Henk P. Meeuwis en de taal van de radio
Het was juli, ik zat op de nieuwsredactie zoals meestal, en er drong zich een vraag op over radio. Over ‘Radio Caroline’ in dit geval, waar de hoofdredacteur van zei dat hij daar nog zoveel herinneringen aan koesterde. Ik reageerde dat ik nog een andere hoofdredacteur had die dat altijd zei en appte Henk. Die las het, leek te reageren, doofde toen uit – en ik besloot hem maar even te bellen.
Dat lukte. “Goedemorgengoedemiddaggoedenavond”, groette hij, zoals altijd. “Henk P. Meeuwis, Pieterszoon” – of misschien net wat anders, deze keer, maar onmiskenbaar had ik Henk aan de lijn. En ja hoor, hij had voor Radio Caroline het nieuws gelezen, op zee. Maar mijn hoofdredacteur van nú, die kende hij niet, die moest van een andere lichting zijn geweest en dat gold ook voor de andere naam die ik noemde.
Henk verontschuldigde zich dat hij niet langer kon bellen, hij moest iets met een apparaat regelen. Een bank, opperde ik, maar hij zei iets over een sociaal medium en daarna sloten we het telefoongesprek af. Hij was de hoofdredacteur van tóén, van het oude radioprogramma waar ik nog steeds redacteur van heette, maar al maanden de tijd niet meer voor had gevonden. Een verhaal op zich, ‘.RadioDieperick’, een avontuur van haast twintig jaar voor mij en ook zoiets, net meer, voor Henk.
Gisteren kreeg ik het bericht dat zo weinig te verbeelden overliet. Dat wat warrige gesprek in juli was ons allerlaatste geweest. Woensdag is hij overleden, Henk P. Meeuwis Pieterszoon. Radiomaker, taalamateur, kroegloper, alomtegenwoordige.

Henk was iemand die begreep dat de wereld verhalen nodig had, en wel dringend. Hij aarzelde dan ook niet te strooien met anekdotes. Die verhalen zijn voor mij verbonden gebleven met tal van andere herinneringen, met plekken en geschiedenissen. De toestand van radio Katanga in Aalst, de reizen van en naar Berlijn en de dubbelrol die hij daarbij speelde, het pianospel van Julius, de handen en de suikerpotten, de gevechten die hij overleefde…
Henk verhaalde ze bij herhaling. Ik vertel ze soms zelf weer verder. Zoals dat heerlijk onsmakelijke verhaal over een Engelse bekende die op Schiphol niet door de controle kwam omdat er in zijn achterste iets stak dat daarin was terecht gekomen na een bezoek aan een homobar schuin tegenover de Wildeman.
De Wildeman, voluit Proeflokaal In de Wildeman, dáár begon het allemaal. Ik zat er, Henk zat er, we raakten in gesprek, lang geleden. Ik was toen student in Leuven, hij was net begonnen met een echt Amsterdams radioprogramma dat nog geen .RadioDieperick heette. Een uitzending als opmaat van Radio Hoebedoelu met Julius Vischjager, een beroemdheid die ik toen nog niet kende. Toen Henk en ik elkaar ontmoetten moet het zo’n beetje 2007 zijn geweest.

Mijn eerste column kan ik dateren op 3 oktober 2008. Zo begon het: ik werd de taalcolumnist van de radio, daar was ik zo’n beetje voor uit België teruggekomen. In de uitzending, toen nog vroeg op vrijdagmorgen, vertelde ik over de woorden waaide en woei en dat beviel wel. Henk, Thamon, Julius: die leerde ik toen kennen en daarna zag ik ze ’n jaar of wat lang iedere week.
Henk begon zo voor mij te leven als de hoekige, maar onvermoeibaar creatieve hoofdredacteur, die de uitzending in blokletters voorbereidde en vervolgens voor zijn ogen zag ontsporen, want Thamon, Julius en ik ook gingen onze eigen weg. Hij vatte al die chaos in taal, verzon de naam .RadioDieperick, introduceerde de Gast van de Week en verzon aan de lopende band rubrieken. Henk nodigde de grote schrijver Bernlef uit, de grote uitgever Vic van de Reijt, de grote filmmaker Eddy Terstall – en ik maakte daar al improviserende luisterwaardige uitzendingen van.
“Dat is toch dat VPRO-programma”, zeiden ze bij de nieuwsdienst waar ik de journaals insprak, en ik liet dat compliment maar in de stilte vallen. Al wist ik dat die radio zelf óók een verhaal was, met voornamelijk Henks bekenden als luisteraars.

Woorden gaf Henk vleugels, een liefde was niet platonisch, maar platonethisch, een groet was niet goedemorgen maar goedemorgengoedemiddaggoedenavond, Julius was onnavolgbaar, Eik en Linde heette Lik en Einde, de metro die maar niet afraakte de Nooitzuidlijn. In die taal hield ik als ‘Plaatstaal’ mijn columnpjes staande, tot ik uitvloog en echt werk ging doen.
Henk bleef interesse tonen en ik bleef de radio ook trouw, had er tot dit voorjaar nog een rubriek over de Texelse Courant. Toen was de metro al afgebouwd, Julius dood in een gracht gevonden en Thamon aan zijn ziekte bezweken. Maar Henk, die was er nog, al ging het al langer niet goed. Het was ook geen geheim dat zijn liefde voor het bier, die we deelden, een ongeduldige liefde was, met te weinig tussenpozen – om het maar eens aardig uit te drukken. Maar het ging bij Henk ook niet om geduld of dat soort brave deugden, het ging om de verhalen en de taal van de radio.
Dat mijn huidige werk als redacteur en het vroegere bij de Amsterdamse radio via een oude geschiedenis aan elkaar verbonden waren, zij het door een dunne associatie, dat had óók zo’n verhaal kunnen zijn. Henk was tijdens dat laatste gesprek in juli misschien te afgeleid om het te verzinnen. Maar ik wil dat anders in zijn plaats wel doen.
De lijn is nu stilgevallen, de radio is uit. Maar taal is er om te blijven verbinden. Ik blijf zijn woorden koesteren. Goedemorgengoedemiddaggoedenavond. Goede reis Henk.

Er zijn nog geen reacties.
Reageer