Categorie Boeken

1
Wisselsporen in ’t Kooltuintje
2
Boeken in boekwinkels
3
Boekrecensie: ’n thriller op ’n nep-Texel
4
Boeken proeven: The Guardian over Nederlandse literatuur
5
Boeken proeven: Das Parfum en de zee
6
Boekrecensie: Facebook
7
Taalkundeboeken: Slavische talen
8
Taalkundeboeken: Italisch en Romaans
9
Taalkundeboeken: Esperanto en Indo-Europees
10
Taalkundeboeken: niet-Indo-Europese talen

Wisselsporen in ’t Kooltuintje

Onlangs werd ik, als vaste bezoeker van de onvolprezen website Neerlandistiek.nl, attent gemaakt op het bestaan van de nog jonge versvorm wisselspoor. Een wisselspoor is, zo schreef Bas Jongenelen daar, een vers waarbij de tweede regel oogrijmt op de eerste en de derde regel klankrijmt op de tweede. De rijmwoorden kunnen dus “ongelijk / hachelijk /ongeluk” zijn. Meestal is dat middelste rijmwoord een leenwoord, dat ogenschijnlijk rijmt op de eerste regel, maar in werkelijk klinkt als de derde.

Gisteren belandde ik nog eens in het Alkmaarse café ’t Kooltuintje en daar herinnerde ik mij deze versvorm. Die herinnering ontlokte me enige pennenvruchten die natuurlijk vooral aardig zijn voor wie ’t Kooltuintje beter kent, maar ook zonder die context wel als nogal buitenissige voorbeelden van wisselsporen kunnen dienen. Geheel in stijl zocht ik namelijk in ieder vers de grenzen van het genre op, zoals dadelijk zal blijken. Échte wisselsporen zijn het geen van alle…

1.

“Tellen in het Frans, dat vind ik niks,”
zo verzuchtte moedeloos Red Rix,
“ik kom nauwelijks verder dan tot dix!”

2.

Ik ging met pake eens uit rijden.
We kwamen toen in ’t Sallands Wijhe,
riep hij: “ik wist net dat soks bestie!”

3.

In helder Duits weerklonk: “Ich will jetzt saufen!”
maar Wicher, die serveerde hem La Chouffe,
toen was z’n antwoord helaas wel wat stroef.

4.

ja, Wicher en Colin die zochten vertier:
ze vonden in Brussel ’t concert van Garnier.
Van Frans hadden beide alleen geen idee…

5.

Staot ter weer sou ’n toerissie te sake,
sou fàn weit je “This beer here is fake!
seg ik: màn, je bier heit Zonnesteek!”

6.

Ach als dat mooie meisje nou ‘ns vroeg,
om achterop te zitten op m’n Puch…
maar nee hoor, eerlijk, lijkt me dat toch stug.

7.

’n Turk in Vlaanderen maakte mee:
men zei: “e gij! wad een klak, allez!”
hij zei: “nee, dít hier, dat is mijn fez.”

8.

Op zak had ik eigenlijk niet veel
en toch vroeg ik India Pale Ale
ik kon net het bonnetje betalen.

9.

“Wel aan,” zei ik, “genoeg gezeurd
geef mij nog eentje dan van Bird
die zijn het brouwen niet verleerd.

De wisselsporen zijn zonder titel en alle geschreven op 12 april 2017.

Boeken in boekwinkels

Hermans schrijft in één van z’n autobiografische Simmillionverhalen de volgende zin:

Alleen in straten vol boekwinkels heb ik het gevoel in een wereld te leven die rekening met mij houdt.

Dat is een zin die ik graag citeer, want ik denk er zelf zo over. Ik houd van boekwinkels. Als ik op reis ben, zoek ik altijd die straten vol boekwinkels op (wat in de landen waar ik ’t liefst kom ook best wil lukken), en ook in mijn eigen Alkmaar ga ik graag de boekwinkels binnen. Maar toen ik dat gisteren deed bij Van der Meulen overviel me droefheid, en gauw stond ik weer buiten. Het bezoek aan de boekwinkel had me treurig gemaakt over van alles.

De titels met achternamen

boekwinkelsHet begon al direct na binnenkomst. Een tafel met boeken lag voor me. Ik herkende er de naam Tolkien. Daar ben ik verder geen groot lezer van, al interesseren z’n talen me nog wel ‘ns, maar goed, ik herkende die naam en dus keek ik verder. Het bleek te gaan om Simon Tolkien, de kleinzoon, en het boek (“Niemandsland”) was ook geen fantasyboek, geloof ik. In ieder geval was het uitgegeven en vertaald naar het Nederlands, en vast ook naar andere talen, en daar voelde ik toch enig ongemak bij.

Goed, het zal wel afgunst wezen dat ik dat denk, ik zou die gedachte ook eigenlijk niet op moeten schrijven want daar krijg ik dan later gelazer mee, maar eerlijk: ik dacht dat die Simon Tolkien z’n succes aan z’n achternaam te danken had. Een gedachte die me vaker overvalt in boekwinkels. “Die ligt daar door z’n naam,” denk ik dan, “en door z’n netwerk.” En dan voel ik mij een afgunstige mislukkeling, want ik heb alleen dit blog en een achternaam die buiten Texel niemand wat zegt. Enfin, ’n stomme gedachte dus. Naar van mij.

Toch, al die achternamen. Een ogenblik langer liet ik de gedachte toe en het kostte nadien moeite het patroon níet te zien. Haast al die uitgestalde boeken kon je wel aanprijzen met een gele sticker “Bekend van TV!” Ik héb niet eens een tv. Ben ik dan nog wel de doelgroep? Verderlezen…

Boekrecensie: ’n thriller op ’n nep-Texel

Thrillers lees ik eigenlijk nooit. Daar zou ik over kunnen zeggen dat dat uit verhevenheid is, uit dedain voor iets dat geen literatuur is of zo, maar zo zit het niet. Ik heb eigenlijk best interesse in misdaadverhalen. Ik mag bijvoorbeeld ook graag naar Tatort kijken, niet alléén omdat ik daar m’n Duits mee onderhoud. Dat ik nauwelijks thrillers lees komt vooral omdat ik weinig over het genre weet. En goed, dan toch enig dedain: ik voel me in de regel niet erg aangesproken door de manier waarop thrillers in de markt gezet worden. Ik denk dat uitgevers in mij niet hun doelgroep vermoeden.

TexelVerleden week las ik tóch een thriller. Dat kwam door Texel en door mijn vader. Mijn vader komt van Texel, dus dat verband is niet toevallig. “Hier,” zei hij, terwijl hij me het boek, door hem al gelezen, overhandigde, “misschien vind je ’t wat. Maar ’t is wel ’n nep-Texel.” Dat interesseerde me wel meteen, want zeker gaat Texel me aan het hart. De neiging van Texelaars, om alles wat ’n “overkanter” over hun eiland schrijft, grondig (en met argusogen) te willen inspecteren, is mij ook niet vreemd. Zo begon ik aan Drift, een thriller van Peter van Beek. Verderlezen…

Boeken proeven: The Guardian over Nederlandse literatuur

De Engelse krant The Guardian, die net als onze kranten ooit ’n meneer was maar sinds ’t internet niet meer, heeft Nederlandse literatuur gelezen. Jawel! Men kijkt over de plas! Nu, die literatuur las men wel in vertaling, uiteraard, ’t kan te mal, maar het is ’n begin. Het gaat om de bloemlezing The Penguin Book of Dutch Short Stories, van onze eigen Joost Zwagerman, wiens droevig verscheiden uiteraard ook vermeld wordt in het artikel.

Opvallender: The Guardian verbindt, bij monde van Jonathan Gibbs, aan die lezing grootse conclusies over Nederlanders en Engelsen:

In the end, though, what’s so rewarding is how it presents us the Dutch and British characters as essentially similar. So too are the two languages, linguistically speaking, when you factor out the very prickly matter of pronunciation. Like us, this is a nation governed by rationality, with a vision of classlessness at its heart. Like us, they see themselves as a sensible compromise between Latin fervour and German dourness.

The Guardian

Met enige goede, of slechte, wil kun je hier de tijdsgeest in zien. Men doet nog ‘ns ’n poging om over de eigen grenzen heen te kijken, maar gebruikt die gelegenheid dan weer om iets over de eigen Britse identiteit te zeggen, iets wat nog vrij platvloers is ook, een aaneenschakeling van clichés over onze taal, over Duitsers en Zuid-Europeanen… Met dan het compliment dat de Nederlanders toch wat op die superieure Britten lijken.

Onze literatuur verdient betere lezers.

Boeken proeven: Das Parfum en de zee

Das Parfum, voluit Das Parfum. Die Geschichte eines Mörders, is zo’n boek dat, ook voor wie zich niet in het bijzonder met de Duitse letteren bezig houdt, wat ik toch probeer te doen, als een klassieker geldt. Het is zelfs zo dat als je iets over Duitse literatuur laat vallen, in een gesprek in de kroeg of tijdens een treinreis met een onbekende tegenover je, dit boek vaak genoemd wordt: “Ja, Duits! Das Parfum!” Dat, en de Schachnovelle, omdat die zo kort is.

Zelf las ik Das Parfum heel lang niet. Het zou aardig zijn daar snobisme in te zien, maar onterecht, er was niet echt een bedoeling bij, het was niet dat ik dat boek negeerde. Ik had Das Parfum ook gewoon in de kast staan. Verleden najaar las ik ’t en toen wilde ik er over schrijven, maar eigenlijk is het meeste wel over Das Parfum gezegd. Dat het een goed boek is, dat het je meesleept, dat je er werkelijk beter van gaat ruiken en dat al die geuren poëzie zijn. Nee, laat ik het dan liever kort houden. Er is iets met de zee: Verderlezen…

Boekrecensie: Facebook

Het meest gelezen boek van dit moment, en van vele momenten voor en na dit moment, is zonder twijfel Facebook. Vele miljoenen slaan het dagelijks open, lezen een stukje en praten vervolgens over wat ze zojuist gelezen hebben. Het is Facebook voor en Facebook na. Zo’n boek verdient dus ook een eerlijke recensie van een oplettende lezer.

Lezen zonder Facebook

Zelf ben ik lang een oplettende lezer geweest. Ik had al Facebook toen de rest van Nederland nog op Hyves zat, want ik woonde toen in België en daar kwam het iets eerder op. Ik las Facebook en schreef erop en toen die functie er later bij kwam, likete ik ook van alles en kreeg ik zelf af en toe duimpjes onder mijn naam. Zo had ik een leven op Facebook. Tot oktober vorig jaar. Toen heb ik, impulsief haast, mijn account gewist.

facebook boekrecensieDat betekent dat ik nu van twee dingen weet heb: van ’n leven mét Facebook, en van ’n leven zonder. Leven zonder Facebook bleek best goed mogelijk te zijn. Ironisch genoeg had ik ineens méér contact met mijn vrienden (en tegelijk minder met adverteerders, vage kennissen en meisjes die ik ooit ‘ns in ’n café moet hebben gezien en daarna nooit meer). Er werd meer gemaild, meer afgesproken en meer gepraat. Facebook bleek eigenlijk nergens voor nodig.

Eén les trok ik wel: zonder Facebook ben je ’n heel stuk minder jarig. De tijd van verjaarskalenders op de plee is voorbij. Mensen hebben geen idee meer. Dat doet vermoeden dat dit meestgelezen boek wel meer invloeden heeft op ons dagelijks leven en onze vriendschappen. Zo werd mijn resolute besluit van oktober geleden ineens een onderzoek. Verderlezen…

Taalkundeboeken: Slavische talen

Met de inventarisatie van de vierde plank van mijn collectie boeken over taalkunde komen we te spreken over een echte liefde: de Slavische talen. Hoe dat zo gekomen is weet ik zelf niet eens, maar voor Slavische talen heb ik altijd een hart gehad, in het bijzonder voor het Tsjechisch.

Slavisch is leuk

Misschien heeft de eerste taal van plankje drie er wel een rol in: het Latijn. Die taal leerde ik op school, met plezier, maar twee dingen stonden me wat tegen aan het Latijn: hoe leuk ik de naamvallen ook vond, die werkwoorden vond ik eigenlijk te moeilijk en te veel gedoe – en verder bleef ’t toch een dode taal, natuurlijk. Hoe heerlijk was dan de ontdekking dat een hele wereld zich uitstrekte in het oosten van Europa, waar talen lééfden die naamvallen hadden als het Latijn, zonder dat je daar gratis een woud aan onnavolgbare werkwoordstijden bij kreeg?

Slavisch dus. Het leukste van Latijn (compacte naamvallen), het leukste van Grieks (een eigen alfabet), het leukste van mijn eigen taal (fijn twee werkwoordstijden en dan nog de notie van voltooiing) en daarbij dan nog, dat ontdekte ik later, leuke landen waar je die talen spreken kon… Geen wonder dat het Slavisch in mijn kast een plank verdient.

boeken-slavische-talen

Boekenlijst Slavische talen

Op deze plank staan 20 boeken. Eén ervan is op de foto niet te zien, dat staat achter de andere. Verderlezen…

Taalkundeboeken: Italisch en Romaans

Op de derde plank van mijn kast vol boeken over taalkunde staan de romaanse talen en hun moeder, het Latijn. Dat Latijn is strikt genomen een “Italische taal”, een zustertaal van het Oskisch en het Umbrisch. Ik kan me zo voorstellen dat ik, als ik ooit boeken zal bezitten over deze of andere dode Italische talen, die ook op dit plankje zal zetten. Dat is dus het thema van plank drie: Italisch en Romaans.

Romaanse talen: liefde en weemoed

Die romaanse talen zijn duidelijk populair in Nederland, het is niet moeilijk er Nederlandstalige publicaties over te vinden. Frans leren we op school, Spaans in bepaalde gevallen ook, en in mijn geval kwam het Latijn daar nog bij. Dat Latijn ben ik altijd blijven liefhebben, maar voor Frans en Spaans heb ik minder passie. Nee, dan Portugees. Daar valt tenminste nog wat te lachen… Roemeens boeit me ook, vooral om het taalcontact daar op de Balkan.

boeken-romaanse-talen

Maar de romaanse taal die me eigenlijk het meest fascineert, de taal die ik graag hoor zingen bij restaurant La Famiglia, ontbreekt: dat is het Sardijns. Daar is geen Prismagrammatica van en die gaat er ook niet komen. Dat stemt weemoedig. Deze taal had ooit prima papieren om de landstaal van Sardinië te worden, maar inmiddels holt het het Latijn achterna, de dode taal waar het Sardijns meer op lijkt dan eender welke moderne romaanse taal.

Boekenlijst Italisch en Romaans

Op deze plank staan 25 boeken. Verderlezen…

Taalkundeboeken: Esperanto en Indo-Europees

Ook de tweede plank van de boekenkast, die ik nu doorspit omdat ik mijn boeken over taalkunde in kaart wil brengen, levert op eerste zicht geen vleiende titel op. “Overig”, ach ja, dat is wel wat het is. Op dit plankje bewaar ik boeken over Indo-Europese talen die niet bij de drie onderfamilies horen waar ik de meeste boeken over heb, dus talen die niet Slavisch, niet Romaans en ook net Germaans zijn.

Om het erger te maken staan er op dit plankje ook nog twee boeken over een taal die strikt genomen niet eens Indo-Europees is: het Esperanto. Deze taal had eigenlijk op het vorige plankje moeten staan, tussen de creolentalen, want als deze kunsttaal dan toch ergens bij moet worden ingedeeld is het wel bij de creolen, het Esperanto is een mengeling van van alles. Maar daar werd het te krap, dus heb ik het maar zo gedaan. Wie weet verhuizen de andere creolen nog eens mee…

boeken-taalkunde

Boekenlijst Esperanto en Indo-Europees

Op dit plankje staan 15 boeken. Verderlezen…

Taalkundeboeken: niet-Indo-Europese talen

’t Leek me wel ’n mooi voornemen om mijn collectie boeken over taalkunde eens in kaart te brengen. Natuurlijk is zo’n collectie veranderlijk, ik koop er wel eens wat bij, maar dat maakt voor het internet niet uit: ik kan deze blogjes immers vrijelijk aanpassen en zo actualiseren wanneer dat nodig is. Taalkundeboeken dus, in een reeks, plank per plank. Vandaag de eerste plank, waar niet-Indo-Europese talen op staan.

Niet-Indo-Europese talen

Het is geen elegante aanduiding, maar het is wel praktisch: mijn collectie boeken over taalkunde behelst voornamelijk talen die op de één of andere manier aan het Nederlands verwant zijn, Indo-Europese talen dus, talen waarvan we aannemen dat ze zijn ontsproten uit één oertaal, het Proto-Indo-Europees, en vervolgens over heel de wereld uitgewaaierd zijn. Maar er zijn ook andere talen op de wereld, met een andere oorsprong. Die staan hier.

Niet-Indo-Europese talen zijn een restgroep in mijn bibliotheek. De creolentalen staan er, het Chinees staat er, de Oeralische talen, waar ik toch zo’n zwak voor heb, staan er ook. Zo ziet het er nu uit:

boeken-taalkunde

Boekenlijst niet-Indo-Europese talen

Op het plankje staan 38 boeken. Verderlezen…

Wat hier staat, is van Marcel Plaatsman - van mij dus. Ik heb het geschreven, anders stond 't hier niet.