De kindertaal van Siem: de eerste dagen
Tien dagen geleden werd ik vader. Mijn zoon heet Siem en ik vind álles interessant aan hem. Veel vind ik interessant dat maar beter binnenskamers of -luiers kan blijven, maar de kindertaal van Siem is vast ook voor anderen relevant. De lezers van mijn blog vertel ik dan ook graag over Siems prille taalontwikkeling, van het eerste schreien tot de vroegwijze volzinnen die vast later komen.
Siems kindertaal bij thuiskomst
Toen Siem werd geboren huilde hij niet eens, hij brabbelde en snikte, eerst onrustig, toen kalm net onder zijn moeders gezicht. De nacht na zijn geboorte sliep hij nog in het ziekenhuis, de volgende dag zou hij thuiskomen in een thuis dat hij niet eens kende. Daar was ik en ik boende er, ik versierde de kamer en plakte zijn naam op de deur: vol verheuging wachtte ik op de auto van de vriendin die moeder en zoon zou rijden. En toen was Siem thuis.
Honger heeft een baby die eerste uren nog niet echt. Een pasgeborene heeft reserves, eten doet ’t kind dan nog vooral om de melkproductie bij z’n moeder op gang te brengen. Er was dus eerst ook nog helemaal geen taal bij Siem. Maar die eerste nacht riep hij voor het eerst luid om eten. En dat deed hij meteen met een woord, een woord dat ik de hele week ben blijven horen. In fonetisch schrift zou ik dit woord zo noteren:
[aˈlæ]
De eerste, onbeklemtoonde /a/ kan soms naar een middenklinker neigen, ongeveer /ə/; soms is het dezelfde klinker als de /æ/ ná de /l/. Het woord zou men ook als “alae” kunnen spellen, of, voor wie in de kindertaal een religieuze boodschap vermoedt, als “allah”.
De taalkunde achter alae
Dit alae is geen universeel kinderwoord, elke zuigeling heeft zo z’n eigen hongerhuiltje en lang niet elke zuigeling articuleert zo duidelijk een /l/. Maar toch is Siems eerste woord toch weer geen héél grote verrassing. Verderlezen…

Die reden was Hélène Devos. Hélène Devos is een actrice, één met krullen en grote ogen, volgens
Er is veel moois in Alkmaar, maar er is nog meer moois om Alkmaar heen. Op zonnige dagen als deze lonken de duinen en de zee en omdat het duingebied zo uitgestrekt is, kun je er heerlijk lang wandelen zonder al te veel beschaving tegen te komen. Maar hoe je ook wandelt, uiteindelijk komt altijd wel De Berenkuil in zicht. De Berenkuil is een horecagelegenheid. Je kunt er een witbiertje drinken, of een kop thee, dat hangt van je smaak af en misschien ook wel van het weer. Als kind kende ik De Berenkuil al. De naam is in mijn hoofd direct aan lange wandelingen in het duingebied verbonden.
Het begon al direct na binnenkomst. Een tafel met boeken lag voor me. Ik herkende er de naam Tolkien. Daar ben ik verder geen groot lezer van, al interesseren z’n talen me nog wel ‘ns, maar goed, ik herkende die naam en dus keek ik verder. Het bleek te gaan om Simon Tolkien, de kleinzoon, en het boek (“Niemandsland”) was ook geen fantasyboek, geloof ik. In ieder geval was het uitgegeven en vertaald naar het Nederlands, en vast ook naar andere talen, en daar voelde ik toch enig ongemak bij.
Vandaag begon de lente en dat ging ik zien in Hoorn. Die stad ligt niet ver van mijn woonplaats Alkmaar, maar ik reisde vanochtend wel om, met de bus door de Beemster en daarna met de trein van Purmerend, door het schitterende landschap van Zeevang. Eén moment zag ik rechts, over de dijk en over het water, al de koepels en torens van Hoorn. Alles glinsterde.
Verleden week las ik tóch een thriller. Dat kwam door Texel en door mijn vader. Mijn vader komt van Texel, dus dat verband is niet toevallig. “Hier,” zei hij, terwijl hij me het boek, door hem al gelezen, overhandigde, “misschien vind je ’t wat. Maar ’t is wel ’n nep-Texel.” Dat interesseerde me wel meteen, want zeker gaat
[aˈlæ] Dat ziet er goed uit. Heb je de commerciële potentie van deze term al overdacht?