Categorie Bier

1
Kiezen voor Duits bier
2
Bierrecensie: Rampzalig (Vlielands bier)
3
Proeverij: Scandinavische bieren in Alkmaar
4
Bier in Alkmaar: Leffe op ’n foodtruckfestival
5
Bier in de supermarkt
6
De Kleine Deugniet heropend
7
Vat verwisselen
8
Die ongelukkige Belgische biercultuur
9
Bierrecensie: Luvanium Cuyt
10
Bier proeven: twee keer dubbel

Kiezen voor Duits bier

Vandaag zijn er verkiezingen in Duitsland. Hoewel er geen grote verschuivingen worden verwacht, hebben die verkiezingen toch al iets opgeleverd, namelijk dat er op tv meer aandacht is voor de Duitse cultuur. Helaas blijven programmamakers daarbij wel wat in clichés hangen, maar dat is nu eenmaal hoe het gaat in Hilversum. Gelukkig zijn er blogs. Hier, op mijn bierblog, zou ik ’n lans willen breken voor Duits bier.

De Duitse biercultuur

duits-bierOm nog maar even met het cliché te beginnen: Duits bier, dat is pils, in literpullen of in halve liters, met braadworsten erbij, gedronken door lieden met snorretjes en gekke petjes. Dat is zo ongeveer wat de televisie ons voorzet als het over Duitsers en bier gaat. Grote hoeveelheden, vooral, alsof het daar alleen om kwantiteit gaat. Dat is niet zo. Duitsers hebben in de regel juist veel oog voor de kwaliteit van hun bier en ze weten ook dat er, zelfs als ze zich beperken tot ondergistend blond bier, meer te proeven is dan pils.

Die laatste zin gaat veel Nederlanders het al dan niet gekke petje te boven, blijkbaar, want men heeft het hier, in navolging van de Angelsaksen, in toenemende mate over “lager”, terwijl wat wij meestal pils noemen ook maar ’n schim van het origineel is. De Duitser heeft z’n Helles (’n licht, blond bier van ondergisting), maar ook z’n Kellerbier, technisch gezien datzelfde bier maar dan nog niet droog uitvergist, troebeler en gelaagder. Er is Märzen en Bock, wat voller en hoger in de alcohol. Je kunt in deze ondergisters meer mout proeven dan alleen pilsmout, er zijn vele verschillende hopsoorten, er zijn verschillen in de rijping – er is een hele wereld te proeven en dat allemaal binnen één stijl die hier zo plat als “lager” weg wordt gezet.

En dan is er nog bovengistend bier, meestal Weizenbier, in het westen vaak ook Alt (zeker niet alleen in Düsseldorf!). Keulen heeft z’n Kölsch, ’n blonde bovengister. Er is de Gose uit Leipzig en Goslar: friszuur bier met zout en koriander. Hoofdstad Berlijn heeft met de Belgische hoofdstad z’n zure stadsbier gemeen (maar ook de gulheid met zoetigheden om dat zure te bederven). Als we ’t over regionale variatie gaan hebben, kunnen we met ondergisters ook nog wel even doorgaan: de Schwarzbiere uit het oosten, de rookbieren uit Bamberg en omgeving, het exportbier uit Dortmund, de opvallend hoppige pilsbieren uit het noorden… Duitsland leent zich als geen ander land voor bierreizen en ik heb er dan ook verschillende ondernomen. Verderlezen…

Bierrecensie: Rampzalig (Vlielands bier)

vlielands-bier

Het Texelse veerpontje naar Vlieland

Omdat ik zo van de Wadden houd, wordt mij wel ‘ns Waddenbier geschonken. Dat kan Texels bier zijn, maar als ’t meezit is het iets onbekends van één van de andere eilanden. Ik proef natuurlijk graag nieuwe dingen. Onlangs werd mij ’n flesje Vlielands bier bezorgd, met de weinig bemoedigende naam Rampzalig – dat kon alleen maar meevallen en dat deed het dan ook.

Wie brouwt Rampzalig?

Het etiket was niet direct geruststellender dan de naam. Het is mij niet helemaal duidelijk welke brouwerij ik aan dit bier moet verbinden. Het is gebrouwen bij de Naeckte Brouwers, dat stond er eerlijk op, en het adres wat vermeld werd moet ook dat van de Naeckte zijn (hoewel de postcode niet klopte). Een huurbrouwsel, maar hoe heet de huurder dan? Hun namen staan óók op het etiket: Henriëtte Waal en Bojan Bajic. Informatief – maar hoe heet nu hun brouwerij? Die noteerde ik dan maar als “naamloos”. Wat ook wel prettig mystiek is, natuurlijk, dat past vast bij ’t Wad.

Indrukken van ’n Vlielands bier

Hoewel het Vlielandse bier zichzelf dus liet ontmaskeren als ’n brouwsel uit Amstelveen, heb ik ’t toch geproefd als was het echt Vlielands. Dat kon ook best, want er was iets Waddenachtigs aan. Dat zat al in de geur: die was wat ijzerachtig, hard, met op de achtergrond dan, haast honigzoet, de weldadige moutigheid van ’t eigenlijke bier. Het Texelse water is ijzerachtig, dat is bekend (het maakt het goed houdbaar en dus was het erg geschikt voor de VOC-schepen, die het insloegen aan Oudeschild); het Vlielandse water kan dat ook wel wezen, dat zou de geur verklaren. Verderlezen…

Proeverij: Scandinavische bieren in Alkmaar

Daags voor de kermis was er in Alkmaar nog ‘ns ’n bierproeverij, en die woonde ik bij. Het thema, Scandinavische bieren, was voor mij reden genoeg er heen te willen, want ik houd van het reizen om bier, ook als ik daarvoor niet echt op reis raak – het proeven van andere landen en andere bierculturen is een tijdverdrijf op zich. De proeverij vond plaats bij het Koffiehuis, aan de Gedempte Nieuwesloot, daar waar gisteren de kermis al klaarstond, zwijgend en nog zonder lichtjes. Om acht uur stapte ik er binnen.

Zeglis en Scandinavië

Alkmaar veinst geen Vikingverleden en ook anderszins ligt een Scandinavisch thema in de kaasstad weinig voor de hand. Toch is er een link en die link hangt weer direct samen met brouwerij Zeglis, waarover het op dit blog al vaker is gegaan. De brouwer van Zeglis, Tim de Goede, is namelijk scandinavist, in de brede zin des woords: als taalkundige leerde hij niet alleen de talen van Denemarken, Zweden en Noorwegen, hij is ook in staat de meest buitenissige dialectverschillen tussen de Noorse bergdorpjes op te sommen, een kunstje waar ik natuurlijk niet ongevoelig voor ben. Tim reisde veel in de verschillende Scandinavische landen en is ook meer dan vertrouwd met de bieren daar. Het was dan ook vanzelfsprekend dat deze Alkmaarse brouwer de avond zou leiden, al was het maar om passende nazorg te kunnen bieden aan proevers die struikelden over de namen van de bieren.

Onbekend Scandinavisch bier

scandinavisch-bier-traditieScandinavisch bier is in Nederland redelijk verkrijgbaar. Het Deense Mikkeller is haast net zo klassiek als De Molen, Struise of Flying Dog, en niet ten onrechte, want Mikkeler heeft prachtige recepten en bovendien hebben zij veel gedaan voor de bierrevolutie in het Hoge Noorden, door samen te werken met andere brouwers (bv. Lervig, ook geen onbekende meer). Tim hielp ons evenwel snel uit de droom: vanavond geen Mikkeler en ook geen Omnipollo of Närke uit Zweden, geen Amager en geen Haandbryggeriet – onbekender bier had de voorkeur. Onbekende landen ook: we zouden bieren uit IJsland, Finland en de Faeröer proeven. En was er nu wel of niet iets Nederlands bij? ’n Bierreis zou ’t in ieder geval worden.

Verderlezen…

Bier in Alkmaar: Leffe op ’n foodtruckfestival

Copy of ALKK6X11 028Alkmaar is hip tegenwoordig. Je zou zeggen, terecht, want het bier in Alkmaar is weer best. Brouwerijen en biercafés te over. De kaasstad wordt zelfs, aan de lopende band welhaast, verblijd met foodtruckfestivals. ’n Plezierig genre festivals, waar je allerlei zaken kunt proeven, malle hippe dingen en plezierig traditionele happen. En bier. Uiteraard. Bij ’n hip festival hoort bier en dus hoort ’t ook bij foodtruckfestivals.

Leffe

Ik kan er ’n raadspel van maken, maar de titel van dit blogje gaf ’t al weg: op dit Alkmaarse foodtruckfestival werd Leffe geschonken. Dat was daar het speciaalbier. Er stond ’n versierd kraampje voor, met Leffe-taps. Klaar. Leffe dus.

Daar kun je als Alkmaarder verbolgen over zijn: waarom geen 1573, geen Zeglis, geen De Die? Dat zijn terechte, al dan niet chauvinistische vragen en ik weet ook dat het aan die brouwerijen zélf niet gelegen heeft. Maar ik wil het wel breder trekken: hier moet je als bierliefhebber verbolgen over zijn, als liefhebber in het algeméén moet je hier verbolgen over zijn. Verderlezen…

Bier in de supermarkt

Nog maar enkele jaren geleden was één van de zekerheden in het leven van de bierliefhebber dat je voor bijzonder bier niet in de supermarkt moest wezen. Daarvoor ging je naar de slijter of, als je stad al zover was, naar de gespecialiseerde bierwinkel. Bier in de supermarkt, dat was pils en witbier, bij uitbreiding nog wel ‘ns Skuumkoppe en Westmalle. De supermarkt had nu eenmaal alleen de grote namen staan.

In buurland België was dat vanouds al anders. Toen ik voor het eerst, net na mijn verhuis naar Leuven, de Delhaize-om-de-hoek bezocht, kon ik mijn opwinding nauwelijks verbergen. “Ja, dat is veel hè,” lachte een oud dametje me toe. Of uit, want tja, Holland was toen nog wel ’n beetje belachelijk als ’t op bier aankwam.

Bierrevolutie in de supermarkt

Inmiddels is de bierrevolutie ook in de Nederlandse supermarkten voltrokken. Veel aandacht is gegaan naar Albert Heijn, sowieso de favoriete grootgrutter van de Nederlandse media. De Appie zette de grote stap dan ook in één keer overal, heel Nederland ging aan het speciaalbier, met speciale brouwerijen per regio, want bier is natuurlijk streekproduct. Bier&Co dacht hardop mee. Andere supermarkten moesten nu wel volgen – als ze de trend niet stiekem al gezet hadden, want franchisers waren eigenlijk al veel eerder bierrevolutionair. Verderlezen…

De Kleine Deugniet heropend

’t Vorig weekend dichtte ik op de lege vaten van De Kleine Deugniet. Dit Alkmaarse biercafé stond op ’t punt van verhuizen en daarom ging ’t wat dagen dicht. Gisteren heropende De Kleine Deugniet op de nieuwe locatie: Gedempte Nieuwesloot 117.

Alkmaarse bierhistorie

Alkmaar is ’n oude stad met veel biergeschiedenis. De Kleine Deugniet is daar maar ’n klein stukje van, ’n bladzijde aan het einde van het nog ongeschreven bierboek – maar toch is de rol van dit café in de tegenwoordige Alkmaarse biercultuur niet bescheiden. In 2012 werd het opgericht door Remco Voskuyl, die toen nog maar net terug was uit België, waar hij al de nodige ervaring had opgedaan met Belgisch bier. Dat was dan ook het thema van zijn nieuwe café: Belgisch bier.

2012 is niet eens lang geleden, maar toch ’n andere tijd wat bier betreft. Nederlands speciaalbier was toen net aan een voorzichtige opmars bezig, de kwaliteit was er al wel, de bekendheid bij het grote publiek nog niet. Ik was in die tijd, ook op mijn blog, een actief pleitbezorger van Nederlands bier en zodoende eigenlijk ’n beetje teleurgesteld: een Belgisch biercafé, moest dat nou? Verderlezen…

Vat verwisselen

Gelegenheidsgedicht bij de verhuizing van proeflokaal De Kleine Deugniet

 

VAT VERWISSELEN

al zoveel keer is hier ′n vat verwisseld
het lege blik omhoog, ′n nieuwe plek voor bier
meer bier, maar welk precies, dat wordt bedisseld
alleen, dat weet je, door wie de baas is hier
die wist ′n bier te vinden vóórdat ′n ander ′t had
den IJzeren Arm beweegt: ′t laatste uit ′t vat

wat dronken wij van blond en bruin! – trappisten
Orval, Westmalle en de Dochter van de Korenaar,
eerst Hopsinjoor dan geuz’ met wilde gisten
Malheur, Dupont, Lefort – de Belg van Allekmaar
daar staat de toog, die is de troon van ome Rem
de troon van Rick, die later kwam, ja ook van hem

door wat zou nou dat vat vervangen worden
door Bink, door Caracole, of iets uit Nederland?
kijk anders rond, ′t staat toch op de borden
het Uiltje, Zeglis, kom, ik wil ′t weten want
we houden dorst, dus Rem of Rick, wil jij ′ns kijken
zeg schiet ′ns op, of ik vraag ′t aan Marijke

nou zeg ′ns Rem, of zeg ′ns Rick, wat tap je
wat komt er aan, nou ′t oude vat vervangen is
we houden dorst hoor – ′t is toch maar ′n grapje
zeg kom, je weet toch wel, wat ons verlangen is?
maar nee, niks nieuws, geen biertje meer, de troon is leeg
waar is de tijd dat elk meteen wat anders kreeg?

ach nee! we treuren niet, we weten beter
dat vat dat komt nog wel, al komt ′t niet meer hier
kom pak je jas, je tas en struikel niet over je veter
we gaan op weg naar ergens anders, daar wacht ons bier
vier mee! van Koorstraat naar Gedempte Nieuwesloot
daar drinkt de Deugniet verder – we gaan van klein naar groot!

  • Alkmaar, 26 februari 2017

De Kleine Deugniet was gisteren voor het laatst geopend op het oude adres (Koorstraat 12). Vanaf vrijdag is het proeflokaal open op het nieuwe adres: Gedempte Nieuwesloot 117.

Die ongelukkige Belgische biercultuur

Er zijn zo van die zaken waar iedere Nederlandse bierliefhebber, en bierbloggers wel in het bijzonder, van zichzelf en van anderen een mening over moet hebben en één van die zaken is de Belgische biercultuur.

belgischbierHet aardige is dat je daar als Nederlandse bierliefhebber ook wel grofweg dezélfde mening over moet hebben. Als je bijvoorbeeld zegt dat je de Belgische biercultuur de beste van de wereld vindt, dan diskwalificeer je jezelf als oud, linnen tasje, geen kenner meer. Maar als je geweldig gaat staan foeteren op al wat Belgisch is, dan ben je toch ook weer ongezellig en kun je er op z’n minst op rekenen dat iemand over Orval begint. Nee, de mening die je moet hebben is ongeveer de volgende: de Belgischie biercultuur is een grote schat, maar België is z’n voorsprong kwijt en ze zullen aan conservatisme ten onder gaan.

Dat is ook ongeveer mijn mening steeds geweest.

Sakkeren op Belgisch bier

Het is tegenwoordig bon ton om te sakkeren op Belgisch bier. Dat is niet iets Nederlands. Sakkeren op Belgisch bier is internationaal in zwang en dan vooral, of sterker: haast uitsluitend onder hen die zich kenner of beergeek noemen dan wel hun haar in een knotje dragen. Belgisch bier, dat is te zoet en te alcoholisch en die brouwers zijn te commercieel en er zit ook gewoon veel te veel koolzuur in, maar te weinig hop. Ook in België zelf hoor je dergelijke klachten wel bij de bierdrinkers die zich tot de avant garde rekenen.

Dat geklaag staat wel in een breder verband. Bij de moderne, bewuste bierdrinker moet je in de regel niet met zoet en commercieel aankomen en bij mij in ieder geval ook niet met te veel koolzuur. Ook Nederlandse commerciële zoete bieren moeten het ontgelden, ook Amerikaanse, ook Duitse, allemaal. Maar toch lijkt juist de Belgische biercultuur op deze bieren afgerekend te worden, zelfs door mensen die weten dat er echt nog wel ánder Belgisch bier is. Natuurlijk wordt er ook kritisch gekeken naar het Duitse Reinheitsgebot en naar de Engelse real ale-dogma’s, maar daar wordt toch wel genuanceerder over gesproken en bovendien blijken klassieke Duitse ondergisters en dito Engelse bovengisters ook juist weer in opkomst, ook onder de “geeks”.

Te hoog van de toren

Dat er over België meer wrevel is dan over andere bierlanden zal voor een deel ook wel samenhangen met de houding van de Belgen zelf. Arrogantie en chauvinisme zijn onze zuiderburen nu eenmaal niet vreemd, en al helemaal niet als het op bier aankomt. Wat Nederlandse bierliefhebbers al allemaal niet hebben moeten horen over hun bier, door ongeïnformeerde Belgen die het niet eens wíllen proeven – dat heeft kwaad bloed gezet, ook bij mij. België heeft jarenlang ontzettend hoog van de toren geblazen en dan is het niet verwonderlijk dat men er dan bij de kippen bij is als blijkt dat die toren wankelt. Verderlezen…

Bierrecensie: Luvanium Cuyt

Vergeten stijlen zijn tegenwoordig haast minder vergeten dan de moderne. Om die moderne niet te vergeten dronk ik verleden week dubbel. Vandaag bracht de trein me naar Leuven, mijn oude liefde, de stad van mijn studententijd. Ik zal er vast nog wel wat dubbels en tripels gaan tegenkomen, maar het eerste wat ik dronk was een vergeten bier, dat een paar jaar geleden in Nederland in ere werd hersteld: kuit. Jawel, ik vond kuitbier in België! Hier gebrouwen, ook hier aan de vergetelheid ontrukt.

Kuitbier

Kuitbier is bier met veel graan: naast gerst hoort er tarwe en haver in. Dat was vroeger geen bijzonderheid in deze streken, Nederlands bier, en ook Belgisch bier, want we waren toen nog een continuüm – enfin, óns bier, dat was bier gebrouwen van allerhande granen, gemout en ongemout, gebrand of niet, soms met kruiden en soms met hop. Kuitbier hoort bij de hoppige bieren, blond, fris, troebel.

Ook in Leuven wordt de biergeschiedenis meer en meer recht gedaan, al domineert InBev er meedogenloos de skyline. Leuven is een stad met een traditie van tarwebier, dus het kuitbier heeft hier minstens zoveel recht als in Holland. Hoe smaakt Leuvens kuitbier?

Luvanium Cuyt geproefd

Luvanium CuytLeuvens kuit, dat is Luvanium Cuyt. Een bier dat heerlijk troebel oogt: geel in heldere en duistere tinten, graanachtig geel, ondoorzichtig blond. De geur is ook graanachtig, maar ook droog, een Belgisch gist heeft hier zijn werk gedaan. Een zuchtje zwarte bessen. Toch vooral: graan en hop, de smaken die ik verwacht in een kuitbier.

De smaak van Luvanium Cuyt maakt korte metten met eventuele valse verwachtingen: ja, dit is een kuit, niet één of andere gistrijke tripel. Vol is de mond, vol van smaken die herinneren aan vers brood, de damp in een brouwerij, en gek genoeg ook aan het witbier dat hier in de streek nog gebrouwen word. Tarwe, natuurlijk, en ook haver, die alles verzacht en verbindt. Een prettige bitterheid houdt stand, limoenachtig, maar de balans slaat nooit over naar alleen maar bitter, het moutprofiel is immers rijk genoeg.

Dit is een goede binnenkomer. Een bier dat herinnert aan de eerste schreden van de Nederlandse bierrevolutie. Maar Luvanium Kuyt is zeker Belgisch, en zeker Leuvens: dat bedoel ik hier als tegenstelling. Belgisch, omdat het niet los staat van de moderne Belgische cultuur, maar ook Leuvens, omdat het teruggrijpt op bieren die ooit verdwenen ten faveure van die moderne Belgische biercultuur. Hulde voor deze wedergeboorte.

Luvanium Kuyt kort

  • Luvanium Cuyt, 6,5%
  • Geproefd 25 januari 2016
  • bij: De Metafoor
  • Leuven

Bier proeven: twee keer dubbel

Verleden week was ik nog ‘ns bij de Bierkoning in Amsterdam, waar ik alcoholvrij bier aanschafte, waarover later meer. De majesteit zelve, Jan, nam de audiëntie af en vertelde over een merkwaardige avond onlangs, gewijd aan een vergeten bierstijl: dubbels had hij geproefd. Dubbels, bieren die hij anders zelden proeft. Het was geen onverdeeld genoegen geweest, maar in ieder geval interessant. Dat verdiende navolging.

dubbelNu, echt vergeten zijn dubbels natuurlijk niet, maar het zijn inderdaad niet de bieren waar de bierkoningen en -koninginnen van Nederland elkaar over appen, niet de publiekstrekkers op festivals, niet de bieren waar ikzelf over schrijf op dit blog over schrijf… Ik vond het streven dan ook sympathiek: nog ‘ns dubbels proeven, ze nog ‘ns ’n kans geven. Dubbels lijken op herfstbocken, maar zijn vaak wat gistiger en zo ook fruitiger. Zoet, daarom niet hip. Toch het proeven waard.

Twee Belgische dubbels

Dit weekend proefde ik twee dubbels, gewoon van de tap, want als je weet waar je wezen moet kan dat gewoon. Ik was bij proeflokaal De Kleine Deugniet in Alkmaar. Twee Belgische dubbels, want België is dubbelland, nog steeds.

De eerste dubbel die ik me liet intappen was de Tungri Dubbel van 7,5%. De naam is een verwijzing naar Tongeren en daar komt deze dubbel dan ook vandaan. De Tungri Dubbel is een dubbel die leunt op de karameltonen, een gebrande moutsmaak dus. Het bier bracht daardoor ook zeker die herfstbocken in herinnering. Toch ook wat rood fruit, dat zal het gist zijn geweest. Ik vond de balans zelf aangenaam, er was een subtiele kruidigheid (allspice, kaneel, nagel) die beide zoetigheden, die van karamel en die van fruitig gist, met elkaar verbond. Een smakelijk bier.

De tweede dubbel die ik dronk was Slurfke van brouwerij Van Honsebrouck (8,5%). Dit bier onderscheidde zich heel duidelijk van de Tungri en logenstrafte het vooroordeel, dat al die dubbels hetzelfde smaken. Gist was hier dominant, veel fruitiger was deze dubbel, zoet fruitig, prikkelend als een bananenmilkshake. Die banaanassociatie (vrij typisch voor Belgisch gist) deed me ook wel wat verlangen naar specerijen, het gistaroma had wel wat meer van kruidnagel mogen hebben, zoals in een goede weizen. De gebrande mouten sneeuwden wat onder, in plaats van koffie, karamel of cacao noteerde ik kokos op m’n viltje, wat ook wel weer verraste. Toch: zoeter dan mijn smaak was, en dat klopte met wat ik vooraf van allebéi deze bieren verwachtte.

Twee dubbels: een ontdekking

Twee dubbels, twee gistprofielen – twee keer een andere balans. Dat vooral maakte deze korte proeverij zo aardig. Er is nog genoeg te ontdekken in de oude, onhippe wereld van dubbels, en er valt ook best wat te genieten, als je ervoor in de stemming bent. Natuurlijk, of je nu fruit proeft of karamel, het is allebei zoet, maar wel ánders zoet. Karamel en kruidigheid kan ik echt best waarderen. Zo bezien is het maar goed dat ik in februari nog een reis door België zal maken – en er meer dubbels zal herontdekken.

Wat hier staat, is van Marcel Plaatsman - van mij dus. Ik heb het geschreven, anders stond 't hier niet.