maar mysterieus? Dat had ik Harderwijk nooit gevonden.

Harderwijk oogt half

Tóch is er iets bijzonders aan Harderwijk. Er staat een flink stuk stadsmuur overeind, dat is wel opmerkelijk. Die stadsmuur staat aan de waterkant, aan wat vroeger de Zuiderzee was en nu ’n meer is waar verder niemand echt de naam van weet. De stadsmuur heeft als dijk dienst gedaan, dat weten we wel, en we weten dat de poort aan de waterkant, de Vischpoort, in de tweede helft van de 14e eeuw gereed kwam. Tot zover lijkt er weinig aan de hand – tot je de plattegrond van het oude Harderwijk eindelijk onder ogen krijgt. Verderlezen…

Een rondleiding in Alkmaar met en zonder mij

Al meer dan tien jaar woon ik nu in Alkmaar. Dat is ’n beetje toevallig zo gekomen, zoals dat voor wel meer Alkmaarders lijkt te gelden, maar met de jaren ben ik wel aan de stad verknocht geraakt – ook al iets dat voor meerdere Alkmaarders geldt. Geef me ongelijk: Alkmaar is ’n mooie, oude stad en er zijn prima voorzieningen. Het is dan wel geen wereldstad, het is er goed toeven, in ieder geval voor mij.

Rondleiding in Alkmaar

Het komt wel ‘ns voor dat ik vrienden of schoonfamilie uit het buitenland ontvang. Hen Alkmaar laten zien is dan natuurlijk wel een verplichting. Mijn rondleiding heb ik inmiddels vaak herhaald en steeds verbeterd: in een uur, haast anderhalf uur kan ik geïnteresseerde bekenden, dan wel beleefde bekenden die interesse veinzen, Alkmaar van binnen en van buiten laten zien, met de mooiste historische verhalen en de grappigste geheimen. Ik ben haast een gids geworden. Verderlezen…

Echt Nederlands bier

De bierrevolutie lijkt haast voltooid. Zelfs de supermarkten pakken nu uit met speciaalbier en de kranten blijven er over schrijven, weliswaar nog niet zo veel als over wijn, maar toch al meer dan ooit tevoren. Ook het internet doet nog mee, bier wordt zelfs zo populair dat de online discussies erover hetzelfde niveau krijgen als die op GeenStijl of hln.be – misschien wennen voor de oudere revolutionair, maar de discussie is nu tenminste breed en niet meer voorbehouden aan alleen die aardige buren van het bierdorp.

Als de bierrevolutie haast voltooid is, wat blijft er dan over om voor te vechten? Even dacht ik: niets, maar toen herinnerde ik me ineens mijn oude strijdpunt: Nederlands bier. We moeten Néderlands bier gaan drinken, eigen bier, niet de hele tijd die zoete Belgen. Hoe gaat het daar nu eigenlijk mee? Heeft de bierrevolutie het Nederlandse bier eindelijk tot norm verheven? Tot mijn schrik stelde ik vast dat dat eigenlijk niet zo was. Verderlezen…

Sabine Vandeputte versus het Hollands

Vlaanderen.svgEergisteren schreef ik over talen met verschillende stijlregisters voor verschillende gelegenheden: een standaardtaal voor formele, een spreektaal voor informele situaties. Eergisteren verscheen op de website van de VRT een column van hun correspondente in Nederland, Sabine Vandeputte. Zij schrijft over Vlaams versus Hollands en lijkt daarmee, ongetwijfeld onbewust, zelfs op mijn blog te reageren: “Spreek één taal en hou je eraan,” stelt ze. “Spreek Nederlands als Vlaming of spreek je dialect. Maar ga die twee niet mengen.” Een duidelijk pleidooi tegen de Tussentaal, zoals die alledaagse Vlaamse spreektaal meestal genoemd wordt.

Op zich is er weinig nieuws onder de zon, er wordt wel vaker kritisch over de Tussentaal gesproken. Vanouds was het ideaal immers dat Vlaanderen en Nederland dezelfde standaardtaal zouden gebruiken en de Tussentaal wordt als een bedreiging voor dat ideaal gezien. Stel nu dat die Tussentaal zich ontwikkelt tot een eigen Vlaamse standaard…?

Sabine Vandeputte kiest verrassend genoeg een andere benadering in haar strijd tegen Tussentalen. Verderlezen…

Hoge standaarden, echte talen

Het einde van oktober wachtte ik af in Praag. Een heerlijke stad, zolang je maar uit het toeristisch centrum wegblijft, en voor mij ook een taalbad, want ik leer Tsjechisch. Maar welk Tsjechisch heb ik nu in Praag geleerd, was dat wel hetzelfde Tsjechisch als in de cursus? Tsjechië is een land waar tweetaligheid norm is: de standaardtaal verschilt er van de spreektaal, en welk van de twee je gebruikt, hangt van de situatie af, of, in mijn geval, van je cursus.

Natuurlijk was het geen verrassing, ik wist wat mij te wachten stond. Over de Tsjechische taalsituatie is het nodige geschreven en ik lees het liefst alles wat er over het Tsjechisch geschreven is. Ik ken de afwijkingen, ik weet welke naamvallen er in de spreektaal vereenvoudigd worden en ik weet ook dat ze op het tv-journaal nog echt dobrý zeggen en niet dobrej. Ik heb het allemaal thuis kunnen lezen. Soms las ik zelfs dat de Tsjechische situatie uniek is.

Verderlezen…

Heinekens regenzomer

Ook dit najaar moet de firma Heineken slechte verkoopcijfers openbaren. De verkoop van bier daalde in heel Europa met wel 5%. Toch gelooft Heineken niet dat zoiets hun bedrijfsvoering, hun producten of hun imago aan te rekenen valt. Welnee, het ligt aan de regenachtige zomer, schrijft Heineken, en die uitleg neemt de NOS klakkeloos over: “Heineken baalt van regenzomer”.

Regenzomer? Ja? Goed, het heeft in augustus regelmatig geregend en ik herinner me zelfs een gruwelijke plensbui die mijn stadswandeling onmogelijk maakte, waardoor ik en mijn gezelschap in een café zijn blijven hangen, maar een echte regenzomer zou ik de voorbije tijd niet willen noemen. Heel dikwijls was het prettig terrasweer en vaak ook was het gewoon drukkend warm. Een Hongaarse kennis van mij die drie weken in Nederland was had nooit verwacht dat ons Noordzeeland zulke zomers hebben kon. Toch hadden we er één.

Heineken zag die zonneschijn niet, Heineken miste de bijna-hittegolf, Heineken vond geen terrasjes en zelfs geen cafeetje om even te schuilen bij een bui. Deze zomer heet voor Heineken regenzomer, want Heineken verkocht minder bier dan vorig jaar. Verderlezen…

Wat hier staat, is van Marcel Plaatsman - van mij dus. Ik heb het geschreven, anders stond 't hier niet.