Categorie Reizen

1
Afscheid van de veerboot Schulpengat
2
Oude reizen: Duitslandreis 2009
3
Oude reizen: Europareis 2010
4
Bier in Den Helder
5
Tilburg en ’t theater
6
Hoornse horeca in de lente
7
Thuin in zwart-wit
8
De kern van Dieren
9
De diepe meren van Metz
10
Oudorp tijdens de kermis

Afscheid van de veerboot Schulpengat

De Texelse boot, dat is niet altijd dezelfde boot. Dat heb ik als kind al geleerd. Toen ik nog heel jong was, waren er drie boten: Molengat, Marsdiep en Texelstroom. Tot gisteren waren er ook drie: Schulpengat, Dokter Wagemaker en Texelstroom – maar dan Texelstroom 2, het allernieuwste schip. Gisteren voer de oudste van het actuele drietal, de Schulpengat, voor de allerlaatste keer, zodat er vandaag nog maar twee boten zijn. Van de Schulpengat wilde ik graag afscheid nemen, dus toog ik gisteren naar de veerhaven.

De veerboot en mijn geheugen

Ik werd geboren in 1987, maar echte herinneringen heb ik natuurlijk niet aan mijn eerste jaren. De kleine eendeksbootjes – vaag heug ik ze, maar ik ken ze toch vooral van foto’s. Mijn herinneringen beginnen grofweg met de diensttijd van de Schulpengat en dus is van talloze herinneringen dit schip het decor. Het was dan ook echt nostalgie, die laatste overtocht van gisteren. De donkere salons, de rode stoelen van het rokersgedeelte, de waterkaart op de muur tegenover het buffet, de knoppen bij de deuren en de spiegeltjes die detecteerden of je er door liep… Het was allemaal herinnering. Die spiegeltjes, daar kon je een plakker overheen plakken, dan bleven de deuren openstaan. Wat vonden we onszelf dan grappig.
Verderlezen…

Oude reizen: Duitslandreis 2009

Onlangs schreef ik hier over mijn lange reis door het Duitse taalgebied, door de Alpenlanden heen en langs de Oostzeekust. Die reis was in 2010. Een jaar eerder, in de zomer van 2009, was ik ook al naar Duitsland geweest, met hetzelfde gezelschap. Die reis was minder ambitieus, er was ook minder tijd voor. Toch is ze aardig om hier te delen, zeker ook omdat dit een bierreis was.

Goed, als ik reis, dan drink ik altijd wel bier, dat ben ik als bierblogger aan mijn stand verplicht. Ik heb ook regelmatig over de bierculturen in buitenlanden geschreven. De route van deze reis was echter zó bedacht, dat drie belangrijke Duitse biersteden zouden worden aangedaan: Bamberg, Leipzig en Goslar. Bamberg voor het rookbier, natuurlijk, Leipzig en Goslar voor de gose.

’t Is lekker pedant om te zeggen dat ik al gose dronk voor het hip was, maar het is ook wel waar. In 2009 was de belangstelling voor dit friszure bier met koriander en zout minimaal. De twee oorsprongssteden (eerst Goslar, dan Leipzig) waren de enige steden waar je, met enige moeite, aan dit bier kon komen. Dat ik er zelf van wist was helemaal te danken aan Ronald Pattinson, die er in z’n European Beer Guide aandacht aan besteedde. Dat was in die tijden sowieso één van de weinige informatieve sites die ik over traditioneel Duits bier kon vinden. In voorbereiding op de reis voegde ik zelf op Wikipedia artikelen over rookbier en gose toe.

Lang geleden lijkt ’t zo, de vooravond van de inmiddels alweer uitgeraasde bierrevolutie, maar de herinneringen zijn gelukkig vers. De foto’s zijn van de volgende steden: Verderlezen…

Oude reizen: Europareis 2010

Van oude reizen blijven alleen de herinneringen over – tegenwoordig gelukkig nog in de vorm van foto’s. Zo blijven de kleuren, de luchten, de doorkijkjes bewaard. In dit blog foto’s uit 2010, toen ik met Interrail Europa doorkruiste, van provinciestadje naar provinciestadje, van paleis naar kasteel, van kathedraal naar kloosterkerk, en uiteraard – ook toen al – van brouwerij naar brouwerij.

Deze Europareis ging vooral door één taalgebied, het Duitse, met een klein uitstapje door dat stuk van Zwitserland waar nog Reto-Romaans gesproken wordt. Reto-Romaans is een echte grenstaal: ze lijkt op Italiaans, maar heeft ’n flinke Germaanse inslag. In de trein hoorde ik jongeren deze taal spreken, ik vroeg ze ernaar. “Eigenlijk is Duits onze moedertaal,” bekenden ze, “maar in de trein van school naar huis spreken we Reto-Romaans, om het te oefenen. Want het is wel een schoolvak.” Zo bewaart Europa z’n diversiteit, als curiosum. Voor de toerist is dat mooi.

Toen was ik nog student. Mijn gezelschap was ook student, een schoolvriend. Beide spreken we Duits, dat kwam dus wel van pas. Het reisschema was dit: Verderlezen…

Bier in Den Helder

den-helder-beatrixstraatIk ken eigenlijk geen andere stad in Nederland waar zoveel vooroordelen over bestaan als over Den Helder. Het jammere is dat die vooroordelen meestal ook precies dezelfde zijn, het komt steeds op dat zelfde belegen grapje over ergens dood gevonden willen worden neer, en dat grapje wordt dan ook nog ‘ns gebracht alsof de bevooroordeelde dat grapje zélf bedacht heeft. Nee, ’t is geen pretje om over Den Helder te spreken. Maar in de veilige monoloogvorm van dit blog wil ik ’t ‘r nog wel ‘ns op wagen, en wel, omdat Den Helder dit weekend even de bierhoofdstad van Noord-Holland is. Dat heeft alles te maken met het KeyKeg International Beer Festival.

Bierstad Den Helder

Den Helder is normaal geen bierhoofdstad, maar toch wel ’n beetje ’n bierstad. De wild gegiste experimenten van Tommie Sjef gaan heel de wereld over, maar komen oorspronkelijk uit ’n boetje in Den Helder. Verder is er de Stadsbrouwerij Helderse Jongens, gevestigd in ’n prachtig oud fort, ’n locatie waar menig Noord-Hollandse brouwer jaloers op is. Ook wordt er in Den Helder, in gehuurde ketels in dat fort, ’n broodbier gebrouwen, op basis van in de stad gebakken brood van bakkerij Dunselman. Drie verschillende benaderingen van bier, da’s niet slecht voor ’n klein stadje als Den Helder.

En er zijn dus KeyKegs. Een industrieel product uit Den Helder. KeyKegs zijn plastic biervaten waarin ’n aluminium zak zit met bier, ’n zak die door koolzuur wordt leeggeknepen. Je vindt ze over de hele wereld, en niet ten onrechte, want dit is ’n geweldige uitvinding. Zelfs de kritische Engelsen zijn om: real ale mag uit KeyKegs stromen, want het bier raakt het koolzuur niet, het bier blijft puur en daar is het die Engelsen om te doen. Bierinnovatie dus, opnieuw niet gek voor zo’n klein stadje.

Klein stadje aan zee

Ik noem Den Helder nu al tweemaal ’n klein stadje. Dat is ’t natuurlijk ook, maar zelfs die beschrijving conflicteert al met de vooroordelen. In de belegen grapjes wordt Den Helder altijd ’n stád genoemd, zo’n grote stad met veel problemen en hoge gebouwen en grijze straten – die vooroordelen dus. Den Helder oogt ook wel grootstedelijker dan Schagen of Bergen, dat is waar. Maar toch: het is ’n klein stadje aan zee, met kleine huisjes en smalle straatjes, met grachtjes en pleintjes, met hofjes en kerkjes… Kijk toch ‘ns om die vooroordelen heen, Den Helder is prachtig! Verderlezen…

Tilburg en ’t theater

Gisteren was ik in Tilburg. Ik was daar niet voor het eerst, ik ben al vaker in Tilburg geweest, maar altijd was ik daar om iets anders dan om Tilburg zelf. Dat lijkt het lot van Tilburg. Ook gisteren was ik er om een andere reden, om een concert dat eigenlijk in Amsterdam had moeten zijn, maar was verplaatst naar theater 013 – een concert van de Amerikaanse band Dream Theater. Om Tilburg toch ’n beetje eer aan te doen nam ik ’s middags al de trein en wandelde ik door de stad.

Tilburg voor Koningsdag

Eenmaal aangekomen bleek al gauw dat Tilburg, ondanks dat lot, in afwachting is van hoog bezoek. Op Koningsdag komt ons staatshoofd naar de stad van Willem II. Daar had ik eerlijk gezegd geen idee van, zo intensief volg ik de gangen van ons staatshoofd niet, maar in Tilburg merkte ik ’t gelijk aan alles. Er stond een reuzenrad aan het station en bij het stadhuis, het oude paleisje, was een nostalgische kermis met een kleiner reuzenrad, van het soort dat mijn oma een karimata genoemd zou hebben. En vooral: er was een verkeersinfarct gaande. Verderlezen…

Hoornse horeca in de lente

HoornVandaag begon de lente en dat ging ik zien in Hoorn. Die stad ligt niet ver van mijn woonplaats Alkmaar, maar ik reisde vanochtend wel om, met de bus door de Beemster en daarna met de trein van Purmerend, door het schitterende landschap van Zeevang. Eén moment zag ik rechts, over de dijk en over het water, al de koepels en torens van Hoorn. Alles glinsterde.

Koffie en de krant

In Hoorn zou ik de komst van ’n vriend afwachten, die in de buurt moest werken en rond de middag klaar zou zijn. Ik had er ’n goed uur de tijd voor en slenterde wat over het droge van de Gedempte Turfhaven, door smalle winkelstraatjes, tot een antiquariaat dat dicht was. Ik had onthouden dat het er was, maar niet de openingstijden opgezocht. Dan maar naar Stumpel, de boekwinkel met níeuwe boeken. Daar trof ik koffie en de krant, de boekwinkel had een cafeetje met uitzicht op de straat. Twee oude heren koutten met de serveerster over verliefde theeglazen. Theeglazen die elkaar later beminden in de gootsteen.

Over straten uitkijken doe ik graag, dus ik zette mij voor het raam. Mijn ogen gleden van de krant naar mijn koffie en dan naar buiten, waar de winkelstraat op dinsdag stond. Oudere dames in hun eentje, een enkele kinderwagen, een man met een pakketje. Het was niet druk, ook in mijn venster niet. Als er iemand passeerde dan keek die mij aan. Maar het licht was mooi en de wolken waren zo hoog, ik zag ze boven de lijstgevels van de winkelpanden. Verderlezen…

Thuin in zwart-wit

Precies een week geleden was ik in Thuin. Het miezerde, het licht kwam in natte vlagen naar beneden. Toch was Thuin opmerkelijk fotogeniek.

Thuin is een kleine Waalse stad, onder de rook van Charleroi. Vanuit Charleroi – wat trouwens ook een fotogenieke stad is, met een alleraardigst centrum – ben je er met de trein in een kwartiertje. Dat tochtje is wel wat eigenaardig, het voert eerst langs de grove industrie waar deze regio bekend om staat, en dan, na een kort bochtje, rijdt de trein ineens door prachtige heuvellandschappen, met beboste hellingen en lieflijke dorpjes langs de stroom, en langs een abdijruïne zelfs… België blijft boeien met contrasten.

Thuin fotografeerde ik in zwart-wit, wat natuurlijk met dat miezerweer te maken had. Ik zou er nog best ‘ns willen terugkomen voor een serie in de zon. Ach, en anders voor nóg één in zwart-wit, want in dit kleine stadje kun je wel eindeloos fotograferen, of tekenen zelfs. Thuin is vol mooie hoekjes en verrassende doorkijkjes.

1.

De trein komt aan in het dal, waar de benedenstad is. Meteen zie je de bovenstad, die hoog boven het dal uittorent en ook ouder is, al zitten er in de benedenstad nu meer winkels. Het belfort is het symbool van Thuin.

2.
Verderlezen…

De kern van Dieren

De trein bracht me vrijdag in Dieren. Dieren is, voor wie dat nog niet weet, een plaats in Gelderland, gelegen tussen Arnhem en Zutphen, aan de IJssel nabij Doesburg. Dieren is vooral bekend om de fietsen van Gazelle, die hier worden gemaakt, en aan die fabriek heeft het ook zijn groei te danken, maar er is een oude kern. Ik kwam voor die oude kern, uiteraard: bezoekers van een dorp of stad willen de oude kern zien en als die er niet is zijn ze toch teleurgesteld. Hoewel ik niet meteen teleurgesteld raak van een nieuwe kern, zoek ik, zoals gisteren in Dieren, toch altijd eerst de oude op.

Horden in Dieren

Naar Dieren kwam ik niet geheel onvoorbereid: ik had in de trein al opgezocht dat de oude kern ten zuidoosten van het station lag. Eenmaal op station Dieren wilde ik dan ook die kant op, maar tot m’n verbazing dwong het tunneltje me naar het westen: er was helemaal geen uitgang aan de kant van de oude kern. Het bleek niet het enige obstakel tijdens mijn tocht door Dieren.

Meteen buiten het station, aan het einde van de trap omhoog, stond een informatiebord dat me toch enig in zijn soort lijkt: de tekst verhaalde wel over het oude Dieren met zijn hof, maar de plattegrond die gegeven werd liet een gehavend Dieren zien, zónder zuidoosten. Alleen het nieuwe centrum in het noordwesten van Dieren was te zien. Hoe ik, om het station heen, alsnog de oude kern bereiken kon, viel aan de kaart niet op te maken. Verderlezen…

De diepe meren van Metz

Les Lacs du Connemara galmde over het plein dat naar Sint-Jacob was vernoemd. De stem was die van het meisje dat het lied eerder die middag al had ingezet in een café, dat ook al naar Sint-Jacob was genoemd. Heel Frans zag ze eruit, met donker haar, een scherp gezicht en een lange modieuze jas aan. Ongelooflijk dronken was ze ook, een whisky zou niemand haar nog gegeven hebben, en in het café waren haar zangkunsten niet enthousiast onthaald. Wilde ze hier vandaan?

Hier was Metz, daar was ik deze middag. Ik was er niet voor haar en ook niet voor café Saint-Jacques, waarover verder best aardige dingen te vertellen zijn, zoals dat ze er normaal gesproken een stout tappen maar net niet vandaag, en dat er een hele cd van de Spice Girls gedraaid werd voor het meisje met Les Lacs du Connemara begon. Ik was in Metz omdat ik Metz nog niet eerder had gezien, terwijl ik goede dingen had gelezen over de kathedraal en het Teutoonse station. Verderlezen…

Oudorp tijdens de kermis

Oudorp is mijn woonplaats. Het is een deel van Alkmaar en toch ook weer niet. Oudop heeft een eigen horizon, met twee kerktorens en de rijzende driehoeken van stolpboerderijen. Net als Alkmaar is Oudorp gebouwd op oud zand, een strandwal heet zoiets, hoge grond in een land dat verder laag en nat is. De directe omgeving van Oudorp is nog altijd nat, laag, vlak, een polderland waar nu flats en leegte elkaar afwisselen. Voor ’n wandeling is Oudorp een fraai decor.

1.

Oudorp benader je via het polderland. De trein brengt je er: van station Alkmaar Noord vandaan loop je er zo in. In de verte dagen de flats. Dichter vallen je de rode daken van de dorpsschool op.

2.

3.

Verderlezen…

Wat hier staat, is van Marcel Plaatsman - van mij dus. Ik heb het geschreven, anders stond 't hier niet.