Bierrecensie: Weiherer Zwickerla hell
In mijn vorige blog over pilsschaamte had ik het er al over: dat Zwickerla van brouwerij Kundmüller uit Weiher, dat is heel best. Ik dronk ’t al even geleden voor ’t eerst bij café In de Wildeman in Amsterdam en daarna nog wel ’ns bij ’t Kelkje en steeds beviel ’t me geweldig. Maar hoe herbeleef ik die herinnering, als zulk bier tegelijk zo lastig te krijgen is? Nu, het geluk lachte me toe: toen ik vrijdag bij de Bierhut in Castricum binnenging stonden er precies twee flesjes van. Dat is toch dicht bij huis! Gelegenheid dus voor een nauwkeuriger bespreking.
Bier uit Weiher
Toen ik in februari dit jaar in de trein naar Wenen zat – niet mijn gewoonte, maar ik was op reis, met Boedapest als einddoel – raakte ik aan de praat met een vriendelijke Duitse heer die er in Regensburg uit moest. We hadden het over het landschap, over de kleur van Neurenberg, over de sneeuw en over de Brexit – maar uiteraard ging het ook over bier. De heer boog wat naar voren en gaf me z’n Geheimtipp: een echt goede, kleine Frankische brouwerij zou ik vinden in het dorpje Weiher.
„Dat dorp ken ik,” antwoordde ik naar waarheid, „ik ben daar geweest.” Weiher is een mooi dorpje in een mooier dal, niet ver van Bamberg vandaan, die mythische bierstad waar iedereen met ’n hart voor Duits bier heen wil (en wie er al geweest is, wil terug). In Bamberg ben ik al vaker geweest dan in Boedapest. De laatste keer gingen we op de terugweg langs Weiher en daar dronk ik toen al bier van die sympathieke brouwerij daar, brouwerij Kundmüller. Hun assortiment is plezierig gevarieerd: van IPA tot Schwarzbier, van rookbier tot pils. En ze brouwen daar dus Zwickerla. Verderlezen…

Als bierliefhebber kom ik natuurlijk nogal eens in die speciaalbiercafés, waar ze me vele tientallen lekkere bovengistende bieren kunnen voorschotelen, als ik dat wil. Daar laat ik me ook geregeld toe verleiden, want ik wil zoiets best. Er is immers zoveel heerlijks te proeven. Van bijna branderige IPA’s tot koffiestouts waar je haast wakker van wordt, van friszuur tot donkerzoet, van delicaat tot buitenissig – jawel, ik mag het allemaal graag proberen. Maar ik wil ook wel eens een lekker pils bestellen en dan gaat het verkeerd.
Van de grammatica maakt Siem werk. Hij weet dat er een systeem in zit en hij voelt ook wel aan, dat dat systeem in principe zonder uitzonderingen werkt. Wat voor het ene woord geldt, geldt ook voor het andere. Er zijn natuurlijk wel een páár uitzonderingen, dat weten we als moedertaalsprekers van het Nederlands allemaal. Siem maakt ons van die uitzonderingen bewust.
Echt problematisch zijn de „l”, de „r” en de „n”. Alle drie die letters kan Siem uitspreken, hij kan „Roel” zeggen, „neus” ook en hij zegt lape voor „slapen”, maar het lukt hem eigenlijk alleen als hij er echt zijn best op doet. In de praktijk lopen deze medeklinkers door elkaar en heeft hij het dus over noel en over lamp als z′n broer ′n krampje verbijt.
Deze 
Over de zee en het Tessels spreek ik komende zondag, 16 juni, in het Schipbreuk- en Juttersmuseum Flora op Texel. Mijn verhaal daar past in de feestelijkheden van die dag, want Flora viert de zee met de