Tag Nederlands

1
De poëzie van SEO
2
Taalcompetitie: Engels is beter
3
Dit is waarom, en wel hierom
4
Tekstschrijver Alkmaar
5
Rollend taalcontact: de letter R
6
Teruggevonden taallegende: taalgids Rotterdams
7
De k van Zeglis
8
Ontronding rondom
9
’t Noordeloos woordgeslacht
10
Taalcontact: van ij en ui in Tsjechië

De poëzie van SEO

SEO is droge kost. Teksten zo schrijven dat ze goed worden gevonden door Google, daar valt weinig moois bij te bedenken. Zo wordt er tenminste vaak over mijn werk gedacht. Men heeft erbarmen, dat nu juist een literatuurliefhebber als ik broodschrijver moest worden – ach. Maar ik zie het zo zwaar niet. Er zit poëzie in SEO, als je maar creatief genoeg bent.

SEO poëziePoëzie en commerciële teksten

Dat commerciële teksten, zoals reclameteksten, vaak van dezelfde vormen en trucjes gebruik maken als gedichten, dat is niet alleen mij opgevallen. We kennen ze allemaal wel, die slagzinnen met beginletterrijm (Heerlijk helder…), we weten hoe reclamemakers spelen met ritme, met dubbelzinnigheden, met associatief taalgebruik. Ook al is het doel van ’n gedicht heel anders dan van ’n poster op het station, toch hebben ze veel gemeen.

In de kern hebben poëzie en reclame ook wel hetzelfde doel: een zekere boodschap zó overbrengen, dat die voor het publiek aantrekkelijk wordt. De boodschap moet ook blijven hangen, makkelijk te onthouden zijn. Beide tekstvormen moeten ook beknopt blijven, het publiek heeft geen uren de tijd. Snel, puntig, mooi en soms met ’n beetje humor: zo is reclame en zo is poëzie.

SEO-poëzie is anders

Maar de poëzie van SEO gaat nog iets verder dan dat. Natuurlijk let ik er in mijn teksten ook op dat ze prettig lezen en aansprekend zijn, maar dat is niet wat ik met SEO-poëzie bedoel. Die SEO-poëzie, dat is een echt taalspel, het is gegoochel met de volgorde van woorden, en dat voor Google. Of nee, eigenlijk niet, van Google hoeft het niet. Het is gegoochel voor de opdrachtgever die iets starder is dan Google, of stiekem echt een poëzieliefhebber.

Waar het om gaat, zijn zinnen als deze: Verderlezen…

Taalcompetitie: Engels is beter

Nu het zomer is op het noordelijk halfrond moet en zal het ook komkommertijd zijn, zelfs al is deze zomer nieuwsrijker dan de gemiddelde winter, met om de haverklap aanslagen en dreigementen en politiek gekrakeel dat daarbij hoort of er niet los van wordt gezien. Nieuws te over, maar gekomkommerd wordt er, in ieder geval bij de NOS. Zo was daar deze week tijd voor ’n leuk mopje taalcompetitie. Dit is waarom Engels beter is. Of niet?

Waarom speechen Amerikanen beter dan Nederlanders?

speak americanDat was de kop boven het artikel: Waarom speechen Amerikanen beter dan Nederlanders? Het is een vraag met een vooronderstelling: Amerikanen speechen beter dan Nederlanders. ’n Beetje ’n gekke vooronderstelling, want zoiets valt eigenlijk niet te bewijzen, wat in het artikel dan ook niet wordt geprobeerd.

Speechen Amerikanen beter dan Nederlanders? Zelf houd ik niet zo van de emotionele stijl die je nu voorbij ziet komen, maar ik ben dan ook niet de doelgroep. Die doelgroep is de Amerikaanse kiezer. Wordt die bereikt? De cijfers doen vermoeden van niet, want de opkomst bij Amerikaanse verkiezingen is meestal schrikbarend laag. Zo bezien speechen de Amerikaanse politici dus helemaal niet zo effectief, hun Nederlandse collega’s weten meer volk op de been te krijgen. Maar laten we, omdat het komkommertijd is, net als de NOS maar even doen alsof de vooronderstelling juist is en de vraag serieus nemen.

Dit is waarom: Engels is beter

Verderlezen…

Dit is waarom, en wel hierom

WhyHet zichtbaarste taalcontact is toch wel ontlening. Dat een woord als “contact” van oorsprong on-Nederlands is zie je zelfs aan de spelling, met twee keer een c. Iets minder zichtbaar, maar minstens zo gewoon, is de leenvertaling. Zo is “leenvertaling” een letterlijke vertaling van het Duitse Lehnübersetzung. Noch tegen leenwoorden, noch tegen leenvertalingen heb ik groot bezwaar, maar sommige verbazen me wel.

Zo is er een wetmatigheid, dat leenwoorden pas echt succesvol worden als ze op de één of andere manier “beter” zijn dan het oorspronkelijke woord. Het leenwoord is bijvoorbeeld preciezer, of het geeft een extra nuance aan. Het klinkt toch anders om iets not done te noemen dan “onaanvaardbaar”. Vaak worden leenwoorden succesvol omdat ze korter zijn. Vooral Engelse leenwoorden zijn heerlijk kort. “Afdrukken” is én een mond vol, én ambigu. Dan zeg je toch eerder printen. Ik ook.

Waarom onze taal beter is

Verderlezen…

Tekstschrijver Alkmaar

Over Alkmaar valt meer te vertellen dan één tekstschrijver vertellen kan, maar gelukkig zijn we met velen. Op deze website plaats ik regelmatig blogs over mijn woonplaats, waarbij ik dan natuurlijk mijn eigen specialisaties als leidraad neem. Ik blog over Alkmaarse straatnamen, over Alkmaars bier, over rondleidingen door Alkmaar en over boeken die met Alkmaar te maken hebben. De echte Alkmaarse tekstschrijver verloochent zijn stad niet!

Alkmaar tekstschrijverSchrijven over Alkmaar

Als Alkmaarder vind ik het leuk om over Alkmaar te schrijven, ook als dat voor een opdrachtgever is. Zo schreef ik zelf rondleidingen uit die bezoekers via een app kunnen raadplegen. Ik schreef voor Alkmaarse brouwers. Ik heb menukaarten gecorrigeerd, ik heb Facebookpagina’s van tekst voorzien, en ik doe dat nog. Zo is Alkmaar een terugkerend onderwerp in mijn werk als tekstschrijver.

Dat is natuurlijk ook niet zo gek. Het internet maakt heel de wereld bereikbaar, maar heeft tegelijkertijd lokaal ondernemen weer kansrijker gemaakt. Alkmaarse ondernemers gebruiken het internet om hun Alkmaarse publiek te bereiken. Het is dan natuurlijk alleen maar leuk als de tekstjes die daarvoor nodig zijn door een Alkmaarse tekstschrijver worden geschreven.

Alkmaar in Nederlands en Duits

De Alkmaarders zelf bereik je natuurlijk met teksten in het Nederlands, maar voor veel bezoekers van de Kaasstad is Duits de eerste taal. Je komt in Alkmaar eigenlijk niet om Duits heen, in de zomer is dat hier meer een wereldtaal dan Engels. Voor cafés en restaurant kan het dan ook interessant zijn om hun drankenkaart of hun menukaart in het Duits te laten vertalen. Ook lokale websites kunnen met een Duitse vertaling meer publiek bereiken.

Als Alkmaars tekstschrijver is voor mij het Duits ook een tweede taal. Ik kan u helpen bij het vertalen van Nederlands naar Duits en natuurlijk ook voor het omgekeerde, van Duits naar Nederlands. Als u bijvoorbeeld het mailcontact van uw B&B wilt uitbesteden, dan is dat mogelijk. Ook voor rondleidingen in het Duits kunt u mij benaderen. Verderlezen…

Rollend taalcontact: de letter R

De r is nog maar net uit de maand, of hij is alweer in het nieuws: bij de NOS ’n heel artikel, met geluid, en dat ter ere van een r-congres dat de komende dagen in Frisia gehouden wordt. Mooi natuurlijk, aandacht voor taal, maar niet helemaal verrassend, want de r mag zich al langer in bijzondere belangstelling verheugen en dat komt natuurlijk vooral door de vele manieren waarop die r in het Nederlands uitgesproken wordt.

Van Franse r tot Gooise r

r-uitspraakDe oorspronkelijke Nederlandse r is de rollende tongpunt-r. Het is de r die we wel kennen van het Spaans, van de Slavische talen, van de Schotten en als het goed is toch ook van onszelf of van onze naaste familie, want dit is nog altijd een heel alledaagse r in heel het Nederlandse taalgebied. In sommige streken concurreert deze r met de huig-r, die achter in de keel wordt gemaakt en die wel “Franse r” heet. Op televisie en onder mensen die hopen nog eens op tv te komen concurreert die r vooral met de Gooise r, de r waarvan voorspeld wordt dat die ooit de gewoonste r van Nederland gaat worden, maar dat ondertussen nog altijd niet is.

Aardig aan de namen van die r’en is dat ze topografisch zijn. Gooise r verwijst naar mediahoofdstad Hilversum, Franse r verwijst naar Frankrijk. Een minder gewone variant, de a-achtige r na een klinker (“bie-a”) wordt wel Duitse r genoemd, vooral als Achterhoekers hem maken. Kennelijk wordt daar de herkomst van die r’en gezocht. Dat doet vermoeden dat al die r’ en op de één of andere manier het resultaat van taalcontact zijn.

De r als taalcontact

Bij de NOS leren we dat we in het Nederlands alle r’en wel hebben, behalve die van een “briesend paard”, die in de Amazone voor schijnt te komen. Zelf mis ik ook nog de Tsjechische ř, die van Dvořák, een “natte r” die gemengd lijkt met de j- van journaal. In elk geval hebben we wel de Franse, Duitse en “Amerikaanse” r in ons Nederlands zitten en dat klopt met het vermoeden, dat die r’en het gevolg zijn van taalcontact. Verderlezen…

Teruggevonden taallegende: taalgids Rotterdams

In mijn Leuvense jaren waren de colleges van Joop van der Horst, die Nederlandse taalkunde doceerde, altijd een evenement om naar uit te kijken. Joop – hij werd in de wandel altijd bij zijn, voor Vlamingen exotische, voornaam genoemd – maakte er een echte show van, in zijn colleges zat een opbouw, een verhaal met een begin en een eind, en altijd was er humor. Dat leverde ook een ironische spanning op: was alles wat ‘ie zei nou waar? Of ging de show ook in onze aantekeningen verder?

Taalgids Rotterdams

rotterdams

Rotterdam Leuvehaven

Een verhaal wat ik me altijd ben blijven herinneren is dat van de “taalgids Rotterdams”. Zo is het in mijn hoofd gaan heten, ik sluit niet uit dat ook ik er weer ’n show van heb gemaakt, want ironie lokt ironie uit. Maar het verhaal is gauw herverteld: in de oorlog wilden de Amerikaanse soldaten zich verstaanbaar kunnen maken bij de lokale bevolking van het moeizaam op de Duitsers heroverde Nederlandse taalgebied, en dus lieten ze een gidsje maken. De methode was simpel: een Nederlandse informant vertelde hen hoe zijn taal in elkaar zat en dat werd genoteerd. Verderlezen…

De k van Zeglis

Zeglis

Het Zeglis op Google Maps.

De ouderdom van Alkmaar zie je niet alleen aan de gebouwen of de smalle steegjes, je ziet het ook aan de namen die straten er dragen. Hoewel veel ervan wel doorzichtig zijn (“Oudegracht”, “Langestraat”, “Dijk”), zijn er ook genoeg die alleen met ’n boekje te verklaren zijn, en sommigen blijven zelfs dan onduidelijk. Zo’n straatnaamraadsel is het Zeglis, een straat net buiten de binnenstad, met nog wel wat oude geveltjes en aan het einde bedrijven die uitkijken op het kanaal.

Waternaam

Dat kanaal is de eerste stap op weg naar een etymologie van Zeglis. Zeglis is namelijk, dat weten we ook van oude kaarten, eigenlijk een waternaam. Het Zeglis was een riviertje dat het lage deel van Alkmaar met de Schermer verbond. Daarmee verbond dit Zeglis trouwens twee tegengestelde waternamen: Schermer betekent “helder water”, Alkmaar (< Alkmeer) betekent “troebel water”, “modderig water” – dat Zeglis moet naar het oosten toe wel steeds lichter zijn geworden. Het riviertje is nu onderdeel van het Noordhollandsch Kanaal. Verderlezen…

Ontronding rondom

Er zijn onnoemelijk veel manieren waarop talen veranderen kunnen, en onnoemelijk veel van die manieren zijn klankverschuivingen. Een lange aa kan een oo worden, of een ee, een ie kan een ij worden, een oe een ou, of een uu – alles lijkt wel mogelijk. Het zou maar raar zijn, om voor een bepaalde klankverschuiving een voorkeur te hebben. Toch heb ik die. Ik heb een zwak voor ontronding.

Ontronding, een modelverschuiving

Ontronding is een klankverschuiving die model kan staan voor hoe klankverschuivingen werken, en waarom ze mooi zijn. Klankverschuivingen voltrekken zich namelijk regelmatig (als “lijken” tot “laaiken” wordt, dan wordt “blijken” ook “blaaiken”), ogenschijnlijke uitzonderingen zijn altijd te verklaren, de verschuiving laat zich als een wiskundige formule samenvatten. Bij ontronding wordt dat in één keer inzichtelijk gemaakt, alsof deze klankverschuiving er is om studentjes taalkunde in te wijden in de wondere wereld van klankverschuivingen. Verderlezen…

’t Noordeloos woordgeslacht

In de VPRO-gids staat altijd ’n stukje van A.L. Snijders, schrijver van korte verhalen maar voor de redactie van die gids geloof ik een columnist. Ik lees dat graag, Snijders beschrijft de wereld zo beheerst en berustend, in een vriendelijk Nederlands waar ik zelden iets op aan te merken heb. Ook nu wil ik dat niet doen, want hoewel Snijders volgens de letter van de wet een taalfout maakte, ben ik berustend genoeg om te weten dat hij dat eigenlijk niet deed.

Opvallend was het wel, het stukje waarop m’n oog bleef hangen toen ik van ’t weekend zijn verhaaltje las. “De taal is een stad,” schreef Snijders, “je woont er, je kent hem, maar je komt niet in alle straten en buurten.” Een fijne vergelijking natuurlijk, maar ik bleef naar dat “hem” kijken, niet omdat het nieuw was, maar eerder omdat het al de zoveelste “hem” was. Ik wist toen dat ik er vandaag over zou schrijven.

Vrouwelijke woorden in de standaardtaal

De Nederlandse standaardtaal staat niet al te ver van de dagelijkse spreektaal af, niet in Nederland tenminste (wel in Vlaanderen), maar ze bewaart soms wel relicten uit een ver verleden. Eén van die relicten is het vrouwelijk woordgeslacht. Dat is in de spreektaal allang terzijde geschoven, “de koe, hij geeft melk” wordt er gezegd, en als mensen standaardtaal moeten spreken gaan ze er van de weeromstuit mee knoeien (“Amsterdam en haar grachten”). Alleen in het zuiden, in Vlaanderen dus, wordt het vrouwelijk geslacht nog duidelijk onderscheiden in de omgangstaal, op manieren die er juist voor zorgen dat die omgangstaal zo van de schrijftaal verschilt (verbogen lidwoorden).

Stadsplanning volgens taalpurist Simon Stevin.

Stadsplanning volgens taalpurist Simon Stevin.

De Nederlandse lezer van mijn blog zal ’t nu onderhand wel vermoeden, maar nog niet zeker weten: “taal” en “stad” zijn beide vrouwelijke woorden. Snijders had dus ’n mooie, gelijkwaardige vergelijking klaarliggen, van twee vrouwelijkheden, en toch verwees hij daar toen naar met “hem”. Zijn verhaal was niet bedoeld spreektalig, enkele alinea’s verder schreef hij zelfs “te zijner tijd”, dat is schrijftaal en zelfs wat statig.

De taal gaat verloren als –

Verderlezen…

Taalcontact: van ij en ui in Tsjechië

De allereerste klankverschuiving, waarvan ik mij het bestaan realiseerde, moet de oude Nederlandse verschuiving van “ie” naar “ei”, geschreven “ij”, zijn geweest, en daaraan parallel die van de oude “uu” naar de “ui”. Het is een verschuiving die je in de spelling nog ziet, die “ij” van ons is eigenlijk een lange “i”, en ook de “ui” is eigenlijk gewoon een lange “u”, met dan de -i als verlengingsteken erachter.

IJ en UI in het Tessels

TesselsDat ik me hiervan al zo vroeg bewust werd (ik was ’n kind nog) had alles met het Tessels te maken, het dialect van mijn familie aan vaders kant. In dit dialect is de bewuste klankverschuiving nog niet voltrokken, mijn oma sprak woorden als “kijken”, “tijd” en “rijst” met een i-klank uit, en haar huis noemde ze een huus. Zelf zeg ik wel “tijd” en “huis”, tenzij ik Tessels spreek; de klankverschuiving bevindt zich in mij, als het ware, en in mijn vader, we staan met één been in de oude tijd, van tied en huus, en met één been in de nieuwe van het Standaardnederlands. Verderlezen…

Wat hier staat, is van Marcel Plaatsman - van mij dus. Ik heb het geschreven, anders stond 't hier niet.